Peilbesluiten

Peilbesluiten

Handboek water

Inhoud pagina: Peilbesluiten

Het waterpeil heeft een sterke relatie met de ruimtelijke ordening, want het is van belang voor het grondgebruik. Bij het vaststellen van het gewenste peil dient rekening gehouden te worden met de eisen die de aan de grond gegeven bestemming (zoals natuur, landbouw of stedelijk gebied) stellen aan de drooglegging (het verschil tussen het maaiveld en het waterpeil). Daarnaast houdt de waterbeheerder natuurlijk rekening met de eisen die de ecologische kwaliteit van watersystemen en de aan watersystemen toegekende functies (zoals scheepvaart) stellen aan het waterpeil.

Op basis van artikel 5.2 van de Waterwet is het mogelijk de gewenste oppervlaktewaterpeilen vast te leggen. De waterbeheerders leggen het gewenste waterpeil vast in zogenaamde peilbesluiten. Dit is een voortzetting van de praktijk onder de Wet op de waterhuishouding (Wwh) artikel 16 (dd. 20-12-2009). Er zijn echter een aantal verschillen. Zo ging de Wwh in een peilbesluit uit van een statische waterstand, die (zoveel mogelijk) moest worden gehandhaafd. De Waterwet houdt een flexibele bandbreedte aan. Verder was het maken van peilbesluiten in de Wwh alleen verplicht voor  bepaalde oppervlaktewateren, terwijl dit in de Waterwet in principe ook kan gelden voor bepaalde grondwaterlichamen.De gebieden waarvoor een peilbesluit moet worden vastgesteld zijn aangewezen in de provinciale waterverordening.

Vanwege de verschillende belangen die met een peilbesluit worden behartigd, zal het gekozen peil vaak multifunctioneel van aard zijn. Een andere eis is dat het vastgestelde peil handhaafbaar is. In gevallen waarin men grote fluctuaties van het waterpeil door natuurlijke omstandigheden kan verwachten, is het niet reëel om een vast peil aan te houden.

Juridische status

Peilbesluiten komen tot stand na een openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) en zijn voor beroep vatbaar. Peilbesluiten die onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 5.2 van de Waterwet overeenkomstig artikel 16 van de Wet op de waterhuishouding van kracht waren, gelden als peilbesluiten op grond van de Waterwet. 

De rechtsbescherming tegen peilbesluiten viel, voor zover ze genomen worden door waterschappen, deels samen met de Waterschapswet artikel 148 (dd. 24-11-2009) en 153, waarin een aanvullende regeling voor het provinciaal toezicht was gegeven. De provincie kon op grond van artikel 148 van de Waterschapswet bij reglement bepalen dat peilbesluiten van waterschappen onderworpen waren aan goedkeuring door gedeputeerde staten. Voorheen was het zo, dat als de provincie dit niet deed, op grond van artikel 153 van de Waterschapswet (dd. 24-11-2009) administratief beroep open stond. Bij de Invoeringswet Waterwet is deze mogelijkheid van administratief beroep voor peilbesluiten uitgesloten door aanpassing van de Waterschapswet. Hoofdstuk XIX en artikel 153 Waterschapswet zijn komen te vervallen. Samengevat komt het erop neer dat peilbesluiten niet langer aan de provinciale goedkeuring zijn onderworpen en dat het administratief beroep is vervallen.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil