Op -en overslaan van goederen
Handboek water
Inhoud pagina: Op -en overslaan van goederen
Het opslaan en overslaan van goederen vindt veelvuldig plaats, zowel binnen inrichtingen als daarbuiten. Vanwege het transport over water vindt deze activiteit vaak in de nabijheid van oppervlaktewater plaats. De algemene regels voor lozingen afkomstig van de op- en overslag van goederen binnen inrichtingen zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit en daar buiten i het Besluit lozen buiten inrichtingen. In de Nederlandse wetgeving is ‘lozen' een zeer breed begip dat verder gaat dan het lozen van (afval)water. Het brengen van stoffen in het oppervlaktewater in het algemeen ziet de wetgeving als lozen. Dus als vanuit de opslag of bij het overslaan goederen verstuiven / verwaaien en in het oppervlaktewater geraken is sprake van lozen volgens de Waterwet. De waterkwaliteitsbeheerder is hiervoor het bevoegd gezag.

Vindplaats
- Activiteitenbesluit: § 3.3.6. Opslaan en overslaan van goederen, artikelen 3.31 tm. 3.40. Deze activiteit is per 1-1-2011 verplaatst van hoofdstuk 4 naar hoofdstuk 3. De artikelgewijze toelichting bij deze artikelen staat in Staatsblad 2010, nr. 781. Voor 1-1-2010 stond deze activiteit, in een andere vorm, in § 4.1.5 van het Activiteitenbesluit.
- Regeling bij Activiteitenbesluit: § 3.3.5 , artikelen 3.39 tm 3.55. De artikelgewijze toelichting bij deze artikelen staat in Staatscurant 2010, nr. 19592. Voor 1-1-2010 stond deze activiteit, in een andere vorm, in § 4.1.5 van de Activiteitenregeling.
- Besluit lozen buiten inrichtingen: artikel 3.13. De artikelgewijze toelichting in Staatsblad 2011, nr. 153.
- Regeling lozen buiten inrichtingen: artikel 2.16 en 2.25. De artikelgewijze toelichting in Staatscourant 2011, nr. 6888.
Toepassingsgebied
Omdat opslaan en overslaan van goederen zowel binnen als buiten inrichtingen plaats vindt, zijn hiervoor zowel in het Activiteitenbesluit als in het Besluit lozen buiten inrichtingen voorschriften opgenomen. Inhoudelijk zijn deze voorschriften gelijk, maar veel voorschriften vindt u het Besluit lozen buiten inrichtingen niet terug omdat bepaalde activiteiten altijd bij een inrichting plaats vinden. Zo leidt het gebruik van mechanisch transport er al snel toe dat sprake in van een inrichting.
De algemene regels in de besluiten vervangen vrijwel alle gevallen de vergunningplicht volgens de Waterwet. Uitzondering hierop is de op- en overslag bij IPPC-bedrijven en op- en overslag in een inrichting in de nabijheid van een niet-aangewezen oppervlaktewater.
Verder zijn deze voorschriften van toepassing op alle op- en overslag van inerte goederen, zowel bij inrichtingen als daarbuiten. Zie de tabel regelgeving op -en overslag waar een en ander is samengevat.
Voor type A en B inrichtingen zijn deze voorschriften van toepassing zover het niet is geregeld in de volgende paragrafen van het Activiteitenbesluit :
- 3.3.4: Opslag van propaan in tanks;
- 3.3.5: Opslag van diverse vloeistoffen in ondergrondse tanks;
- 3.3.7: Opslag van gedemonteerde airbags en gordelspanners bij autodemontagebedrijven;
- 4.1.1: Opslag van gevaarlijke stoffen en bodembedreigende stoffen in verpakking niet zijnde vuurwerk, vaste kunstmeststoffen, asbest, gedemonteerde airbags en gordelspanners en andere ontplofbare stoffen;
- 4.1.2: Opslag van vuurwerk en andere ontplofbare stoffen;
- 4.1.3: Opslag stoffen in opslagtanks;
- 4.1.4: Parkeren van vervoerseenheden;
- 4.1.7: opslag van vaste kunstmest.
Voor type C-inrichtingen is deze paragraaf uitsluitend van toepassing als het autodemontage, een zuiveringtechnisch werk of een gemeentelijk afvalstoffendepot betreft en niet is geregeld in de volgende paragrafen:
- 3.3.4: Opslag van propaan in tanks
- 3.3.5: Opslag van diverse vloeistoffen in ondergrondse tanks
- 3.3.7: Opslag van gedemonteerde airbags en gordelspanners bij autodemontagebedrijven.
In artikel 3.34 Activiteitenbesluit worden voorwaarden gesteld aan het lozen van afvalwater dat in contact is geweest met in de buitenlucht opgeslagen bulkgoederen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in aangewezen en niet aangewezen bulkgoederen. Afstromend hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening wordt in het algemeen geregeld met artikel 3.3 van het AB, maar daar is, in het eerste lid onder b, opgenomen dat dit artikel niet van toepassing is bij op- en overslag.
Buiten inrichtingen is het uitgangspunt dat er zelden niet-inerte goederen worden op- of overgeslagen. Daarvoor zijn dus ook geen voorschriften opgenomen. De zorglpichtbepaling volgens artikel 2.1 is hier bepalend en op grond daarvan kan eventueel een maatwerkvoorschrift gesteld worden.
Verboden en voorwaarden
Op- en overslag nabij oppervlaktewater
Bulkgoederen worden in de buitenlucht zodanig op- of overgeslagen dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat deze in het oppervlaktewater geraken (art. 3.32, onder c, Activiteitenbesluit en artikel 3.13, vierde lid, Besluit lozen buiten inrichtingen).
Bij buitenopslag wordt hieraan voldaan als:
- geen opslag binnen 2 meter van oever of kaderand plaatsvindt, of
- een deugdelijke keerwand aanwezig is én er geen product tussen de keerwand en kade of oever ligt.
Bij het laden of lossen van schepen wordt hieraan voldaan als:
- het schip tegen de wal ligt, of
- het schip met de wal wordt verbonden door een ponton of een morsklep, of
- er geen overslagbewegingen boven open water plaats vinden, en
- het schoonmaken van de grijpers plaatsvindt zonder dat overslagresten of spoelwater in het oppervlaktewater terechtkomt.
Zie artikel 3.41 Activiteitenregeling en artikel 2.18 Regeling lozen buiten inrichtingen.
De Activiteitenregeling beschrijft in de artikelen 3.47 tm 3.55 en de Regeling lozen buiten inrichtingen in de artikelen 2.20 tm 2.25 een aantal, verplichte en erkende maatregelen om stofemissies als gevolg van verstuiven en verwaaien te beperken, afhankelijk van de stuifklasse van de goederen en aard van de op- of overslag.
In de maatregelentabel op- en overslag is een overzicht opgenomen van de maatregelen die in verschillende situaties genomen moeten worden. De maatregelen om stofemissies te beperken vinden hun basis in de NeR. Nadere informatie vindt u in de factsheets.
Controleaspecten
Wordt voorkomen dat bulkgoederen in het oppervlaktewater kunnen geraken?
Controleer of bij de buitenopslag, bij het laden en lossen afdoende maatregelen zijn getroffen.
Visuele check op verstuiven / verwaaien (stofontwikkeling) van goederen. Als dit toch optreedt, dan toetsen of de verplichte maatregelen ter beperking van stofemissies zijn genomen.
Betreft het op- of overslag van inerte goederen?
De tabel in de Activiteitenregeling is niet uitputtend, dus ook stoffen niet op deze lijst voorkomen kunnen ze inert zijn. Het criterium daarvoor is de definitie volgens artikel 1.1 van het Activiteitenbesluit. Inerte goederen zijn: goederen die geen bodembedrijgende stoffen, gevaarlijke stoffen of CRM-stoffen zijn.
Betreft het op- of overslag van niet inerte goederen?
Wordt voldaan aan de grenswaarden volgens tabel 3.34 van het Activiteitenbesluit.
