Mogen zienswijzen worden ingediend buiten de termijn van artikel 3:16 Awb?
Wet milieubeheer
Inhoud pagina: Mogen zienswijzen worden ingediend buiten de termijn van artikel 3:16 Awb?
Vraag
Mogen zienswijzen worden ingediend buiten de termijn van artikel 3:16 Awb?
Antwoord
Nee. De uitleg die de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State gaf aan het oude artikel 3:24 Algemene wet bestuursrecht, geldt ook voor het nieuwe artikel 3:16 Awb (zie memorie van toelichting, Kamerstukken II 27 023, nr 3, p. 26-27).
Het oude artikel 3:24 Awb werd als volgt uitgelegd:
Artikel 3:24 Awb oud gaf een termijn voor het indienen van bedenkingen.
Voor schriftelijke bedenkingen was die termijn heel strikt. Ook na voorafgaande aankondiging of met toestemming van het bevoegd gezag konden geen ontvankelijke schriftelijke bedenkingen na de termijn worden ingediend (ABRvS 14 februari 1995, E03.95.0974, NJB-katern 1995, p. 284, nr.21).
Hetzelfde gold voor de mondelinge gedachtenwisseling die buiten de termijn is aangevraagd en waarmee het bevoegd gezag heeft ingestemd. Ook die bedenkingen worden als niet tijdig ingebrachte bedenkingen beschouwd (ABRvS 19 mei 2004, 200300918/1, 200300922/1 en 200300980/1).
Mondelinge bedenkingen die buiten die termijn waren ingediend waren wel ontvankelijk, als het bevoegd gezag pas na afloop van de termijn gelegenheid had geboden voor een gedachtenwisseling, (ABRvS 24 december 2003, 200300591/1). Het verzoek om de gedachtenwisseling moest wel zo tijdig plaatsvinden dat het voor het bestuursorgaan uitvoerbaar was om er binnen de termijn aan te voldoen (zie onder meer ABRvS 4 juni 2003, 200204939/1; 3 juli 1997, E03.95.2078, Gst.1998, 7075, nr. 3; ABRvS 21 januari 1999, E03.96.0569; ABRvS 19 april 1999, E03.96.0504, M&R 1999, 82).
In M&R van 1999, 9, staat bij hierboven genoemde uitspraak van 19 april 1999 een uitgebreide noot over bedenkingen.

