Wanneer treedt een besluit in werking?

Wanneer treedt een besluit in werking?

Wet milieubeheer

Inhoud pagina: Wanneer treedt een besluit in werking?

Vraag

Wanneer treedt een besluit in werking met toepassing van artikel 20.3 van de Wet milieubeheer?

Antwoord

 Let op: deze tekst is niet aangepast aan de Wabo.

De hoofdregel in artikel 20.3 Wm

Artikel 20.3 van de Wet milieubeheer (Wm) geldt als een lex specialis (‘speciale wetsbepaling’) ten opzichte van artikel 6:16 Awb (Het bezwaar of beroep schorst niet de werking van het besluit waartegen het is gericht, tenzij bij of krachtens wettelijk voorschrift anders is bepaald) én ook ten opzichte van artikel 3:40 jo. artikel 3:41 in combinatie met artikel 3:42 Awb (een besluit treedt niet in werking voordat het is bekendgemaakt). De vergunning of een besluit op grond van de Wet milieubeheer treedt in werking met ingang van de dag na de dag waarop de termijn afloopt voor het indienen van een beroepschrift. Indien gedurende die termijn bij de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening is gedaan, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist (20.3 lid 1 Wm). De voorlopige voorziening kan overigens inhouden dat van de bestreden vergunning geen of slechts gedeeltelijk gebruik kan worden gemaakt (20.3 lid 2 Wm).

Uitzonderingen op deze hoofdregel

De uitzonderingen genoemd in artikel 20.4 Wm in de sfeer van afvalbeheer (sub a) of in de sfeer van de handhaving (sub b). Het bevoegd gezag kan de vergunning onmiddellijk in werking laten treden indien dit noodzakelijk is (20.5 Wm). Dit gebeurt wel eens in het kader van handhavingsbesluiten. Volgens artikel 20.6, lid 2, Wm geldt art. 20.5 Wm overigens niet bij Wm-besluiten waarbij afdeling 3.4 Awb van toepassing is geweest. Dus in ieder geval niet bij het verlenen van vergunningen op grond van hoofdstuk 8 van de Wm. Een vergunning die betrekking heeft op het oprichten of veranderen van een inrichting, dat tevens is aan te merken als bouwen in de zin van de Woningwet treedt niet eerder in werking dan nadat de betrokken bouwvergunning is verleend (20.8 Wm).

Wat houdt ‘heroverweging van het bestreden besluit' in artikel 7:11 Awb in?

Een beschikking op bezwaar op grond van hoofdstuk 7 Awb houdt heroverweging van het eerdere besluit, waartegen bezwaren zijn ingediend, in. Op grond van artikel 7:11, lid 2, Awb kan het BG het bestreden besluit herroepen en dan, voor zover dat nodig is, in de plaats daarvan een nieuw besluit nemen. Allleen dan wordt het eerdere besluit vervangen door het besluit op het bezwaarschrift. Voorts vindt heroverweging volgens lid 1 alleen plaats op grondslag van de ingediende bezwaren. Die onderdelen van het bestreden besluit die los te beschouwen zijn van de bezwaren, blijven in beginsel buiten beschouwing.Tenslotte vindt een heroverweging 'ex nunc' plaats: alle feiten en omstandigheden moeten opnieuw worden beoordeeld. Op zich kan de heroverweging dan leiden tot herroeping van het eerdere besluit ook al zijn de bezwaren ongegrond en ook is de situatie andersom denkbaar!

Geldt de hoofdregel van artikel 20.3 Wm ook voor de beslissing (besluit) op het bezwaarschrift?

Artikel 20.3, lid 1, Wm geldt, gelet op de woorden 'indien ingevolge artikel 7:1, eerste lid, onder d, van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar kan worden gemaakt', niet voor een besluit als bedoeld in artikel 7:11 Awb op een bezwaarschrift (bijvoorbeeld een besluit op een bezwaarschrift betreffende een acceptatiebesluit op grond van artikel 8.19, lid 2, Wm). Artikel 20.3 Wm lijkt zo alleen te gelden voor de eerste bezwaar- of beroepstermijn na het nemen van het oorspronkelijke besluit. De algemene artikelen 6:16 en 3:40 Awb zijn dus van toepassing op een besluit op een bezwaarschrift. Het beroep noch een verzoek om voorlopige voorziening in het kader van een beroep tegen een besluit op bezwaarschrift schort dan niet van rechtswege de werking van het aangevallen besluit (op bezwaarschrift) op en dit besluit treedt dan ook in werking overeenkomstig artikel 3:40 Awb, nadat het is bekendgemaakt! De aanvrager kan van het bij het besluit verleende recht gebruik maken, en loopt daarbij wel een risico dat het besluit in beroep wordt vernietigd.

Een eventueel ingediend verzoek om een voorlopige voorziening schort het bestreden besluit dan pas op nadat de voorzieningenrechter daartoe expliciet geoordeeld heeft. Wanneer in de bezwarentermijn in eerste instantie niet verzocht is om een voorlopige voorziening zal het alsnog verzoeken om een voorlopige voorziening later in het kader van het beroep dus niet alsnog tot opschorting van rechtswege van het besluit op bezwaar leiden. De opschorting (schorsing) zal dan ook pas ingaan nadat de voorzieningenrechter daartoe expliciet geoordeeld heeft.

Wanneer in de bezwarentermijn in eerste instantie wel verzocht is om een voorlopige voorziening zal toch het indienen van een verzoek om voorlopige voorziening in de beroepstermijn op grond van artikel 20.3 Wm niet tot opschorting van rechtswege van het besluit op het bezwaar leiden, maar zal de opschorting pas ingaan nadat de voorzieningenrechter daartoe expliciet geoordeeld heeft.

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil