Lozen van grondwater bij ontwatering

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Handboek water > Activiteiten > Lozen per activiteit > Lozen van grondwater bij ontwatering

Lozen van grondwater bij ontwatering

Handboek water

Inhoud pagina: Lozen van grondwater bij ontwatering

Bij lozing van grondwater bij ontwatering gaat het om lozingen die vrijkomen bij bronneringen en water uit drain- en drainagebuizen. Drainage van bijvoorbeeld sportvelden om het hemelwater af te voeren wordt beschouwd als afstromend hemelwater; daar zijn deze voorschriften dus niet op van toepassing. Bij bronneringen wordt het grondwater weggepompt om werkzaamheden in de bodem onder de grondwaterstand te kunnen uitvoeren. Dit kunnen kleinschalige kortdurende activiteiten zijn die na een paar uur zijn afgerond, zoals het uitgraven van een boomstronk of een reparatie aan het riool. Het kunnen echter ook grootschalige projecten zijn. Bijvoorbeeld in de bouw, waar (zeer) grote hoeveelheden grondwater worden weggepompt, zoals bij de ontwatering van een gebied om het bouwrijp te maken. Er zijn ook (bouw)objecten ten behoeve waarvan voortdurend gebronneerd moet worden, omdat er anders problemen ontstaan door de opdrukkende kracht van het grondwater.

Met de inwerkingtreding van het Besluit lozen buiten inrichtingen per 1 juli 2011 worden alle lozingen ten gevolge van bodemsaneringen geregeld met gelijke algemene regels. Alleen bij IPPC-inrichtingen moeten de voorschriften worden opgenomen in de  vergunning: watervergunning bij lozen in het oppervlaktewater en rechtstreeks op de RWZI en omgevingsvergunning voor de overige lozingsroutes.

bronnering 

Vindplaats

De algemene regels zijn gelijk voor inrichtingen en daar buiten.

Voor Inrichtingen het Activiteitenbesluit: de voorschriften in § 3.1.2 Lozen van grondwater bij ontwatering, artikel 3.2.
De meldingsvereisten in artikel 1.10 (algemeen) en artikel 1.13 (specifiek). Lozen korter dan 48 uur wordt aangemerkt als inrichting type A (artikel 1.2, onder h 80) en inrichtingen type A hoeven niet te melden op grond van artikel 1.4. 

Daar buiten het Besluit lozen buiten inrichtingen: de voorschriften in § 3.2 Lozen van grondwater bij ontwatering, artikel 3.2.
De meldingsvereisten in artikel 1.10 (algemeen) en artikel 1.12 (specifiek).

De Regeling bij deze besluiten bevat geen voorschriften voor deze activiteit.

Wijzigingen en formele toelichting

Lozen van grondwater bij ontwatering is vanaf het begin, 1 januari 2008, opgenomen in het Activiteitenbesluit. Een toelichting op het voorschrift is te vinden in het Staatsblad 2007, nummer 415 bij artikelgewijze toelichting bij bronnering.

Met ingang van 1 januari 2010 is er in het Activiteitenbesluit een kleine wijziging doorgevoerd. 'Onopgeloste bestanddelen' is veranderd in 'onopgeloste stoffen' en de titel van de paragraaf is aangepast: wijziging bepalingen bronnering.

Met de inwerkingtreding van het Besluit lozen buiten inrichtingen, per 1 juli 2011, zijn ook de voorschriften in het Activiteitenbesluit voor deze activiteit aangepast. Zo zijn de meldingsvereisten aangepast, waardoor geen melding noodzakelijk is als korter dan 48 uur geloosd wordt en is de zuurstof-eis bij lozen in het oppervlaktewater komen te vervallen. Laatste kan nog altijd bij maatwerkvoorschrift op grond van de zorgplicht geregeld worden als dat nodig is in het belang van het milieu. In artikel 1.13 Activiteitenbesluit zijn de specifieke zaken die gemeld moeten worden verdwenen. Dit is echter slechts schijn, er moet hetzelfde gemeld worden als voorheen, alleen nu op basis van het algemene meldingsartikel 1.10. Voor "activiteiten en processen" in lid 3 kan "lozen" gelezen worden, waardoor dezelfde gegevens aangeleverd moeten worden. Bovendien is het onderscheid in lozingseisen tussen aangewezen en niet-aangewezen oppervlaktewateren vervallen. De toelichting in het Besluit lozen buiten inrichtingen voor deze activiteit en de wijziging daarvan in het Activiteitenbesluit is te vinden in het Staatsblad 2011, nr 153.

Aanverwante wetgeving

Dwarsverbanden zijn er met de gemeentelijke zorgplichten voor hemel- en grondwater, die met de Wet gemeentelijke watertaken zijn geïntroduceerd, aanvankelijk in de Wet op de waterhuishouding, en uiteindelijk in de Waterwet. Daarnaast is de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater volgens artikel 10.29a Wm van belang en de daaraan gerelateerde verordeningsbevoegdheid van gemeenten, die ook bij deze activiteit toegepast kan worden. Dit alles krijgt op lokaal niveau vorm in het Gemeentelijk rioleringsplan.

Verboden en voorwaarden

Bronnering/ontwatering is over het algemeen een tijdelijke activiteit, die enige uren tot enige maanden duurt. Er zijn echter ook situaties waarbij gedurende zeer lange tijd grondwater geloosd wordt.
In beginsel is grondwater schoon en hoort dus niet thuis in het vuilwaterriool, vandaar in beginsel het verbod tot lozen in het vuilwaterriool. Alle overige lozingsroutes zijn, onder bepaalde voorwaarden, toegestaan. Soms is het grondwater verontreinigd en dan zullen op grond van de zorgplicht aanvullende eisen moeten worden gesteld. De meldingstermijnen zijn afhankelijk van de duur van de lozing.

Lozingseisen en meldingstermijnen bij lozen ten gevolge van ontwatering 

Lozingsroute

Eisen aan de lozing naast de zorgplicht

Meldingstermijn afhankelijk van de duur van de lozing

< 48 uur

< 8 weken

Langer

Bodem

Geen

Geen

Oppervlaktewater

  • Geen visuele verontreiniging,
  • < 50 mg onopgelost per liter

Geen

5 dagen vooraf

4 weken vooraf

Schoonwaterriool

  • < 5 mg ijzer per liter,
  • < 50 mg onopgelost per liter

Geen

5 dagen vooraf

4 weken vooraf

Vuilwaterriool

  • < 5 m3 per uur,
  • < 300 mg onopgelost per liter

Geen

5 dagen vooraf

lozingsverbod ophefbaar met maatwerkvoorschrift of verordening

Visuele verontreiniging betreft vooral bruinkleuring door oxidatie van ijzerzouten. In het hemelwaterriool is dat niet zichtbaar, daarom is daarvoor een grenswaarde aan ijzer opgenomen.

Controle-aspecten

  1. Het is een lozing van grondwater bij ontwatering en het is niet afkomstig van een bodemsanering of een proefbronnering;
  2. Er wordt niet geloosd op het vuilwaterriool tenzij:
    a. korter dan 8 weken en minder dan 5  m3/uur wordt geloosd, of
    b. bij maatwerkvoorschrift of gemeentelijke verordening.
  3. Bij bodemlozing is geen sprake van overlast;
  4. Controle op de voorschriften per verwijderingsoptie (zie voor de lozingsnormen bovenstaande tabel)

Opmerkingen bij de parameters:

Het debiet per uur moet gemeten kunnen worden met bijvoorbeeld een debietmeter, maar de pompcapaciteit staat ook op de pomp (zie ook artikel 3.2 lid 12 AB). Voor de onopgeloste stoffen wordt in de praktijk ook wel een bezinkbak toegepast voordat de feitelijke lozing plaatsvindt. Ontijzering kan via goede beluchting en daarna toepassen van een cascade, maar minder kostbaar is bijvoorbeeld na de beluchting het afvalwater door strobalen of een bak met grind te laten stromen.

Aandachtspunten bij de controle-aspecten

Bij lozen op oppervlaktewateren is de waterbeheerder bevoegd gezag. Deze activiteit leent zich voor signaaltoezicht door bijvoorbeeld bouw en milieu.  Er kan een regionaal beleid voor lozingen zijn vastgesteld dat afwijkt van de voorkeur volgens de Wm en de uitwerking daarvan in de Besluiten. In het algemeen zal dit beleid zijn vastgelegd in het GRP.

Opbouw inspectie

  1. Toezicht op binnengekomen meldingen of een projectcontrole.
  2. Toets de locaties waar bouwactiviteiten bij bedrijven aan de orde zijn en waar de grondwaterstand bronnering aannemelijk maakt.
  3. Toets de binnengekomen meldingen op mogelijkheden voor de verwijdering en vergelijk die met de gemelde activiteit. Bespreek dit met de melder en informeer over de voorschriften.
  4. Controleer ter plaatse of men conform de melding werkt en controleer de naleving van de normen uit de tabel.
  5. Registreer in verband met de maximale duur in sommige voorschriften de aanvang en bewaak de termijn middels hercontrole.
    In beide situaties is goede kennis van het rioolstelsel (gemeente) en de aanwezige oppervlaktewateren (waterkwaliteitsbeheerder) van belang.

Meting en monstername

Meting van de diverse parameters is in het algemeen niet nodig, omdat de eventuele verontreiniging van het grondwater op een bepaalde locatie wel bekend is bij bevoegd gezag. Het geloosde debiet moet soms wel gemeten worden, maar dat kan met een simpele debietmeter. Als de pomp een maximaal debiet van 5 m3 per uur heeft, weet je op voorhand dat het op dit gebied altijd goed zit.

Nadere informatie

Een samenvatting van bovenstaande vindt u op de handhavingskaart. U kunt deze kaart meenemen bij een bedrijfsbezoek. Daarnaast nog een aantal foto's van bronneringen om u te oriënteren: foto's van een inspectiebezoek

ontwatering 

 

Kenniscentrum InfoMil