Gevaar voor waterstaatswerken
Handboek water
Inhoud pagina: Gevaar voor waterstaatswerken
De Waterwet kent een afzonderlijke paragraaf voor calamiteiten in of rond het watersysteem. De artikelen in de Waterwet komen grotendeels overeen met de oude artikelen uit de Waterstaatswet 1900. De Waterwet verplicht de beheerder tot het opstellen en hebben van een calamiteitenplan, tot het zorg dragen voor oefeningen en - na een calamiteit - tot het herstellen van eventuele schade aan waterstaatswerken. Tevens geeft de Waterwet de beheerder de bijzondere bevoegdheid om alle maatregelen te nemen die de beheerder noodzakelijk acht ter afwending of beperking van het gevaar, zo nodig in afwijking van wettelijke voorschriften.
Afbakening
De calamiteitenregeling van de Waterwet is bedoeld voor alle mogelijke vormen van gevaar voor waterstaatswerken. Dat zijn natuurlijk dreigende overstromingen, maar bijvoorbeeld ook scheepsrampen of bedrijfsongevallen waarbij grootschalige verontreinigingen (dreigen te) ontstaan. Een enkele ‘vervuiling' is echter niet voldoende om ‘gevaar' in de zin van de Waterwet aan te nemen. Het moet gaan om "omstandigheden waardoor de goede staat van een of meer waterstaatswerken onmiddellijk en ernstig in het ongerede is of dreigt te geraken" (artikel 5.28 eerste lid, Waterwet). Natuurlijk staat de bescherming van het waterstaatswerk niet alleen; deze moet in het licht worden gezien van alle doelstellingen van de Waterwet.
Voor wat betreft de Noordzee heeft de Wet bestrijding ongevallen Noordzee voorrang op de bepalingen in de Waterwet.
Calamiteitenplan
Op grond van artikel 5.29 Waterwet moet iedere beheerder een calamiteitenplan opstellen. Het is een hulpmiddel voor de beheerder en diegenen die met de calamiteitenbestrijding en de coördinatie daarbij zijn belast. Alle soorten bedreigingen die zich in het watersysteem zouden kunnen voordoen, moeten in het plan opgenomen zijn. De verdere inhoudseisen van het calamiteitenplan worden gegeven in artikel 5.3 van het Waterbesluit . Het is van groot belang dat de calamiteitenplannen afgestemd zijn op soortgelijke plannen van andere overheden. Dit zijn met name calamiteitenplannen van aangrenzen de beheerders en de crisisplannen op grond van de Wet veiligheidsregio's. Heel belangrijk is hierbij ook een optimale samenwerking met andere betrokken bestuurorganen, politie, brandweer en andere nooddiensten.
Om goed voorbereid te zijn op calamiteiten houdt de waterbeheerder periodiek oefeningen. Hierdoor krijgt de beheerder de nodige ervaringen in het werken met het calamiteitenplan en met het optreden tijdens een situatie van gevaar.
Bevoegdheden bij gevaar
De Waterwet geeft de beheerder in artikel 5.30 Waterwet de bevoegdheid om, in geval van gevaar en zolang de daardoor ontstane situatie dit noodzakelijk maakt, maatregelen te treffen die hij nodig oordeelt, zo nodig in afwijking van wettelijke voorschriften. De beheerder kan dus wettelijke bepalingen schenden om bij calamiteiten aan zijn bijzondere overheidstaak te voldoen. Het optreden in strijd met wettelijke bepalingen moet dan wel echt noodzakelijk zijn en mag niet in strijd zijn met de Grondwet of met internationale verplichtingen.
Optreden door hoger gezag bij gevaar
Net als in de Waterstaatswet 1900 beschikken provincie en Rijk bij calamiteiten over aanwijzings- en indeplaatstredingsbevoegdheden. (artikel 5.31 Waterwet) De aanwijzings- en indeplaatstredingsbevoegdheden ten aanzien van gevaar kunnen worden uitgeoefend, indien het bestuur van een waterschap niet of niet voldoende optreedt bij gevaar. Gedeputeerde staten kunnen dus als toezichthouder bij gevaar in plaats van de waterschappen optreden. De minister van IenM kan op zijn beurt gebruikmaken van een bevoegdheid om voor de provincie op te treden als die naar zijn oordeel verzaakt.

