Lozen vanuit huishoudens
Handboek water
Inhoud pagina: Lozen vanuit huishoudens
Per 1 januari 2008 zijn alle lozingen vanuit particuliere huishoudens geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Het besluit is gebaseerd op de Wet milieubeheer, de Wet Bodembescherming en de Waterwet, die op 22 december 2009 de Wet verontreiniging oppervlaktewateren heeft vervangen. Tegelijkertijd is de bij dit Besluit behorende Regeling lozing afvalwater huishoudens van kracht geworden. Het Besluit regelt alle lozingssituaties die bij een particulier huishouden aan de orde kunnen zijn, zowel in het stedelijk gebied als in het buitengebied. In de Regeling lozing afvalwater huishoudens is de normstelling voor septic tanks conform NEN-EN 12566-1 opgenomen. Voorheen werden de lozingen vanuit huishoudens geregeld met het Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen, het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater en het Lozingenbesluit bodembescherming. Eerste besluit is ingetrokken en laatste twee besluiten zijn niet meer van toepassing op lozingen vanuit particuliere huishoudens, en zullen worden ingetrokken bij d opname van de vernieuwde regels voor agrarische activiteiten in het Activiteitenbesluit (verwacht juli 2012).
Werkingssfeer van het besluit
De regels uit het Besluit lozing afvalwater huishoudens hebben betrekking op alle soorten afvalwater die bij particuliere huishoudens vrijkomen, zoals:
- Afvalwater van het gebruik van toilet, keuken, badkamer (huishoudelijk afvalwater);
- Afvloeiend hemelwater van daken van woningen en van het erf;
- Afvalwater van autowassen voor de deur, schoonspoelen van de afvalcontainer, verversen van het zwembadwater en andere reinigingsactiviteiten rondom het huishouden;
- Overtollig grondwater dat wordt verzameld en geloosd om grondwateroverlast te voorkomen.
Let wel, dat zodra activiteiten bedrijfsmatig worden uitgevoerd niet het Besluit lozing afvalwater huishoudens van toepassing is, maar het Besluit lozen buiten inrichtingen. Bijvoorbeeld een bedrijf dat de vuilniswagen volgt om de afvalcontainers op straat te reinigen moet dus voldoen aan de regels volgens het Besluit lozen buiten inrichtingen. Als iemand zijn eigen afvalcontainer voor de deur op straat reinigt, nadat die is geleegd in de vuilniswagen, is het Besluit lozing afvalwater huishoudens van toepassing.
Alle lozingen vanuit particuliere huishoudens worden geregeld op grond van het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Uitzondering hierop vormen de lozingen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten en het lozen ten gevolge van een bodemsanering of proefbronnering, ook bij particuliere huishoudens is daarop het Besluit lozen buiten inrichtingen van toepassing (artikel 2, vijfde lid, onder c en d, Besluit lozing afvalwater huishoudens).
Voor lozingen vanuit particuliere huishoudens is dus nooit een individuele vergunning of ontheffing nodig. Over het algemeen zullen lozingen vanuit particuliere huishoudens voldoen aan de algemene regels van het besluit. Slechts in bijzondere situaties zal individueel maatwerk nodig zijn. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als de lozing vanuit een huishouden plaatsvindt op een oppervlaktewater dat ten aanzien van lozingen bijzondere bescherming behoeft (artikel 11), of wanneer de lozing direct in het grondwater plaatsvindt (artikel 3).
Daarnaast biedt artikel 7, derde lid, en artikel 10, derde lid, de mogelijkheid om binnen 40 meter van de riolering een directe lozing in de bodem of het oppervlaktewater toe te staan. Deze uitzondering is uitsluitend bedoeld voor situaties waar nieuwe riolering wordt aangelegd binnen 40 m afstand van een bestaande directe lozing in het oppervlaktewater of de bodem. Indien dat huishouden loost via een adequate en nog niet afgeschreven zuiveringvoorziening (IBA) kan deze lozing, bij maatwerkvoorschrift, nog voor een beperkte termijn worden toegestaan, waarna aansluiting op de riolering aan de orde is. Er kan natuurlijk ook een regeling met de lozer getroffen worden waarbij de lozer gecompenseerd wordt voor directe aansluiting op de riolering zodra die in de buurt ligt.
Ook artikel 4, de zorgplicht, biedt een mogelijkheid tot het stellen van een maatwerkvoorschrift. Dit kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als er binnen het huishouden hobbymatige activiteiten van dusdanig omvang plaatsvinden, en ten gevolge waarvan geloosd wordt, die niet meer gezien kunnen worden als normale huishoudelijke activiteiten en bovendien bezwaarlijk voor het milieu zijn. Eventueel kunnen dan bij maatwerkvoorschift op grond van artikel 4, tweede lid, voorwaarden aan de lozing worden gesteld.
Deze maatwerkmogelijkheid kan eventueel ook toegepast worden om bij een individueel huishouden het afvloeiend hemelwater af te koppelen van het vuilwaterriool, als een andere lozingsroute beschikbaar is. Het is dan wel wenselijk dat daar een vastgesteld beleid aan ten grondslag ligt, bijvoorbeeld in het gemeentelijk rioleringsplan. Het heeft natuurlijk de voorkeur dat afkoppeling op vrijwillige basis plaats vindt.
Met de gemeentelijke verordening hemel- en grondwater kan hetzelfde gerealiseerd worden voor een groep huishoudens, zoals een bepaalde wijk of straat, maar ook een hele gemeente.
Het besluit regelt zowel indirecte als directe lozingen vanuit huishoudens. De regels voor de indirecte lozingen zijn gebaseerd op de Wm, de regels voor directe lozingen op of in de bodem zijn gebaseerd op de Wet bodembescherming en de regels voor directe lozingen in het oppervlaktewater op de Waterwet. Voor deze laatste categorie is de waterbeheerder bevoegd gezag, voor indirecte en bodemlozingen is dat de gemeente.
Bepalingen voor indirecte lozingen
Het te lozen afvalwater mag de doelmatige werking van het riool of andere voorzieningen voor het beheer van afvalwater niet belemmeren. Dit komt overeen met de vangnetbepaling die, voorafgaande aan dit besluit, voor indirecte lozingen gold op grond van andere besluiten, zoals het Besluit lozingsvoorschriften niet-inrichtingen. Specifieke stoffen worden in het Besluit lozing afvalwater huishoudens niet genoemd, maar het mag duidelijk zijn dat het lozen van schoonmaakdoekjes, frituurvet, wegwerpluiers etc. niet is toegestaan. Tevens is in artikel 6 een verbod opgenomen voor het in de riolering of op een zuiveringtechnisch werk lozen van huishoudelijk afvalwater dat afvalstoffen bevat die door versnijdende of vermalende apparatuur zijn versneden of vermalen (de vermalers in de gootsteen). In een brief aan de Tweede Kamer heeft de toenmalige Staatssecretaris nogmaals het belang van dit lozingsverbod aangegeven.
Overigens worden hier geen versnijdende pompen bedoeld bij aansluiting op een drukriolering. In dat geval vindt de versnijding namelijk plaats met het oog op de doelmatige werking van de riolering (geen verstopping) en niet om afvalstoffen in de riolering te brengen.
Bepalingen voor directe lozingen
In lijn met de huidige lozingenbesluiten stelt het besluit dat huishoudelijk afvalwater niet op of in de bodem of in het oppervlaktewater mag worden geloosd als er binnen 40 meter een openbaar vuilwaterriool of ander zuiveringtechnisch werk ligt en aansluiting hierop mogelijk is. In het geval er geloosd wordt op of in de bodem of in het oppervlaktewater, moet het afvalwater door en zuiveringsvoorziening (IBA) worden geleid. Waaraan die zuiveringsvoorziening en, in geval van bodemlozingen, infiltratievoorziening moeten voldoen is bepaald in de bijbehorende Regeling lozing afvalwater huishoudens. Het is op grond van het besluit toegestaan een andere voorziening te plaatsen als deze tenminste gelijkwaardig is. Dit is ter beoordeling van het bevoegd gezag.
Alleen voor lozingen in het oppervlaktewater bestaat de mogelijkheid (artikel 11, vierde lid) om, op verzoek van de lozer, tijdelijk met een niet-gelijkwaardige voorziening te volstaan. Het bevoegd gezag zal per individueel geval moeten beoordelen of dit niet tot ongewenste situaties leidt. Naar aanleiding van een kamervraag heeft de minister, in verband met de rioleringsproblematiek van de gemeente Moerdijk, een toelichting op deze mogelijkheid gegeven: Verslag van een schriftelijk overleg (dd. 13 februari 2008).
Bij lozingen van huishoudelijk afvalwater in het oppervlaktewater biedt het besluit ook de mogelijkheid om, in het geval dat oppervlaktewater bijzondere bescherming behoeft, verdergaande zuivering op te leggen door middel van een maatwerkvoorschrift (artikel 11, derde lid). Voor de aanwijzing van de wateren die ten aanzien van lozingen bijzondere bescherming behoeven wordt aangesloten bij het Activiteitenbesluit (artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b). In bijlage 2 van de Regeling bij het Activiteitenbesluit is een lijst opgenomen van wateren die ten aanzien van lozingen geen bijzondere bescherming behoeven, voor alle overige wateren geldt dit wel. Voor bodemlozingen is deze mogelijkheid niet opgenomen.
Op grond van het besluit moeten directe lozingen van huishoudelijk afvalwater worden gemeld (artikel 13). Onder het Lozingenbesluit Wvo huishoudelijk afvalwater waren nieuwe lozingen in het oppervlaktewater vergunningplichtig en moesten bestaande lozingen worden gemeld. De meldingsplicht geldt nu ook voor nieuwe bodemlozingen. Voorafgaand aan dit besluit waren bodemlozingen van huishoudelijk afvalwater zonder melding toegestaan, mits werd voldaan aan de bepalingen volgens het Lozingenbesluit bodembescherming. De meldingsplicht geldt uitsluitend voor de lozing van huishoudelijk afvalwater, dus niet voor hemelwater of overtollig grondwater.

