Het begrip inrichting

Het begrip inrichting

Wet milieubeheer

Inhoud pagina: Het begrip inrichting

Vragen en antwoorden

Een overzicht van concrete situaties waarin sprake is van een verandering van een inrichting en of er een melding in het kader van het Activiteitenbesluit vereist is.

Een friet- of viskraam kan, afhankelijk van de specifieke situatie, een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer zijn en als type B bedrijf onder het Activiteitenbesluit vallen.

Meestal niet. Bouwactiviteiten zijn als zodanig niet in het Besluit omgevingsrecht (BOR) aangewezen als inrichting die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken. Daarbij zijn motoren op een bouwplaats op grond van bijlage I categorie 1 onderdeel 1.2 van het BOR expliciet uitgesloten vanwege hun tijdelijke aanwezigheid.

Wanneer moet het hobbymatig houden van dieren als inrichting in de zin van artikel 1.1 Wm worden gezien?

Voor inrichtingen waar afvalstoffen afkomstig van andere bedrijven worden verbrand, zijn Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag.

Onder oprichten van een inrichting wordt verstaan: een (juridisch) nieuwe vestiging van een inrichting of een bestaand bedrijf .

 

Moet de milieuvergunning worden aangepast als de activiteiten van een bedrijf in zeer geringe mate worden uitgebreid?

Opslag buiten inrichting: wat kan hiertegen worden gedaan?

Jurisprudentie over begrip één inrichting bij veehouderijen. Verschillende uitspraken over wanneer wel of niet sprake is van één inrichting op grond van artikel 1.1 Wm.

Aan welke eisen moet de opslag van (vaste) mest op een (kop)akker of weiland voldoen?

In een bestaand gebouw kan een milieuvergunningplichtige inrichting worden opgericht, zonder dat daarvoor tevens een bouwvergunning is vereist

Hoe is de relatie tussen artikel 8.4, vierde lid en artikel 20.8 van de Wet milieubeheer?

Vervalt de gehele milieuvergunning wanneer een gedeelte van de inrichting niet binnen drie jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, voltooid en in werking gebracht is?

Samenvoegen van inrichtingen en splitsen van inrichtingen. Juridische constructies die mogelijk zijn.

Vallen transformatorstations onder de Wet milieubeheer?

Het is belangrijk of een aanvraag wel of niet onderdeel uitmaakt van een vergunning

Wat gebeurt er met de vergunning als de inrichting overgaat in andere handen, de inrichting ophoudt te bestaan of de inrichting onder een amvb komt?

Vallen de volgende activiteiten of inrichtingen onder het inrichtingbegrip van de Wet milieubeheer?

voorwaarden voor het zijn van één inrichting in de zin van artikel 1.1 lid 4, Wm

Begrip: Een activiteit in een omvang of zij bedrijfsmatig is. Zie de uitgave "het begrip inrichting in de Wet milieubeheer"

Een apotheek, een praktijk voor diergeneeskunst en een huisarts kunnen toch onder de Wet milieubeheer vallen.

Ja, dat kan als er wordt voldaan aan een aantal voorwaarden, zoals onderdeel van grotere inrichting of, indien zelfstandig, er een elektromotorisch vermogen groter dan 1,5kW is, bijvoorbeeld vanwege aanwezige ventilatoren. een openbare parkeerplaats is meestal geen Wm-inrichting.

Een bedrijfswoning wordt niet beschermd tegen stank van de eigen inrichting. Om te bepalen of er sprake is van een (tweede) bedrijfswoning zijn de bindingen/betrokkenheid tussen de woning en het bedrijf bepalend. Als er voldoende bindingen zijn (familiebinding, arbeidsverhouding) wordt de woning als bedrijfswoning aangemerkt. Bij te weinig binding is de woning een gewoon stankgevoelig object.

Een uitloop of een open terrein waar vee wordt gehouden kan onder omstandigheden als een (deel van de) inrichting worden beschouwd.

Een boomgaard behoort over het algemeen niet tot de inrichting. Het is daarom meestal niet mogelijk om voorschriften in een omgevingsvergunning op te nemen of maatwerkvoorschriften op grond van het Besluit landbouw te stellen voor bijvoorbeeld een beregeningsinstallatie of het gebruik van bestrijdingsmiddelen in een boomgaard.

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil