Zeefdrukken
Handboek water
Inhoud pagina: Zeefdrukken
Het principe van zeefdrukken is vrij eenvoudig: de beelddrager wordt gevormd door een fijn gaasweefsel van polyester of metaal, zeer strak opgespannen op een frame. Hierop wordt langs fotochemische weg een zodanig sjabloon aangebracht dat de niet drukkende delen van het beeld zijn afgedekt. De overige delen bestaan uit open mazen. Door deze open mazen wordt d.m.v. een kunststof strip inkt doorgedrukt naar het onderliggende substraat.
Eén van de belangrijke punten waarin de zeefdruk zich onderscheidt van andere druktechnieken, is dat in de zeefdruk vrijwel elk type inkt in vrijwel elke inktlaagdikte op vrijwel elk type substraat gedrukt kan worden. Dit substraat kan bovendien nog dik of zelfs gebogen zijn. Ook hele voorwerpen als bijvoorbeeld bierkratten en vuilcontainers kunnen in zeefdruk worden bedrukt. Het ligt dan ook voor de hand dat de zeefdruktechniek niet uitsluitend voor grafisch werk wordt toegepast, doch ook in de industrie, als onderdeel van een andersoortig productieproces.
Zeefdrukkerijen met rotatiezeefdruk en zeefdrukkerijen met een uitstoot van meer dan 10.000 kilogram VOS per jaar zijn volgens het Besluit omgevingsrecht, Bijlage 1, onderdeel C, categorie 16 vergunningplichtig.
De voorschriften met betrekking tot afvalwater afkomstig van zeefdrukkerijen staan in:
§ 4.7.2 Activiteitenbesluit (AB): artikel 4.91 en, 4.92, en
§4.7.1 Regeling bij Activiteitenbesluit (MR): artikel 4.101
De relevante delen uit nota van toelichting bij het orginele Activiteitenbesluit (sStaatsblad 2007, nr. 415, vindt u hier: Nvt. zeefdrukken. In het orginele Activiteitenbesluit was in artikel 4.91, tweede lid, sprake van «sojaboonverwijdering» dat is met Staatsblad 2008, nr. 326 herstelt in «sjabloonverwijdering».
Aanverwante wetgeving
Beroepsmatige gebruikers van milieugevaarlijke stoffen dienen daar zorgvuldig mee om te gaan, Deze zorgplicht is uitgewerkt in artikel 4.92 AB. Het lozen van oplosmiddelen en inkten dient zoveel mogelijk voorkomen te worden door procesmatige scheiding van het verwijderen van de inkt en het strippen van het zeefsjabloon. Afvalstoffen ten gevolge van het verwijderen van inkt is gevaarlijk afval. Hierop is titel 10.6 Wet milieubeheer (Wm) van toepassing:
-afgifte aan een erkende inzamelaar: art. 10.37 Wm;
-het bewaren van de gegevens daaromtrent: art. 10.38 Wm
Het is verboden afvalwater van zeefdruk te lozen in een hemelwaterriool, oppervlaktewater of bodem, tenzij het bij maatwerkvoorschrift op grond van artikel 2.2 expliciet is toegestaan. Bij lozen in het oppervlaktewater is een watervergunning vereist.
Lozing van waterbezwaarlijke stoffen moet zoveel mogelijk worden voorkomen door het toepassen van preventiemaatregelen waardoor verontreinigende stoffen zoveel mogelijk worden teruggehouden. Voorbeeld van preventie is het procesmatig scheiden van inktresten en het strippen van sjablonen, reinigen met oplosmiddelen en daarna pas lozing van het laatste “dunne” spoelwater in het vuilwaterriool.
Controleaspecten
- Is procesmatige scheiding van verwijderen van inkt en strippen van sjablonen aan de orde en geborgd? (bijvoorbeeld instructie personeel); (art. 4.91. lid 2 AB)
- De MR geeft aan dat aan het doelvoorschrift in ieder geval wordt voldaan als de inkt aan de machine wordt verwijderd (1e stap) en één van de volgende technieken wordt toegepast: automatische drukvormwasinstallatie of een drukvormspoelmeubel. (zie ook de foto’s)
- Worden gebruikte reinigingsmiddelen als afvalstof afgegeven aan erkende inzamelaar? (art. 10.37 en 10.38 Wm)
- Wordt het laatste spoelwater geloosd op het vuilwaterriool? (art. 4.91 lid 2 AB)
- Is een doelmatige controlevoorziening aanwezig? (art. 4.91 lid 3 AB)
- Is productinformatie (veiligheidsinformatiebladen) van de in de drukkerij gebruikte grondstoffen en hulpstoffen aanwezig en wordt getoetst aan de ABM methode (art. 4.92 AB) in combinatie met art. 4.91 AB?
Aandachtspunten bij de controleaspecten
Stel vooraf het soort bedrijf vast (type B of C-inrichting).
Richt u op de correcte uitvoering van de processtappen en de levering van stofinformatie inclusief de doorwerking naar de bedrijfsvoering (good housekeeping). Een stof mag alleen geloosd worden als de waterbewaarlijkheid van de stoffen is getoetst aan de ABM-methodiek. Dit staat vermeld op de veiligheidsinformatiebladen.
De waterbezwaarlijkheid van de stoffen wordt vastgesteld door middel van de ABM methode. Meer informatie hierover is te vinden op ww.helpdeskwater.nl De ABM methode geeft als mogelijk saneringsresultaat: A, B of C, waarin A staat voor niet lozen, B staat voor lozing minimaliseren (BBT technieken) en C staat voor lozing minimaliseren. Bij zeefdruk is in de praktijk vaak sprake van B en/of C stoffen. Carcinogene stoffen zijn verboden en komen in de praktijk niet veel meer voor.
Opbouw inspectie
- Dossieronderzoek (o.a. informatie stoffen/ veiligheidsinformatiebladen, welk zeefdrukproces, controlevoorziening, rioleringstekening uit bijvoorbeeld een vergunningaanvraag of melding);
- Onderzoek procesvoering in bedrijf;
- Beoordelen beschikbare milieu-informatie van grond- en hulpstoffen;
- Check regelmatige afvoer van afvalstoffen, gebruikt reinigingsmiddel;
- In uitzonderingsgevallen: neem een monster uit de controlevoorziening.
Meting en monstername
Monstername: In beginsel niet meer nodig is. Eventueel alleen nog voor indicatief onderzoek of er zwarte lijst stoffen geloosd worden. Dit zal in de praktijk niet vaak voorkomen. Monsterneming moet voldoen aan de NEN 6600-1 (artikel. 2.3, tweede lid, AB)
Nadere informatie
Een samenvatting van bovenstaande vindt u op de handhavingskaart, u kunt deze kaart meenemen bij een bedrijfsbezoek. Tevens kunt u hier foto's van een inspectiebezoek vinden.
Casus
Milieu-inspecteurs van gemeente en waterschap bezoeken samen een zeefdrukkerij. Dit bedrijf blijkt geen activiteiten uit bijlage 1 uit te voeren en is dus een type B inrichting. Voorheen had het bedrijf een Wm en een Wvo-vergunning. Nu valt het bedrijf onder het activiteitenbesluit. De inspecteurs leggen de consequenties van de overgang naar algemene regels vanuit beide overheden aan de drijver van de inrichting uit. Met de komst van de Waterwet per 22-12-2009 is de waterbeheerder geen bevoegd gezag meer voor lozingen in rioolstelsels. De waterbeheerder mag echter nog als toezichthouder optreden.
Tijdens de controle blijkt een feitelijk onzorgvuldig en slordig handelen doordat zichtbaar inktresten in grote hoeveelheid in het afvalwater belanden. Kennelijk wordt niet eerst de inkt van het raam weggeschraapt. Dat is ook niet door het bedrijf met medewerkers goed afgesproken zo blijkt uit gesprekken. Er is geen schriftelijke instructie voor opgesteld. Daarbij wordt geconstateerd dat een controle voorziening voor een doelmatige bemonstering niet toegankelijk is omdat er een installatie overheen is gebouwd. Naar aanleiding van de constatering dat er kennelijk veel inktresten worden weggespoeld, wat te zien is in de spoelvoorziening, wordt er gevraagd naar de milieu-informatie van de gebruikte stoffen. Deze is niet voor handen.
Het niet voor handen hebben van de benodigde milieu-informatie is een overtreding van art. 4.92 AB. De belemmering van de toegang tot de controlevoorziening maakt dat deze, al is die aanwezig, niet als doelmatig kan worden beschouwd. Een overtreding van artikel art. 4.91 lid 3 AB. Om meer zekerheid te krijgen over de lozing kan worden gevraagd wat er met de uitgewerkte reinigingsmiddelen gebeurt. Wordt dit afgevoerd dan moet het bedrijf afgiftebewijzen kunnen overleggen ( artikel 10.38 Wm). Stel een termijn vast voor een hercontrole. In verband met het tekort in het naleefgedrag is een nieuwe controle binnen 1 jaar noodzakelijk.
