Welke termijnen gelden er voor het indienen van zienswijzen?
Wet milieubeheer
Inhoud pagina: Welke termijnen gelden er voor het indienen van zienswijzen?
Vraag
Welke termijnen gelden er voor het indienen van zienswijzen?
Antwoord

Termijn indien afdeling 3.4 awb van toepassing is
In de meeste gevallen is afdeling 3.4 van de Awb van toepassing op het verlenen of wijzigen van een milieuvergunning. De termijn voor het indienen van zienswijzen is dan zes weken en begint op de dag waarop het ontwerpbesluit ter inzage is gelegd (artikel 3:16 Awb).
Een zienswijze is tijdig ingediend indien hij voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een zienswijze tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen (artikel 3:16 jo 6:9 Awb).
Termijn indien afdeling 3.4 awb niet van toepassing is
Indien afdeling 3.4 van de Awb niet van toepassing is wordt er geen ontwerpbesluit ter inzage gelegd. In dat geval kunnen er meestal geen zienswijzen worden ingediend. Dat is anders bij het ambtshalve intrekken van een vergunning op grond van artikel 8.25, eerste lid, onder c, d, e of f, of tweede lid, Wm. Er geldt dan een termijn van zes weken voor het door de vergunninghouder indienen van zienswijzen, die begint op een door het bevoegd gezag te bepalen tijdstip (zie artikel 8.25 lid 8 Wm).
Buiten bovengenoemde onderdelen van artikel 8.25 is bij milieuvergunningen altijd afdeling 3.4 Awb van toepassing.
De zienswijzentermijnen kunnen - in bovenstaande gevallen - niet worden verlengd, zelfs niet via de omweg van pro-formazienswijzen. Ook het verkorten van de termijn is niet mogelijk (ABRvS, 28 december 2001, 199901832/1, AB 2002, 212).
Een te vroeg ingediende zienswijze kan tot niet-ontvankelijkheid leiden. Artikel 6:10 Awb zegt dat deze niet-ontvankelijkheidverklaring achterwege kan blijven indien het besluit ten tijde van de indiening wel reeds tot stand was gekomen, of nog niet tot stand was gekomen, maar de indiener redelijkerwijs kon menen dat dit wel het geval was.
Zienswijzen kunnen overigens zowel mondeling als schriftelijk worden ingediend (artikel 3:15 Awb).

