Moet na vernietiging van een vergunning omdat het verkeerde bevoegd gezag het besluit genomen heeft het eigenlijke bevoegd gezag een nieuw ontwerpbesluit nemen?

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Wet milieubeheer > Vragen en antwoorden > Wm-procedures > Moet na vernietiging van een vergunning omdat het verkeerde bevoegd gezag het besluit genomen heeft het eigenlijke bevoegd gezag een nieuw ontwerpbesluit nemen?

Moet na vernietiging van een vergunning omdat het verkeerde bevoegd gezag het besluit genomen heeft het eigenlijke bevoegd gezag een nieuw ontwerpbesluit nemen?

Wet milieubeheer

Inhoud pagina: Moet na vernietiging van een vergunning omdat het verkeerde bevoegd gezag het besluit genomen heeft het eigenlijke bevoegd gezag een nieuw ontwerpbesluit nemen?

Vraag

Moet na vernietiging van een vergunning omdat het verkeerde bevoegd gezag het besluit heeft genomen, het eigenlijke bevoegd gezag een nieuw ontwerpbesluit nemen?

Antwoord

In het geval dat een gemeente een omgevingsvergunning verleend heeft en deze door de Raad van State vernietigd is omdat de vergunning door Gedeputeerde Staten verleend had moeten worden, dient zich de vraag aan vanaf welk moment de procedure opnieuw gevolgd moet worden.

In een uitspraak en de hierbij behorende noot kan afgeleid worden dat de hele procedure opnieuw gevolgd moet worden (ABRvS 29 januari 2003, 200201530/1). Het betrof tapijtsnippers die werden gebruikt als bodembedekking bij een manege. Omdat er sprake was van meer dan 50 m3 was de provincie bevoegd gezag.

In de noot wordt hier het volgende over gezegd:

(..) In de tweede plaats: belangrijker dan het zojuist besproken - enigszins technische - punt, is de vraag in hoeverre Gedeputeerde staten verplicht waren de zaak "over" te doen. Moest opnieuw een ontwerpbesluit ter inzage worden gelegd? Gedeputeerde staten oordeelden van niet. Daarbij zal mede een rol hebben gespeeld dat de manege op het moment van de oorspronkelijke aanvraag, in februari 1999, feitelijk al bestond (zie punt 2.1 van de uitspraak). Bovendien oordeelden gedeputeerde staten dat de omstandigheid dat sprake was van een afvalstof niet noodzaakte tot het verbinden van nadere voorschriften aan de vergunning (En dat standpunt wordt door de Afdeling - mede op basis van het advies van de StAB - aanvaard.). Toch oordeelt de Afdeling dat gedeputeerde staten opnieuw een ontwerpbesluit hadden moeten nemen en de voorbereidingsprocedure uit de paragrafen 3.5.2 tot en met 3.5.5 Awb (noot redactie: Awb oud) hadden moeten toepassen.

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil