Geldt voor het naar voren brengen van zienswijzen de datum waarop ze zijn gepost of waarop ze zijn ontvangen?

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Wet milieubeheer > Vragen en antwoorden > Awb Algemene wet bestuursrecht > Geldt voor het naar voren brengen van zienswijzen de datum waarop ze zijn gepost of waarop ze zijn ontvangen?

Geldt voor het naar voren brengen van zienswijzen de datum waarop ze zijn gepost of waarop ze zijn ontvangen?

Wet milieubeheer

Inhoud pagina: Geldt voor het naar voren brengen van zienswijzen de datum waarop ze zijn gepost of waarop ze zijn ontvangen?

Vraag

Geldt voor het naar voren brengen van zienswijzen de datum waarop ze zijn gepost of waarop ze zijn ontvangen?

Antwoord

Voor zienswijzen die per post worden verstuurd geldt de dag dat het stuk wordt gepost. Voor zienswijzen die gefaxt worden, of persoonlijk worden afgegeven, geldt het moment van ontvangst.

Over deze vraag bestond met betrekking tot 'bedenkingen' (de oude Algemene wet bestuursrecht) een uitgebreide jurisprudentie, welke ook geldt voor 'zienswijzen'. Het gebruik van de term 'zienswijze' in plaats van de term "bedenking" komt kort samengevat voort uit de wenselijkheid dezelfde terminologie te gebruiken in de verschillende procedures. Ze is niet zozeer gelegen in een inhoudelijk verschil tussen beide termen (zie memorie van toelichting, Kamerstukken II 27 023, nr 3, p. 18-19).

De jurisprudentie levert het volgende beeld op.

De verzendtheorie geldt alleen bij indienen van schriftelijke bedenkingen per post en niet bijvoorbeeld bij persoonlijke afgifte door de indiener, (zie de uitspraak van de Raad van State ABRvS 24 december 1998, E03.96.1189). Wordt de bedenking één dag na afloop van de termijn persoonlijk afgegeven, dan is men te laat.

Voor het indienen van bedenkingen geldt de datum waarop ze gepost zijn, dus de verzendtheorie van artikel 6:9 lid 2 Awb (zie ABRvS 3 april 1998, E03.97.0785, Milieu-online). Indien het bedenkingenschrift op de laatste dag van de bedenkingentermijn is gepost, geldt dat de bedenkingen op tijd zijn ingebracht. Hierbij wordt gekeken naar een poststempel of een bewijs van aangetekend verzenden. Als de bedenking één dag na afloop van de termijn binnenkomt zonder geldig poststempel, kan ervan worden uitgegaan dat het op tijd is, mits het per post wordt bezorgd.

In bovengenoemde uitspraak van 3 april 1998 was de bedenking enkele dagen na afloop van de termijn door de gemeente ingeboekt en als niet tijdig ingebracht, niet-ontvankelijk verklaard. Het bevoegd gezag had in haar beslissing echter niet de datum betrokken die op de poststempel stond en beschikte niet meer over de envelop. Dit kwam voor rekening van het bevoegd gezag en de bedenking was ontvankelijk.

Voor bedenkingen/ beroepen die per fax worden ingebracht, geldt de ontvangsttheorie. In casu was het beroepsschrift om 23.59 gefaxt, en binnengekomen om 00.01 uur. Dat was te laat en het beroepschrift was niet ontvankelijk, zie ABRvS 16 mei 2000, E03.98.0924 (Ab kort 2000, 378).

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil