Welke procedure geldt bij het ambtshalve of op verzoek van derden intrekken van de vergunning o.g.v. artikel 8.25 Wm?

Home > Onderwerpen > Integrale milieuregels > Wet milieubeheer > Vragen en antwoorden > Wm-procedures > Welke procedure geldt bij het ambtshalve of op verzoek van derden intrekken van de vergunning op grond van artikel 8.25 Wm?

Welke procedure geldt bij het ambtshalve of op verzoek van derden intrekken van de vergunning o.g.v. artikel 8.25 Wm?

Wet milieubeheer

Inhoud pagina: Welke procedure geldt bij het ambtshalve of op verzoek van derden intrekken van de vergunning o.g.v. artikel 8.25 Wm?

Vraag

Welke procedure geldt bij het ambtshalve of op verzoek van derden intrekken van de vergunning op grond van artikel 8.25 Wet milieubeheer?

Antwoord

 Let op: deze tekst is niet aangepast aan de Wabo.

Als het gaat ontoelaatbare nadelige gevolgen voor het milieu (artikel 8.25, lid 1 onder a, Wet milieubeheer) moet  afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht worden toegepast, op grond van 8.25, lid 4 Wm. Indien het een besluit op aanvraag betreft moet het op grond van artikel 3:18, lid 3, a Awb en indien het een ambtshalve besluit betreft moet het op grond van artikel 8.26a Wm worden genomen, uiterlijk twaalf weken na de terinzagelegging van het ontwerp. Er is direct beroep mogelijk bij de Raad van State (op grond van artikel 7:1 Awb).

Bij een besluit tot intrekking op aanvraag waarvoor afdeling 3.4 Awb geldt en waarbij geen zienswijzen naar aanleiding van het ontwerpbesluit naar voren zijn gebracht neemt het bestuursorgaan het besluit in dat geval binnen vier weken nadat de termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen is verstreken (3:18 lid 4 Awb).

Afdeling 3.4 Awb is niet van toepassing als de vergunning wordt ingetrokken op de gronden genoemd in artikel 8.25,

onder lid 1:

  • c (drie jaar geen handelingen verricht),
  • d (verwoest),
  • e (andere vergunninghouder) of
  • f (integriteitsbeoordeling),

of onder lid 2

  • indien a door toepassing van artikel 8.22, tweede lid, redelijkerwijs niet kan worden bereikt dat in de inrichting ten minste de voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast;
  • of b voor zover regels vastgesteld bij algemene maatregel van bestuur ter uitvoering van een voor Nederland verbindend verdrag of een voor Nederland verbindend besluit van een volkenrechtelijke organisatie, hiertoe verplichten

Dan moet het bepaalde in artikel 8.25, lid 8 Wm worden toegepast: de vergunninghouder krijgt de gelegenheid binnen een termijn van zes weken zienswijzen over de (voorgenomen) intrekking naar voren te brengen (en wanneer de beschikking is genomen moeten de adviseurs deze toegezonden krijgen). Vervolgens is op het genomen besluit eerst bezwaar en daarna beroep bij de ABRvS mogelijk. Er is in deze procedure dus geen sprake van een ontwerp-besluit.

wetgeving en handhaving
 

Kenniscentrum InfoMil