Wanneer eindigt de aanhouding van de aanvraag om een bouwvergunning indien er coördinatie plaats vindt met de Wm-vergunning?

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Wet milieubeheer > Vragen en antwoorden > Wm-procedures > Wanneer eindigt de aanhouding van de aanvraag om een bouwvergunning indien er coördinatie plaats vindt met de Wm-vergunning?

Wanneer eindigt de aanhouding van de aanvraag om een bouwvergunning indien er coördinatie plaats vindt met de Wm-vergunning?

Wet milieubeheer

Inhoud pagina: Wanneer eindigt de aanhouding van de aanvraag om een bouwvergunning indien er coördinatie plaats vindt met de Wm-vergunning?

Vraag

Wanneer eindigt de aanhouding van de aanvraag om een bouwvergunning indien er coördinatie plaats vindt met de Wm-vergunning?

Antwoord

Let op: deze tekst is niet aangepast aan de Wabo.

De coördinatieregeling van artikel 52 Woningwet is bij Wet van 24 september 1998 (Stb. 1998, 582) gewijzigd. Deze wijziging was noodzakelijk omdat tot dan toe de coördinatieregeling van de Woningwet en de Wm er op neer kwam dat de bouwvergunning pas verleend kon worden als de milieuvergunning van kracht was en de milieuvergunning pas in werking kon treden als de bouwvergunning verleend werd. Een eeuwigdurende aanhouding dus.

Er geldt niet in alle situaties een aanhoudingsplicht voor de aanvraag bouwvergunning. Een aanhoudingsplicht geldt niet indien:

  1. de bouwvergunning geweigerd moet worden, of
  2. de milieuvergunning al verleend is en:
    • tegen het ontwerp-besluit geen zienswijzen naar voren gebracht zijn en het besluit wijkt niet af van het ontwerp, of
    • de milieuvergunning heeft zes weken ter inzage gelegen zonder dat er bij de Voorzitter ABRvS een voorlopige voorziening tegen het besluit tot vergunningverlening is gevraagd, of
    • de Voorzitter heeft op een verzoek tot voorlopige voorziening beslist (ongeacht de inhoud van de beslissing)

Indien één van de onder a en b genoemde omstandigheden zich niet voordoet moet de aanvraag bouwvergunning aangehouden worden. De aanhouding eindigt op het moment dat:

  1. de milieuvergunning verleend wordt, tegen het ontwerp-besluit geen zienswijzen naar voren zijn gebracht en het besluit niet afwijkt van het ontwerp, of
  2. de milieuvergunning zes weken ter inzage heeft gelegen zonder dat er bij de Voorzitter ABRvS een voorlopige voorziening tegen het besluit tot vergunningverlening is gevraagd, of
  3. de Voorzitter op een verzoek tot voorlopige voorziening heeft beslist (ongeacht de inhoud van de beslissing)
wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil