Afvloeiend hemelwater inrichtingen
Handboek water
Inhoud pagina: Afvloeiend hemelwater inrichtingen
De activiteit 'lozen van hemelwater' betreft het lozen van hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. Het gaat dan om een bodembeschermende voorziening die is voorgeschreven op grond van het Activiteitenbesluit of de vergunning. Afstromend hemelwater afkomstig van een vloeistofdichte verharding die niet is voorgeschreven moet behandeld worden als zijnde normaal afstromende hemelwater waar artikel 3.3 Acitiviteitenbesluit onverkort op van toepassing is.
Bij een aantal activiteiten, zoals bijvoorbeeld de op- en overslag van goederen, worden specifieke voorwaarden gesteld aan het afstromend hemelwater, ook als het niet van een bodembeschermde voorziening afkomstig is. Deze voorschriften gaan voor op artikel 3.3 Acitiviteitenbesluit.
Vindplaats
§3.1.3 Activiteitenbesluit (AB): artikel 3.3. Het gaat in deze activiteit alleen om doelvoorschriften. De MR bevat geen vertaling naar middelvoorschriften. Bijbehorende delen uit de originele nota van toelichting bij het activiteitenbesluit vindt u hier: nota van toelichting artikel 3.3.
Als het lozen in het vuilwaterriool in een vergunning was toegestaan, dan treedt het overgangsrecht van artikel 6.18 AB in werking. Bestaande hemelwaterlozingen, van voor 1-1-2008, zijn gelegaliseerd met artikel 6.18 lid.
Met Staatsblad 2009, nr. 479 zijn de artikelen 3.3 en 6.18 AB per 1-1-2010 enigzins gewijzigd. Dit heeft echter geen inhoudelijke gevolgen. Zie hiertoe de wijziging met de toelichting: wijziging artikel 3.3 en 6.18.
Aanverwante wetgeving
In een gemeentelijk riolering plan (GRP) is lokaal beleid over de zorgplicht voor hemelwater vastgelegd. Hier is bepaald of hemelwater al dan niet gescheiden van vuilwater wordt ingezameld. Het vuilwaterriool kan hier dus aangewezen zijn als hemelwaterriool. In het GRP kan ook bepaald zijn dat de gemeente overgaat tot gescheiden inzameling met de doelstelling geen hemelwater meer via het vuilwaterriool in te zamelen, eventueel vertaald in een gemeentelijk verordening.
Uitgangspunt is altijd BBT (beste beschikbare techniek): Afstromend hemelwater wordt bij voorkeur ter plaatse terug in het milieu gebracht door lozing in de bodem, oppervlaktewater of hemelwaterriool, eventueel na tijdelijke berging. De lozer dient er voor te zorgen dat het hemelwater bij de afstroming niet onnodig vervuild.
Het is verboden hemelwater op het vuilwaterriool te lozen, behalve als de lozing reeds voor 1-1-2008 plaatsvond en de situatie niet bij maatwerkvoorschrift op grond van artikel 6.18 is gewijzigd.
Oppervlakken waarvan het hemelwater afstroomt dienen dusdanig schoon gehouden te worden dat het hemelwater niet onnodig vervuild raakt.
Aftromend hemelwater van een bodembeschermende voorziening mag, zonder expliciete toestemming, niet geloosd worden in bodem, oppervlaktewater of schoonwaterriool. Dit afvalwater dient behandeld te worden als bedrijfsafvalwater.
- Is er sprake van een bodembeschermende voorziening zoals bedoeld in artikel 2.9?
Dit kan de volgende voorzieningen betreffen:
- voorschreven in de regeling (bijvoorbeeld art. 3.27, lid 1);
- voorgeschreven bij maatwerkvoorschrift op grond van het besluit;
- verplicht op grond van de omgevingsvergunning bij een type C-inrichting;
- verplicht op grond van de Provinciale Milieuverordening. - Wordt geloosd op het vuilwaterriool:
- en vond de lozing reeds plaats voor 1-1-2008: dan is de lozing toegestaan!
