Inwendig reinigen van tanks, tankwagens, vrachtwagens en andere transportmiddelen
Handboek water
Inhoud pagina: Inwendig reinigen van tanks, tankwagens, vrachtwagens en andere transportmiddelen
Het inwendig reinigen van tanks, tankwagens, vrachtwagens en andere transportmiddelen is binnen de reikwijdte van paragraaf 4.8.1 van het Activiteitenbesluit uitsluitend toegestaan bij inrichtingen waar de wagens geladen of gelost worden. Bij deze inrichtingen vinden dus reeds handelingen met deze producten plaats, waardoor er ook afvalwater verontreinigd met deze producten ontstaat, bijvoorbeeld van reinigingsactiviteiten. De paragraaf is dus niet van toepassing op tankreinigingsbedrijven.
Indien relevant, en dat is het geval als het milieurelevante stoffen betreft, zijn in dit besluit voorschriften opgenomen met betrekking tot de lozing van dit afvalwater.Dit betreft het inwendig reinigen van tanks en tankwagens, vrachtwagens waarin onverpakt vlees is vervoerd en het reinigen van vuilnis- en veegwagens.
Foto:Dibo Nederland, Waardenburg
§4.8.1. Activiteitenbesluit (AB) artikel 4.104. Bijbehorende delen uit de originele nota van toelichting bij het activiteitenbesluit vindt u hier:nota van toelichting artikel 4.104.
Met Staatsblad 2009, nr. 479 is de paragraaf uitgebreid met het inwendig reinigen van vrachtwagens waarin onverpakt vlees is vervoerd. Daartoe is de paragraaftitel aangepast en zijn artikelen 4.104a en 4.104b ingevoegd (toelichting op de wijziging). Verder is een artikel 6.34c toegevoegd, gericht op het overgangsrecht voor vetafscheiders (toelichting op de wijziging).
Met Staatsblad 2010, nr. 781 is de paragraaf uitgebreid met het inwendig reinigen van vuilnis- en veegwagens. Daartoe is artikel 4.104c ingevoegd (toelichting op de wijziging)
Inwendig reinigen van tanks en tankwagens
Als het gaat om producten die in geconcentreerde vorm worden aangeleverd en verdund worden toegepast, kan het eerste inwendige spoelwater veelal worden gebruikt als verdunningswater van datzelfde product. Het Activiteitenbesluit biedt daarnaast de mogelijkheid om het reinigingswater op dezelfde wijze te lozen als het binnen de inrichting vrijkomende afvalwater van soortgelijke samenstelling.
Inwendig reinigen van vrachtwagens waarin onverpakt vlees is vervoerd:
Het is verboden te lozen:
- in het hemelwaterriool, oppervlaktewater, op of in de bodem;
- zonder toepassing van een vetafscheider en slibvangput conform NEN-EN 1825-1 en 2.
Het verbod onder 1 kan voor lozen in het oppervlaktewater worden opgeheven met een watervergunning, voor lozen in een hemelwaterriool of in de bodem met een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 2.2 AB. Het verbod onder 2 geldt niet indien voor een reeds geplaatste (vóór 1 januari 2010) vetafscheider met slibvangput die is geplaatst en wordt gebruikt conform NEN 7087 (overgangsrecht artikel 6.34c).
Inwendig reinigen van vuilnis- en veegwagens:
Het is verboden:
- te lozen in het hemelwaterriool, oppervlaktewater, op of in de bodem;
- afvalwater dat meer dan 300 mg/l onopgeloste bestanddelen bevat te lozen in het vuilwaterriool.
Het verbod onder 1 kan voor lozen in het oppervlaktewater worden opgeheven met een watervergunning, voor lozen in een hemelwaterriool of in de bodem met een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 2.2 AB.
Bij inwendig reinigen van vrachtwagens waarin onverpakt vlees is vervoerd:
Slibvangput en vetafscheider aanwezig?
- Nee, dan moet dit zijn toegestaan met een maatwerk op grond van artikel 4.104a lid 3 (als er zeer weinig vrachtwagens worden gereinigd). Grove bestanddelen moeten dan wel worden afgevangen, bijvoorbeeld met een zeef.
- Ja, dan voldoet de slibvangput/vetafscheider aan en wordt gebruikt volgens NEN-EN 1825.
- Ja, bestaande slibvangput/vetafscheider (geplaatst vóór 1 januari 2010) voldoet aan en wordt gebruik volgens NEN 7087.
Aspecten bij eenmalige controle (bij oprichting of verandering van de inrichting of plaatsing van nieuwe afscheider):
- Juiste dimensionering van de afscheider;
- Correcte plaatsing van de afscheider: aan- en afvoerleidingen zijn goed aangesloten;
- Alleen afvalwater afkomstig van deze activiteit wordt door de afscheider geleid. Dus geen afvalwater van sanitair lozen of regenwater via de afscheider.
- Regelmatig verwijderen van afgescheiden afvalstoffen en correcte afgifte. Volgens NEN-EN 1825-1 en 2 moet de vetafscheider eens per maand geleegd worden. Artikel 4.104a lid 2 geeft mogelijkheid tot lagere frequentie, mits de goede werking is gewaarborgd.
Herhaalde routinecontroles (goed beheer van de installatie):
- In de NEN-EN-1825 is als verplichting opgenomen dat de afscheider eens per maand volledig wordt geleegd en op gebreken wordt gecontroleerd. Dit kan overigens, zie artikel 4.104a lid 2, aangescherpt of versoepeld worden.
- Visueel: is afscheider beschadigd of aangetast?
- Fysieke controle: Meting sliblaag en vetlaag. Volgens de NEN mag de slibopvangruimte voor maximaal 50 % gevuld zijn en vetopslagruimte (tussen de schotten) voor maximaal 80%. Dit laatste komt in het algemeen overeen met een vetlaagdikte van ca. 16 cm. Als deze (ook door de fabrikant per type bepaalde) grenzen overschreden worden wordt de afscheider niet goed onderhouden.
Aandachtspunten bij de controleaspecten
- Bij 1 t/m 3 is aandacht in de (ver)bouwfase van belang. De lozingssituatie moet in de bouwfase in de rioleringtekening worden opgenomen. Bouwinspectie kan benut worden in de vorm van een "wachtmoment" (bouwinspectie term). De plaatsing wordt gecontroleerd waarna de aannemer verder kan bouwen. Herstel van een foutieve installatie na de oplevering van een gebouw kan hiermee voorkomen worden.
Bij verbouw is herberekening van de dimensionering wellicht nodig. Correcte plaatsing is ook: rekening houden met afstand tot bron en riolering i.v.m. het vereiste van niet te heet afvalwater, want dat tast de goede afscheiding van vetten aan. - Bij 4 en 5 is sprake van administratief toezicht v.w.b. afvaldocumenten, eventuele instructie van personeel en borging daarvan in de organisatie.
- Bij 6 en 7 is sprake van fysiek toezicht.
Gecertificeerde bedrijven laten een uitvoerig onderhoudsdocument achter, waarin ook voor inspectie waardevolle informatie staat. (bijv. mankementen aan de afscheider). Onderhoud door een Kiwa gecertificeerd bedrijf is overigens niet verplicht. Meting van de vetlaagdiktes kan bijvoorbeeld met een peilstok of laagdiktemeter. Monstername is niet aan de orde: er is geen lozingseis van 300 mg/ltr. meer van toepassing.
