Vergunning en geur
Geur
Inhoud pagina: Vergunning en geur
Het algemeen uitgangspunt van het geurbeleid is het zoveel mogelijk beperken van geurhinder en het voorkomen van nieuwe hinder. Dit uitgangspunt vormt samen met het toepassen van Beste Beschikbare Technieken (BBT) de kern van het geurbeleid. Onderdeel van het geurbeleid is dat de lokale overheden de uiteindelijke lokale afweging moeten maken zodat zij rekening kunnen houden met alle relevante belangen om tot een duurzame kwaliteit van de leefomgeving te komen.
Het geurbeleid bestaat uit de volgende beleidslijnen:
- als er geen hinder is, zijn maatregelen niet nodig;
- als er wel hinder is, worden maatregelen op basis van BBT afgeleid;
- voor bepaalde branches is het hinderniveau bepaald en in een bijzondere regeling vastgelegd;
- de mate van hinder die nog acceptabel is, wordt vastgesteld door het bevoegd gezag.
Het landelijk geurbeleid is opgenomen in de NeR.
Acceptabel hinderniveau
In de paragrafen 2.9 en 3.6 van de Nederlandse emissierichtlijn lucht (NeR) is een systematiek opgenomen waarmee voor individuele bedrijven het acceptabele hinderniveau kan worden vastgesteld.
Ook zijn in de NeR voor een aantal specifieke processen bijzondere regelingen opgenomen. In een aantal van die regelingen zijn richtlijnen ter voorkoming van geurhinder opgenomen. Het betreft richtlijnen waarvan gemotiveerd kan worden afgeweken. In voorkomende gevallen kan een strengere of minder strenge norm gehanteerd worden.
Voor vergunningverlening aan mestverwerkingsinstallaties zijn handreikingen opgesteld waarin ook informatie over geur is opgenomen.
- Bijzondere Regelingen geur in de NeR
- 12 maart 2008
-
Bijzondere Regelingen geur in de NeR
- Lokaal geurbeleid
- 28 november 2011
-
Lokaal geurbeleid
- Historie geurbeleid
- 10 februari 2009
-
Het Nederlandse geurbeleid heeft zijn oorsprong in de tachtiger jaren. Het huidige geurbeleid voor de industrie is verwoord in de herziene Nota Stankbeleid en een brief van de Minister van VROM uit 1995.

