Waterkwaliteit

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Handboek water > Thema's > Waterkwaliteit

Waterkwaliteit

Handboek water

Inhoud pagina: Waterkwaliteit

De waterkwaliteit is de afgelopen decennia al sterk verbeterd, maar het water is nog niet overal schoon genoeg. De huidige problemen zijn vooral een overmaat aan nutriënten en vervuiling door vooral gewasbeschermingsmiddelen, verkeer op de weg en op het water, metalen gebruikt in diverse sectoren, maar ook bijvoorbeeld door resten van hormonen en medicijnen. Bovendien zijn er nog vervuilde waterbodems en blijven verstoring en intensieve visserij op zee problematisch.

Hogere temperaturen, vooral in combinatie met droogte, zijn ook nadelig voor de waterkwaliteit. De kans op algengroei en botulisme neemt toe. Met name in gecompartimenteerde wateren treden problemen op met de waterkwaliteit (blauwalgen) en het ecologisch functioneren.

Beleid

Ter bescherming en verbetering van de waterkwaliteit worden in het preventieve beleid maatregelen ingezet met betrekking tot zowel puntbronnen als diffuse bronnen. Dit gebeurt op basis van twee elkaar aanvullende beleidskaders:

  1. Een algemeen beleidskader dat van toepassing is voor alle wateren en bestaat uit twee sporen: het toepassen van beste beschikbare technieken (bbt), en waar nodig en mogelijk verdergaande maatregelen, met het oog op het bereiken van de gewenste waterkwaliteit.
  2. Een aanvullend beleidskader dat zich specifiek en via een planmatige aanpak op de toestand van waterlichamen richt, ter uitvoering van de Kaderrichtlijn Water.

Naast deze twee sporen wordt ook in het ruimtelijk spoor aandacht gegeven aan de waterkwaliteit, met name bij invulling van de watertoets. Zie verder op de site van Helpdesk Water bij  het watertoetsproces.

Langere termijn

Het kabinetsstandpunt over de ex ante evaluatie van de Kaderrichtlijn Water door het Planbureau voor de leefomgeving (2008): "Kwaliteit voor later" (download) maakt duidelijk dat ook na uitvoering van de maatregelen voor de eerste planperiode de onnatuurlijke inrichting van de Nederlandse  watersystemen én de hoge nutriëntengehalten, met name fosfaat, de belangrijkste beperkende factoren voor een goede waterkwaliteit blijven. Intensivering van reductie van emissies, mitigerende maatregelen en functiewijzigingen zijn noodzakelijk om in het landelijk gebied de waterkwaliteit verdergaand te verbeteren. Met name het laten hermeanderen van beken, de aanleg van (natte) natuurvriendelijke oevers, zuiveringsmoerassen en actief biologisch beheer in meren gericht op het wegvangen van een overmaat aan brasem lijken hiervoor kosteneffectieve maatregelen te zijn.

Zie ook: functies en waterkwaliteit

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil