Lozen (van afvalwater)

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Handboek water > Thema's > Lozen (van afvalwater)

Lozen (van afvalwater)

Handboek water

Inhoud pagina: Lozen (van afvalwater)

Lozen is in de Nederlandse wetgeving een breed begrip (zie begrippen). Het omvat het brengen van afvalwater en andere afvalstoffen in oppervlaktewater, bodem of riolering. Afvoeren van afvalwater per as is geen lozen, maar moet gezien worden als het afgeven van afvalstoffen waar de afvalstoffenregelgeving onverkort op van toepassing is (zie afbakening met afvalstoffenwetgeving).

Per 1 juli 2011, met de inwerkingtreding van het Besluit lozen buiten inrichtingen, wordt het merendeel van de lozingen geregeld met algemene regels volgens drie besluiten, die qua systematiek naadloos op elkaar aansluiten. De besluiten zijn geordend naar doelgroep. De meest risicovolle lozingen blijven vergunningplichtig, waaronder in elk geval het lozen vanuit IPPC-inrichtingen.

De verschillende lozingsroutes kennen nog wel verschillen in de wettelijke grondslag en soms het bevoegd gezag. Lozingen vanuit agrarische bedrijven vormen nog een buitenbeentje. De vernieuwing van de regelgeving daarvoor is nog niet afgerond, maar daar wordt aan gewerkt.

De meeste lozingen worden geregeld met algemene regels op grond van drie amvb's: het Activiteitenbesluit, het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen. De systematiek van deze besluiten sluit naadloos op elkaar aan. Ze onderscheiden zich van elkaar met de doelgroep waarop ze gericht zijn.

Met het activiteitenbesluit is de regulering van afvalwaterlozingen drastisch gestroomlijnd. Lozingen vanuit een inrichting worden in beginsel met het Activiteitenbesluit geregeld, uitgezonderd lozingen vanuit IPPC-bedrijven en lozingen in het oppervlaktewater waarvoor in het besluit geen voorschriften zijn opgenomen.

Op 1 juli 2011 is het Besluit lozen buiten inrichtingen van kracht geworden. In dit besluit zijn regels opgenomen voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer. Lozingen binnen inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit.

Particuliere huishoudens zijn een zeer omvangrijke doelgroep waar de afvalwaterwetgeving op van toepassing is. Alle nationale regelgeving voor deze doelgroep is samengebracht in één besluit.

Het Activiteitenbesluit is nog niet van toepassing op agrarische bedrijven. Dat zal op termijn wel het geval zijn. Op dit moment vallen de lozingen ten gevolge van agarische activiteiten nog onder diverse besluiten, afhankelijk van de lozingsroute en de aard van de activiteit.

De meeste lozingen worden geregeld met algemene regels, maar voor de meest risicovolle lozingen blijft een voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag, in de vorm van een vergunning, vereist. Afhankelijk van de lozingsroute is dat de watervergunning of de omgevingsvergunning.

Integrated Pollution Prevention and Control (IPPC)-inrichtingen zijn vergunningplichtig op grond van de Wet milieubeheer en, in geval er een directe lozing in het oppervlaktewater plaats vindt, de Waterwet. Vanaf 1-10-2010 maakt de Wm-vergunning onderdeel uit van de omgevingsvergunning.

In beginsel zijn er drie lozingsroutes, rioolstelsels, oppervlaktewater en bodem. Iedere lozingsroute heeft  zijn eigen kenmerken en soms een onderscheidelijk bevoegd gezag. 

Alhoewel de afvalwaterregelgeving sterk vereenvoudigd is, blijft het een complexe materie waar veel aspecten bij elkaar komen en op elkaar inspelen. Hier vindt u een schematische voorstelling van de afvalwaterregelgeving met linken naar uitgebreidere informatie in dit Handboek water.

lucht

Afvalwater in schema

 

Kenniscentrum InfoMil