- lozing van na 1-1-2008 is slechts toegestaan indien geen andere redelijke lozingsroute beschikbaar is. - Komt de lozing overeen met het gemeentelijk beleid zoals verwoord in het GRP.
- Wordt bij hemelwaterlozing aan de zorgplicht voldaan? Geen onnodige vervuiling tijdens het afstromen van hemelwater.
Mocht bij een bedrijf het bedrijfsterrein voortdurend slecht schoon gehouden worden, waardoor vervuild hemelwater wordt geloosd dan op grond van de zorgplicht, artikel 2.1 AB, een maatwerkvoorschrift opgelegd worden waarin het schoonhouden van het terrein wordt geregeld. Hierop kan vervolgens gehandhaafd worden.
Aandachtspunten bij de controleaspecten
De waterbeheerder is bevoegd gezag voor de lozingen in het oppervlaktewater; het Wm-bevoegd gezag moet toezien op alle overige lozingsroutes, inclusief de lozing in een hemelwaterriool. De waterbeheerder moet vervolgens weer toezien op de lozingen vanuit de hemewaterstelsels in het oppervlaktewater. De gemeente is verantwoordelijk, als lozer, voor de lozing vanuit het hemelwaterstelsel via het Besluit lozen buiten inrichtingen. Sommige openbare hemewaterstelsel lozen in de bodem. De gemeente is in dat geval zowel de lozer als bevoegd gezag.
Van belang is ook om toe te zien dat de lozing overeenkomstig het gemeentelijke beleid zoals verwoord in het GRP is. Als de lozing nog plaats vind in het vuilwaterriool en in het gemeentelijk beleid wordt gestreefd het hemelwater zoveel mogelijk af te koppelen van het vuilwaterriool, dan kan dit verplicht worden met een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 6.18 Wm. Dit is vooral van belang bij inrichtingen waarvoor de provincie bevoegd gezag is. Van de provincie mag dan verwacht worden dat het beleid volgens het GRP van desbetreffende gemeente wordt toegepast op onderhavig bedrijf.
Bij controle en toezicht is een goede samenwerking tussen waterbeheerder en Wm-bevoegd gezag zeer gewenst. Indien het bedrijfsterrein waarvan het hemelwater afstroomt verontreinigd is zal ook het aftromende hemelwater dat geloosd wordt in het oppervlaktewater verontreinigd raken. Onder droge omstandigheden kan de waterbeheerder dan moeilijk optreden omdat geen lozing in het oppervlaktewater plaats vindt. Gezien de situatie zal het dan duidelijk zijn dat zodra het gaat regenen er vervuild regenwater geloosd gaat worden. Het Wm-bevoegd gezag kan het bedrijf dan beter aanspreken op het preventieve gedrag om het bedrijfsterrein schoon te houden.
Opbouw inspectie
- Gemeente en waterbeheerder maken goede afspraken.
- Is de lozing conform het geldende GRP
- Wordt het terrein voldoende schoon gehouden waardoor het afstromend hemewater niet onnodig wordt verontreinigd.
- Zijn er onjuiste aansluitingen. Wordt er bijvoorbeeld vuilwater op een hemelwaterriool geloosd.
- Stel prioritaire bedrijven of bedrijventerreinen vast en neem daarin mee welke gebieden ongerioleerd zijn.
- Bezoek bedrijven en geef voorlichting en beoordeel de feitelijke situatie binnen de inrichting, kijk naar afvoer hemelwater vanaf het dak en afvoer van verharde maar ook onverharde terreindelen.
- Geef advies over verbetering van de situatie.
- Voer na geruime tijd een hercontrole uit.
Zie voor een nadere toelichting op de invulling van het hemelwater- en grondwaterbeleid onze handleiding gebiedsgericht beleid voor lozingen van hemelwater en grondwater. Een ingekorte versie van bovengenoemde informatie is te downloaden als handhavingskaart, u kunt deze kaart meenemen bij een bedrijfsbezoek.

