Verzilting versus zoetwater

Verzilting versus zoetwater

Handboek water

Inhoud pagina: Verzilting versus zoetwater

Gerelateerd aan watertekort en zoetwatervoorziening is de verziltingsbestrijding. Door een tekort aan de aanvoer van zoet water krijgt het zoute water de kans Nederland verder in te stromen. Dit leidt tot nadelige effecten op verschillende van water afhankelijke functies zoals de landbouw en de drinkwaterwinning.

Zoetwatervoorziening

Het waterbeheer in Nederland is erop gericht om voldoende zoet water van goede kwaliteit op de juiste plek te krijgen en houden. In hoog Nederland gebeurt dit door het verdelen van het Rijn- en Maaswater dat ons land binnenstroomt in combinatie met het benutten van het gebiedseigen oppervlaktewater en het aanwezige grondwater. In laag Nederland is het waterbeheer erop gericht om verzilting en zoutindringing via de Nieuwe Waterweg zo veel mogelijk te voorkomen. Dit zorgt, onder normale omstandigheden, ervoor dat de innamepunten voor zoet water (o.a. voor drinkwater) langs het Haringvliet, Hollandsch Diep, Spui (Bernisse) en de Hollandsche IJssel ook zoet blijven. Het ingelaten water heeft effect op de peilhandhaving, natuur en economisch gebruik (landbouw, drinkwater, industrie en energie).

Over de aan- en afvoer van zoet water tussen waterbeheerders worden afspraken gemaakt in waterakkoorden.

Actieve en passieve verzilting

Het westen en noorden van Nederland hebben te maken met verzilting. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in actieve en passieve verzilting.

  • Actieve verzilting is het gevolg van ingrepen in het watersysteem, bijvoorbeeld het herstel van de zoet-zoutgradiënt in de Zuidwestelijke Delta.
  • Passieve verzilting is het gevolg van indringend zeewater (externe verzilting) of zout kwelwater dat aan de oppervlakte komt (interne verzilting), waardoor het oppervlaktewater met name in laaggelegen gebieden verzilt.

Gevolgen

In de zomer zal, door de lagere rivierafvoeren, minder zoet water beschikbaar zijn voor het zoet spoelen van de sloten. Op termijn zou dit, zonder aanvullende maatregelen, gevolgen kunnen hebben voor de inlaat bij Gouda vanuit de Hollandse IJssel. Deze komt dan onder druk komt te staan en moet wellicht verplaatst worden (bron: het Nationaal Waterplan pagina 22).

Daarnaast heeft verzilting gevolgen voor het ruimtegebruik, voor de landbouw, natuur en daarmee ook voor het landschap. Bij landbouw moet men denken aan veranderingen in de beschikbaarheid van zoet water en/of toename van verzilting. Dit kan gevolgen hebben voor de gevoelige teelten, zoals de bomen- en de bollenteelt.

Naar verwachting zal de beschikbaarheid van zoet water afnemen. De mate waarin verschilt per regio. Daarnaast zal ook de verzilting in laag Nederland toe gaan nemen. Het gaat om interne verzilting, als het grondwater en/of oppervlaktewater verzilt door zout uit de ondergrond. Dit speelt zich met name af in het laaggelegen kustgebied. Ook gaat het om externe verzilting, waarbij door de stijging van de zeespiegel in combinatie met een lagere rivierafvoer in de zomer er sprake is van een binnendringende zouttong. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in de Nieuwe Waterweg.

Uiteindelijk raakt de zoetwaterproblematiek heel Nederland, want klimaatverandering vraagt om een heroverweging van de huidige strategie voor (zoet)watervoorziening en verziltingbestrijding. Aspecten die worden meegenomen bij de heroverweging zijn het vergroten van de regionale zelfvoorzienendheid, optimaliseren zoetwaterverdeling (onder meer de functie van het IJsselmeer) en een reële prijsbepaling voor de zoetwatervoorziening. Het waarborgen van de zoetwatervoorziening is, naast de bescherming tegen overstroming, een belangrijk onderdeel van het Deltaprogramma: Deelprogramma zoetwater

Maatregelen

Maatregelen die tegen verzilting worden genomen zijn het doorspoelen van sloten en andere wateren met zoet water dat vanuit het hoofdwatersysteem wordt aangevoerd. Het vasthouden van water is eveneens een belangrijke maatregel om watertekorten en de daarmee gepaard gaande verzilting te bestrijden. Ook lokale perceelmaatregelen als kwelreductie kunnen worden ingezet om verzilting tegen te gaan.

Via het Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) kan worden beoordeeld welke functie het beste past bij de aanwezige waterpeilen.

Kaart 11 NWP: Het wordt zouter
Kaart 11 Nationaal Waterplan: het wordt zouter (pag 87)

 

 

lucht

Meer informatie

 

Kenniscentrum InfoMil