Bodemenergiesystemen

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Handboek water > Activiteiten > Bodemenergiesystemen

Bodemenergiesystemen

Handboek water

Inhoud pagina: Bodemenergiesystemen

Bodemenergie is te onderscheiden in aardwarmte (uit de diepe ondergrond) en gebruik van open dan wel gesloten bodemenergiesystemen (in de ondiepe ondergrond). Onderstaande heeft slechts betrekking op de laatste categorie. Op winning van aardwarmte in de diepe ondergrond (> 500 meter)is de Mijnbouwwet (artikel 2) van toepassing. Dit zijn duurzame vormen van energie die bijdragen aan besparing van fossiele brandstoffen en op de uitstoot van CO2. Door gebruik te maken van deze bronnen van energie kunnen onder meer gebouwen, woningen, kassen en fabrieken op een duurzame manier worden verwarmd en gekoeld.

Open bodemenergiesystemen

Bij open bodemenergiesystemen wordt grondwater onttrokken en vervolgens na gebruik voor verwarming en verkoeling weer terug in de bodem gebracht (geïnjecteerd/geretourneerd).  Warmte- koudeopslag (Wko) is een soort bodemenergiesysteem dat gebruik maakt van de warmte of koude die van nature aanwezig is in de bodem en het grondwater. Op grond van artikel 6.4, eerste lid, onder b van de Waterwet is voor deze open bodemenergiesystemen een watervergunning van Gedeputeerde Staten vereist voor het onttrekken van grondwater (zie ook bij: Vergunningplichtige handelingen). Er is bij het gebruik van open bodemenergiesystemen geen sprake van infiltratie zoals bedoeld in de Waterwet. Infiltreren in de zin van de Waterwet is het brengen van water in de bodem met het oog op het onttrekken van dat water. Bij retourneren van onttrokken grondwater is dat niet het geval.

Doelmatig gebruik van bodemenergie

Het toetsingskader van de waterwetvergunning voor open bodemenergiesystemen omvat naast de bescherming van grondwater tevens het doelmatig gebruik van bodemenergie, zoals eisen ten aanzien van het energierendement. In de Nota van Toelichting bij het ontwerpbesluit bodemenergiesystemen (Staatsblad 2011, nr. 4830) wordt daar verder op in gegaan. In artikel 2.1, tweede lid, onder c, van de Waterwet is bepaald dat tot de doelstellingen van die wet behoren  ‘de vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen'. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Waterwet blijkt dat toepassing van grondwater ten behoeve van een open bodemenergiesysteem één van de maatschappelijke functies van grondwater is. Daarnaast gebruiken open bodemenergiesystemen soms grote hoeveelheden grondwater. Er is een grote vraag naar grondwater, zodat doelmatig gebruik van de totale hoeveelheid grondwater steeds belangrijker wordt.

Bodemenergiesystemen en verontreiniging

Het in gebruik hebben van een open bodemenergiesysteem kan leiden tot horizontale of verticale verspreiding van verontreinigingen. In geval van verplaatsing van een verontreiniging moet een melding op grond van artikel 28 van de Wet bodembescherming (Wbb) worden gedaan. Zeker in stedelijk gebied dient degene die een bodemenergiesysteem installeert er op bedacht te zijn dat dit gevolgen kan hebben voor daar vaak aanwezige bodemverontreiniging. De aanwezigheid of aard en omvang hiervan is niet altijd bekend. De verplichting te onderzoeken of het onttrekken van grondwater tot verspreiding van verontreiniging kan leiden en wat de gevolgen hiervan kunnen zijn, rust doorgaans op degene die voornemens is het open bodemenergiesysteem te installeren. Dit kan daarom een belemmering zijn voor het installeren van dergelijke systemen in stedelijk gebied.

Bij de verlening van een watergunning op grond van artikel 6.4, eerste lid, onder b, van de Waterwet wordt aandacht besteed aan de aanwezigheid van verontreiniging in het grondwater. Ook de mogelijke nadelige beïnvloeding van de nazorg op een saneringslocatie wordt daarbij meegenomen. Bij het verplaatsen van een reeds bestaande ernstige verontreiniging kan het bevoegd gezag de vergunning weigeren. De initiatiefnemer zal zich vooraf ervan moet vergewissen of er een grondwaterverontreiniging in zijn invloedsgebied zit. Een bestaande verontreiniging hoeft niet altijd een belemmering tot toepassing van open systemen te leiden. Een bodemenergiesysteem kan bijvoorbeeld worden geïnstalleerd op een zodanige diepte dat de verontreiniging hierdoor niet wordt beïnvloed. De initiatiefnemer kan in overleg met bevoegd gezag naar een goede oplossing zoeken. Er lopen daarnaast nog verschillende onderzoeken en praktijkexperimenten. De handreiking BOEG (Bodemenergiesystemen en grondwaterverontreiniging) (downloaden) geeft oplossingen voor situaties waar een Wko-systeem in de nabijheid van een bodemveronreiging wordt aangelegd.

Vaak zal de combinatie van een open bodemenergiesysteem en grondwaterverontreiniging aanleiding zijn om een saneringsplan op grond van de Wet bodembescherming op te stellen. Dergelijke gecombineerde aanpak wordt momenteel toegepast in de Spoorzone Tilburg en Strijp-S te Eindhoven.

Gedoogplicht onttrekking

Voor open bodemenergiesystemen is nog van belang dat in artikel 5.27 van de Waterwet is bepaald dat een onttrekking (of infiltratie) die krachtens een watervergunning plaatsvindt, moet worden gedoogd door rechthebbenden van gronden waarin het grondwater hiervan invloed ondervindt. Wordt er echter schade aan een onroerende zaak veroorzaakt door het onttrekken van grondwater krachtens een watervergunning, dan wordt deze schade voor zover redelijk door de vergunninghouder ondervangen (artikel 7.18 Waterwet).

Gesloten bodemenergiesystemen

Bij gesloten bodemenergiesystemen wordt geen grondwater verplaatst. De warmte wordt met warmtewisselaars aan de bodem onttrokken of erin gebracht. Hiervoor is momenteel nog geen specifieke regelgeving en gelden alleen de algemene zorgplichten uit de Wet Bodembescherming (Wbb) en de Wet milieubeheer (Wm). Indien het een gesloten bodemenergiesysteem deel uitmaakt van een inrichting of zelfstandig een inrichting vormt, gelden de regels op grond van hoofdstuk 8 van de Wm, met name het Activiteitenbesluit of, in uitzonderingsgevallen, het vereiste van een omgevingsvergunning op grond van de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).

Het ontwerpbesluit bodemenergiesystemen

Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe regelgeving voor bodemenergiesystemen: Het besluit Bodemenergiesystemen. Dit besluit is geen zelfstandige besluit, maar omvat wijzigingen in 5 bestaande besluiten. Dit zijn het Activiteitenbesluit (Wm), het Waterbesluit (Wtw), het Besluit lozen buiten inrichtingen (Wm en Wbb) en het Besluit bodemkwaliteit (Wbb), het Besluit omgevingsrecht (Wabo).

Dit besluit heeft als doel om enerzijds het gebruik van bodemenergie te bevorderen en anderzijds aantasting van de bodemkwaliteit te voorkomen. Om zoveel mogelijk een vergelijkbaar speelveld voor  de twee bodemenergiesystemen te creëren, komt er een vergunning- of meldingplicht voor gesloten systemen. Een belangrijke reden  hiervoor is dat in drukke gebieden  behoefte is aan het doorbreken van het principe "wie het eerst komt, die het eerst maalt" en om systemen zo te ordenen dat de schaarse ruimte in de bodem optimaal wordt benut. Verder wordt de huidige vergunningsprocedure voor open systemen verkort van zes naar twee maanden. Dit is een stimulans voor open systemen.

Het besluit beoogt een afwegingskader te scheppen voor de ordening van bodemenergiesystemen in de ondergrond met de daarbij behorende bevoegdheden. Bodemenergiesystemen kunnen elkaar namelijk negatief beïnvloeden (interferentie) wanneer de thermische invloedsgebieden van verschillende bodemenergiesystemen overlappen. Hierdoor kunnen energierendementen teruglopen. De gemeente (en in bijzondere gevallen de provincie) kan daarom straks een of meerdere gebieden aanwijzen waarin ordening van bodemenergiesystemen wenselijk is: de interferentiegebieden. In de praktijk gaat het meestal om stedelijk gebied of kassengebied. 

Het (rechts)gevolg van het aanwijzen van een interferentiegebied is dat kleine gesloten systemen een vergunningplicht krijgen. Buiten interferentiegebieden geldt alleen een meldingsplicht voor het plaatsen van kleine gesloten systemen. Grote gesloten systemen (> 70 kW) hebben ook buiten interferentiegebieden een vergunningplicht. De gemeente geeft voor de gesloten systemen de omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) af. Gemeenten en provincies kunnen beleidsregels vaststellen voor de bij hen vergunningsplichtige systemen, zowel gesloten als open systemen. Hierdoor kan een gericht en sturend beleid ten aanzien van bodemenergie worden gevoerd, met name in interferentiegebieden maar ook daarbuiten.

De Ministerraad heeft ingestemd met het ontwerpbesluit. De voorgenomen datum van inwerkingtreding is 1 juli 2012. Het concept besluit is gepubliceerd in de Staatscourant 2011, nr. 4830, van 5 april 2011.

lucht

Ontwerpbesluit bodemenergiesystemen

In april 2011 in het ontwerpbesluit bodemenergiesystemen gepubliceerd in Staatscourant 2011, nr. 4830. Beoogde datum van inwerkingtreding is 1 juli 2012. 

Lozen bij aanleg en onderhoud van bodemenergiesystemen

 

Kenniscentrum InfoMil