Is een parkeergarage of parkeerterrein een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer?
Activiteitenbesluit
Inhoud pagina: Is een parkeergarage of parkeerterrein een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer?
Vraag
Is een parkeergarage of parkeerterrein een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer?
Antwoord
Ja, dat kan als er wordt voldaan aan een aantal voorwaarden.
Eerst moet worden getoetst of is voldaan aan het inrichtingbegrip uit artikel 1.1 lid 1 van de Wet milieubeheer (verder: Wm).
De eerste vraag hierbij is of er sprake is van bedrijfsmatig handelen. Wanneer bijvoorbeeld gratis kan worden geparkeerd zou hieruit afgeleid kunnen worden dat dit niet zo is. Wanneer het echter zou gaan om een parkeergarage die is gebouwd om de aantrekkelijkheid van specifieke bedrijven of winkelcomplexen te vergroten, dan is het wel een bedrijfsmatige activiteit.
Vervolgens moet worden bepaald of de activiteit is aangewezen in het Besluit omgevingsrecht (het Bor). Voor parkeergarages of parkeerterreinen zijn de categorieën 1.1 en 13.1 onder b en 13.2, Bor bijlage I, bepalend.
- Categorie 1.1, onder a, bevat de restcategorie van 1,5 kW elektromotorisch vermogen. Inrichtingen waar meer dan 1,5 kW aan elektromotorisch vermogen aanwezig is vallen op grond van deze categorie onder het Ivb. Elektromotorisch vermogen in een parkeergarage kan bijvoorbeeld aanwezig zijn om ventilatoren aan te drijven die uitlaatgassen afvoeren.
- Volgens categorie 1.2 worden verbrandingsmotoren die tijdelijk in een omgeving aanwezig zijn voor de bepaling van dit vermogen uitgesloten, met andere woorden, de aanwezigheid van auto’s maakt een parkeergarage niet vergunningplichtig.
- In categorie 1.2 onder b worden elektromotoren in voor bewoning bestemde gebouwen die ten behoeve van dat gebouw worden gebruikt uitgesloten. Het gaat hier bijvoorbeeld om elektromotoren voor liften of airco’s.
- In categorie 1.2, onder c, worden elektromotoren van bruggen, sluizen, viaducten en ondergronds gelegen bouwwerken voor vervoer van personen of goederen zoals tunnels, metrolijnen e.d. uitgesloten.
- Een ondergrondse garage kan niet worden opgevat als een bouwwerk voor vervoer van personen of goederen en moet dus wel worden getoetst aan categorie 1.1, onder a.
Dat betekent dat wanneer een parkeergarage alleen op grond van de aanwezigheid van een personenlift (met een EV groter dan 1,5 kW) onder bijlage I van het Bor valt, de garage onder de Wm valt wanneer de garage gebruikt wordt voor een bedrijf of winkelcomplex.
Wanneer de personenlift gebruikt wordt voor bijvoorbeeld een appartementencomplex (wat dus voor bewoning bestemd is) valt het elektromotorisch vermogen niet onder het Ivb.
Een openbare parkeerruimte, waarop behalve markering en eventueel een parkeermeter geen voorzieningen aanwezig zijn, is niet vergunningplichtig.
Wanneer een bedrijf voor regelmatig parkeren gebruik maakt van een openbare parkeerplaats, bijvoorbeeld een garage of een autorijschool, dan kunnen hieraan geen regels worden gesteld in de omgevingsvergunning milieu. De openbare parkeerplaats maakt immers geen deel uit van de inrichting. Wel kan het parkeergedrag van het bedrijf worden getoetst aan de APV of wegenverkeerswet en zonodig gereguleerd met een parkeervergunningenstelsel.
Een parkeergarage met open dak of met een open constructie heeft waarschijnlijk niet zodanige voorzieningen dat daarmee de vangnetcategorie uit het Bor (categorie 1.1) van toepassing is.
Overigens kan het zo zijn dat een parkeergarage/plaats die op zich geen inrichting zou zijn, deel uitmaakt van een inrichting. Er kunnen dan uit dien hoofde wellicht toch regels voor gelden.
Het parkeren (binnen de inrichting) van voertuigen voor het goederenvervoer, zwaarder dan 3500 kg, wordt in categorie 13.1, onderdeel b (meer dan 3 vrachtauto’s), aangewezen. Ingevolge categorie 13.2 Ivb blijven parkeerterreinen die openbare weg zijn of voor het openbaar verkeer open staan buiten beschouwing. In die zin heeft ook de ABRvS geoordeeld (ABRvS 2 maart 1998, E03.97.1487/P90, JM 1998,63. Zie ook ABRvS 10 april 2002 nr 200103822/1)
Relevante onderdelen van het Activiteitenbesluit zijn onder andere:
§ 4.6.2. Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage
§ 4.1.4. Parkeren van vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen

