Systematiek algemene regels voor lozen

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Handboek water > Thema's > Lozen (van afvalwater) > Systematiek algemene regels voor lozen

Systematiek algemene regels voor lozen

Handboek water

Inhoud pagina: Systematiek algemene regels voor lozen

Verreweg de meeste lozingen worden geregeld met drie amvb's, die qua systematiek naadloos op elkaar aansluiten, maar een eigen doelgroep hebben:

  • het Activiteitenbesluit voor inrichtingen
  • het Besluit lozing afvalwater huishoudens voor particuliere huishoudens en
  • het Besluit lozen buiten inrichtingen voor de rest.

Hier vindt u een uitleg van de algemene systematiek voor lozingen.

Systematiek

In de drie besluiten is een onderscheid gemaakt in lozen in het vuilwaterriool en overig lozen: in het oppervlaktewater, in het schoonwaterriool, in en op de bodem.

Samengevat:

Lozen in vuilwaterriool is toegestaan, mits wordt voldaan aan:

  • de voorschriften per activiteit en
  • de zorgplicht.

Overig lozen is verboden, tenzij:

  • expliciet toegestaan onder de voorwaarden van een besluit, of
  • toegestaan bij maatwerkvoorschrift volgens artikel 2.2 (bodemlozingen en lozingen op een schoonwaterriool), of
  • toegestaan met ontheffing op grond van artikel 10.63 Wm (alleen bij Besluit lozen buiten inrichtingen en zal binnenkort vervallen), of
  • toegestaan met watervergunning (direct lozen in het oppervlaktewater).

De voorschriften in de besluiten zijn ingedeeld naar activiteiten. Vooral bij lozen in het vuilwaterriool worden bij veel activiteiten geen uitgewerkte voorschriften gesteld, waardoor alleen de zorgplicht als voorwaarde geldt. Voor huishoudelijk afvalwater en afvalwater, dat daar qua biologische afbreekbaarheid mee overeenkomt, ligt dat voor de hand, want daar is het vuilwaterriool met achterliggende RWZI voor bedoeld. Als in een afvalwaterstroom een bepaalde kritische verontreiniging te verwachten is worden er ook voorschriften gesteld. Bijvoorbeeld bij de bereiding van voedingsmiddelen voor directe consumptie (horeca, kantine) is vet in het afvalwater te verwachten, daarom wordt een vetafscheider voorgeschreven.

Zorgplicht

De zorgplicht voor de lozer staat in:

Bij de opzet van deze besluiten is er doelbewust voor gekozen de milieuaspecten niet tot in detail te regelen. Dit heeft tot gevolg dat voor verschillende milieuaspecten geen concrete voorschriften zijn uitgewerkt. Voor deze situaties dient de zorgplicht. Hiermee wordt een belangrijke verantwoordelijkheid bij de lozer gelegd. Van hem wordt verwacht dat hij alles doet wat in redelijkheid van hem kan worden gevergd om nadelige gevolgen voor het milieu ten gevolge van de lozing te voorkomen. Daarnaast biedt dit artikel de mogelijkheid tot het stellen van een maatwerkvoorschrift voor alle zaken die niet concreet zijn geregeld.

Concreet betekent de zorgplicht bijvoorbeeld dat het lozen in het vuilwaterriool aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • de temperatuur niet hoger is dan 30°C
  • de zuurgraad: 6,5 < pH < 10
  • de sulfaatconcentratie lager dan 300 milligram per liter
  • geen brand- of explosiegevaar kan veroorzaken, of
  • niet door een beerput, rottingsput of septictank is geleid.

Deze voorwaarden zijn niet als concrete voorschriften in de besluiten opgenomen, omdat er vele situaties denkbaar zijn waar deze eisen sterk overdreven zijn. Zo zal de riolering en de RWZI geen enkel nadelig effect ondervinden als er een emmer water van 60°C is het riool wordt geloosd; bij een omvangrijke continue afvalwaterstroom van deze temperatuur zullen veelal wel onwenselijke effecten merkbaar zijn. Stoomwolken uit de rioolputten in de omgeving is dan wel het minste.

Bij de meeste activiteiten worden geen expliciete eisen gesteld aan potentieel schadelijke stoffen als Cd, Hg, PCB, etc., waarvoor eigenlijk een nullozing aan de orde is. Dit vanuit de overweging dat deze stoffen normaal niet bij deze activiteiten zullen voorkomen. Indien het afvalwater stoffen bevat, die niet expliciet geregeld zijn, biedt de zorgplicht de mogelijkheid deze stoffen alsnog aan te pakken. Afhankelijk van de bezwaarlijkheid van die componenten kan direct op grond van de zorgplicht handhavend worden opgetreden of kunnen bij maatwerkvoorschrift concrete voorschriften gesteld worden, die beter handhaafbaar zijn. Overigens geldt dit voor elke lozingsroute.

In de nota's van toelichting bij het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen wordt het volgende gezegd over de zorgplicht:

Interressant , in verband met handhaving op grond van de zorgplicht, is de volgende uitspraak van de Raad van State (in eerste aanleg): zaak 201012817/1/M1. Conclusie is dat handhaving op grond van de zorgplicht goed mogelijk is, maar dat het bevoegd gezag op enig moment concreet moet maken aan welke eisen voldaan moet worden.

 Maatwerkvoorschrift

Bij het stellen van maatwerkvoorschriften is artikel 8.40, tweede en derde lid, Wm van toepassing. Kortweg betekent dit dat slechts maatwerkvoorschriften mogen worden gesteld in het belang van de bescherming van het milieu, waarvan de bescherming van de kwaliteit van het oppervlaktewater een onderdeel is. De besluiten kennen drie soorten maatwerkvoorschriften:

  1. Een maatwerkvoorschrift op grond van de zorgplicht. In het zorgplichtartikel is aangeven voor welke aspecten een maatwerkvoorschrift mogelijk is. Deze maatwerkmogelijkheid kan niet toegepast worden als het betreffende aspect uitputtend geregeld is in het besluit
  2. Een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 2.2, lid 3, Activiteitenbesluit waarmee het verbod voor het lozen in een schoonwaterriool of in de bodem wordt opgeheven en voorwaarden worden gesteld waaronder de lozing mag plaatsvinden
  3. Een maatwerkvoorschrift waarvoor bij desbetreffende activiteit de mogelijkheid wordt geboden. Hierbij wordt in het artikel aangegeven in welke gevallen een maatwerkvoorschrift verleend kan worden en binnen welke bandbreedte voorschriften gesteld kunnen worden. In artikel 4.74 Activiteitenbesluit kan bijvoorbeeld bij maatwerkvoorschrift een grenswaarde hoger dan volgens kolom A, van tabel 4.74, worden vastgesteld, echter nooit hoger dan volgens kolom B van de tabel.

Uitgangspunt is dat terughoudend met maatwerkvoorschriften wordt omgegaan. Veelal zijn goede afspraken met de lozer voldoende. Mocht blijken van niet dan kan een maatwerkvoorschrift de oplossing bieden, omdat daar concreet handhaafbare voorschriften in kunnen worden opgenomen.

De nota's van toelichting bij het Activiteitenbesluit en het Besluit lozen buiten inrichtingen wordt het volgende gezegd over maatwerkvoorschriften:

Aangewezen oppervlaktewateren

In de besluiten wordt een onderscheid gemaakt in oppervlaktewateren, die met het oog op het lozen al dan niet bijzondere bescherming behoeven. Op grond van artikel 1.7, lid 1 onder b, Activiteitenbesluit is in bijlage 2 van de ministeriële regeling bij dit besluit een lijst opgenomen van oppervlaktewateren die in verband met lozingen geen bijzondere bescherming behoeven. In artikel 1.1 worden deze wateren aangeduid als "aangewezen oppervlaktewateren". Dit zijn de grotere oppervlaktewateren. Wateren die niet in bijlage 2 van de Regeling staan vermeld zijn de niet-aangewezen oppervlaktewateren en behoeven dus wel bijzondere bescherming in verband met lozen. Lozen op deze wateren zal in veel gevallen aan strengere eisen moeten voldoen of vergunningplichtig zijn.

In de voorschriften is aangegeven of ze van toepassing zijn op alle oppervlaktewateren of alleen op de aangewezen of niet aangewezen oppervlaktewateren. Het Besluit lozen buiten inrichtingen en het Besluit lozing afvalwater huishoudens verwijst voor ‘aangewezen oppervlaktewateren' naar de definitie van het Activiteitenbesluit.

Bodem versus oppervlaktewater

In de besluiten zijn ook de regels voor bodembescherming beter afgestemd op de regels voor direct lozen in oppervlaktewater of bodem dan in voorgaande besluiten. Bijvoorbeeld, het lozen van afvloeiend hemelwater in oppervlaktewater en bodem is zonder expliciete voorschriften toegestaan, tenzij dit afvloeiende hemelwater afkomstig is van een bodembeschermende voorziening. De overweging hierachter is als volgt. Indien een bodembeschermende voorziening nodig is kan het afvloeiende hemelwater kennelijk verontreinigd worden, waardoor ongezuiverd lozen niet acceptabel is. Als geen bodembeschermende voorziening nodig is, is er kennelijk geen gevaar voor bodemverontreiniging en kan dus ook zonder zuivering geloosd worden in het oppervlaktewater. Vooral bij de activiteit op- en overslag van goederen zijn de voorschriften ter bescherming van bodem en oppervlaktewater in vergaande mate op elkaar afgestemd.

lucht

Handhaven op de zorgplicht

De Raad van State heeft in een uitspraak, in eerste aanleg, aangegeven dat handhaven op grond van de zorgplicht, artikel 2.1 van het Activiteitenbesluit of het Besluit lozen buiten inrichtingen, goed mogelijk is. De uitspraak geeft echter ook enkele aandachtspunten voor de verdere afhandeling, vooral in het handhavingstraject, dan wordt van het bevoegd gezag concreetheid verwacht. Het betreft: zaak 201012817/1/M1

 

Kenniscentrum InfoMil