Wat is het verschil tussen artikel 8.22 en 8.23 Wm?

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Wet milieubeheer > Vragen en antwoorden > Wm-procedures > Wat is het verschil tussen artikel 8.22 en 8.23 Wm?

Wat is het verschil tussen artikel 8.22 en 8.23 Wm?

Wet milieubeheer

Inhoud pagina: Wat is het verschil tussen artikel 8.22 en 8.23 Wm?

Vraag

Wat is het verschil tussen artikel 8.22 en 8.23 Wet milieubeheer?

Antwoord

 Let op: deze tekst is niet aangepast aan de Wabo.

In artikel 8.22 Wm gaat het om de actualiseringplicht voor het bevoegd gezag. Het gezag moet regelmatig ambtshalve bezien of de beperkingen en voorschriften nog toereikend zijn.

Criteria zijn:

  • de ontwikkelingen met betrekking tot de kwaliteit van het milieu
  • de ontwikkelingen op het gebeid van de technische mogelijkheden om het milieu te beschermen.

Hiervoor geldt de procedure van paragraaf 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Omdat het hier gaat om een regelmatige herziening, zal dit vaak planmatig gebeuren.

Aanvullend op artikel 8.22 Wm is per 1 december 2005 in artikel 8.25 Wm, tweede lid, opgenomen dat het bevoegd gezag de vergunning kan intrekken indien door toepassing van artikel 8.22, tweede lid, redelijkerwijs niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast.

In de memorie van toelichting bij de recentelijk in werking getreden wijziging van de Wet milieubeheer (kamerstuk  29711, nr. 3, pag. 35) wordt hierbij onder meer opgemerkt:

Het is immers gevestigde jurisprudentie dat toepassing van artikel 8.22 er niet toe mag leiden dat een andere inrichting ontstaat dan waarvoor de vergunning is verleend (zie recent ABRvS 4 februari 2004, 200 302 964/1; MenR 2004, 45). Daarvan kan sprake zijn, indien nieuwe, andere technieken moeten worden voorgeschreven. Daarom is artikel 8.25 van de Wet milieubeheer aangevuld met de bepaling dat in het geval niet door wijziging van de vergunning kan worden bewerkstelligd dat in de betrokken inrichting (op termijn) weer ten minste de beste beschikbare technieken zullen worden toegepast, de voor die inrichting verleende vergunning moet worden ingetrokken.

Daarnaast kon het bevoegd gezag altijd al op eigen initiatief wijzigingen aan brengen via geheel of gedeeltelijk intrekken op grond van de overige genoemde gronden genoemd in artikel 8.25 Wm.

Artikel 8.23 Wm geeft het bevoegd gezag de bevoegdheid om, ambtshalve of op verzoek van derden, beperkingen of voorschriften aan te vullen, te wijzigen of in te trekken of om alsnog beperkingen of voorschriften aan een vergunning te verbinden. Criterium hierbij is het belang van de bescherming van het milieu. Ook dit besluit moet worden voorbereid met toepassing van paragraaf 3.4 Awb. Deze bevoegdheid is meer een ad hoc bevoegdheid.

Het is blijkens uitspraak van de voorzitter van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 19 januari 1998 (Nwsbrief StAB 1998, 98-6) geen fataal gebrek als het bevoegd gezag de wijziging niet op het juiste artikel (8.22 of 8.23 Wm) baseert. Omdat tussen beide bepalingen geen procedurele verschillen bestaan (ook onder de Awb zoals die destijds gold, waren er geen procedurele verschillen tussen beide bepalingen), mocht ervan uit worden gegaan dat niemand door het kiezen van de verkeerde rechtsgrond in zijn belang was getroffen (zie ook uitspraak van 25 juli 2000, E03.98.0616).

Volledigheidshalve: het bevoegd gezag ook wijzigingen in de vergunning kan inbrengen bij het verwerken van nieuwe instructieregels van Rijk of provincie (8.45 en 8.46 Wm).

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil