Wateroverlast en ruimtelijke ordening
Handboek water
Inhoud pagina: Wateroverlast en ruimtelijke ordening
Het Nationaal Bestuursakkoord Water en de actualisatie van dit rapport (NBW Actueel) bevat een strategie om de waterbergingsopgave in 2015 gerealiseerd te hebben. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor het reserveren van ruimte voor waterberging in structuurvisies en bestemmingsplannen.
Los van de bestaande waterbergingsopgave dient in alle ruimtelijke plannen aandacht besteed te worden aan de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit wordt geborgd via de watertoets.
Waterberging in ruimtelijke plannen
Volgens het NBW Actueel worden ruimtelijke reserveringen voor waterberging opgenomen in het regionale waterplan (dat tevens structuurvisie in de zin van de Wet ruimtelijke ordening is) en in structuurvisies en bestemmingsplannen van gemeenten.
Regionaal waterplan
Het regionale waterplan is, voor wat betreft de ruimtelijke aspecten, een structuurvisie. Structuurvisies bevatten de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling op een bepaald ruimtelijk onderwerp. Regionale waterplannen bevatten dus de hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling van regionale watersystemen. Daarnaast maken provincies en gemeenten algemenere structuurvisies, waarin het ruimtelijke waterbeleid één van de onderdelen vormt.
De reservering van ruimte voor waterberging in structuurvisies vindt veelal plaats via de plankaart en via beleidsuitspraken. Op de plankaart worden gebieden aangeduid die waterbergingsgebied of zoekgebied voor waterberging zijn. In het beleidsdeel van de structuurvisie beschrijft de provincie of de gemeente specifieke voorwaarden voor die gebieden, bijvoorbeeld een beperking van de ontwikkeling van kapitaalintensieve functies.
Een structuurvisie bindt alleen het bestuursorgaan dat de visie heeft vastgesteld. Provinciale staten en de gemeenteraad zijn dus verplicht om zich aan de voornemens in hun structuurvisies te houden. Voor gemeenten geldt dit met name bij het vaststellen van bestemmingsplannen.
Structuurvisies van de provincie hebben daarnaast ook enige doorwerking naar ruimtelijke plannen van de gemeente. Bij het vaststellen van ruimtelijke plannen moet de gemeente voldoende onderzoek doen naar de relevante feiten. Ruimtelijke plannen van de gemeente moeten, net als andere bestuursrechtelijke besluiten, goed gemotiveerd worden. Een gemeente kan daarom niet zonder goede motivering afwijken van een provinciale structuurvisie.
Watertoets
Bij de voorbereiding van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de effecten van het plan op de waterhuishouding (artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening). Tevens moet het waterschap worden betrokken bij de voorbereiding van het plan (artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening). Via de watertoets wordt hieraan invulling gegeven. De watertoets is een proces van vroegtijdig informeren en overleggen, om te zorgen dat waterbelangen tijdig en expliciet worden meegewogen bij de vaststelling van het bestemmingsplan. De watertoets omvat in ieder geval een wateradvies van de waterbeheerder, dat wordt meegenomen in de waterparagraaf van het bestemmingsplan.
Bij het watertoetsproces let de waterbeheerder op alle wateraspecten. Het voorkomen of beperken van wateroverlast is een van die aspecten. Er zijn verschillende ruimtelijke maatregelen die het risico van wateroverlast verminderen:
- ruimte voor vasthouden van water bovenstrooms
- beperken van bouwen in lage en natte gebieden
- compensatie van versnelde afvoer van water door (nieuwe) verharding
- vrijhouden van waterlopen
- ruimte reserveren voor bergen van teveel water

