Primaire en niet primaire waterkeringen
Handboek water
Inhoud pagina: Primaire en niet primaire waterkeringen
De Waterwet geeft de veiligheidsnormen voor primaire waterkeringen. Voor aangewezen niet-primaire waterkeringen moeten ook veiligheidsnormen worden opgesteld vergelijkbaar met de normen voor primaire waterkeringen. De overstromingskans geeft de kans op overstroming door het bezwijken van een primaire waterkering en de overschrijdingskans geeft de kans op overstroming door het overschrijden van een bepaalde waterstand.
Normen voor primaire waterkeringen
Artikel 2.2 W aterwet geeft de veiligheidsnorm voor primaire waterkeringen. De normen komen zowel wat betreft het type als de hoogte overeen met de normen uit de Wet op de waterkeringen.
Voor primaire waterkeringen bestemd voor de directe kering van buitenwater wordt de norm in bijlage II bij de wet per dijkring bepaald (art. 2.2, eerste lid Waterwet). Deze is uitgedrukt in de technische termen van een zogenaamde ‘overschrijdingskans'. Dat is de gemiddelde kans per jaar dat de hoogste waterstand waarop de primaire waterkering moet zijn berekend wordt overschreden. Er zijn ook enkele primaire waterkeringen, die niet tot de directe kering van buitenwater zijn bestemd, omdat deze ofwel dienen ter compartimentering van een dijkring ofwel achter een andere primaire waterkering liggen. Voor deze kleinere categorie, die in de praktijk als ‘C-keringen' worden aangeduid, geldt op basis van het derde lid van artikel 2.2 Waterwet een instandhoudingdoelstelling van de veiligheid die erdoor geboden werd op het moment van inwerkingtreding van de Wwk.
De veiligheidsnormen zijn gericht tot de beheerder van de primaire waterkeringen. Dit is doorgaans een waterschap, behoudens enkele uitzonderingen zoals de Afsluitdijk, de Oosterscheldekering en de Maeslantkering die in beheer zijn bij het Rijk.
Type norm: overschrijdingskans en hydraulische randvoorwaarden
De mate van zorg die de beheerder volgens artikel 2.2, eerste lid Waterwet, heeft te betrachten wordt uitgedrukt in de technische termen van een ‘overschrijdingskans'. De beheerder heeft te zorgen dat de primaire waterkering in een zodanige toestand verkeert dat de gemiddelde kans per jaar op overschrijding van de hoogste waterstand waarop deze waterkering moet zijn berekend, in overeenstemming is of kleiner is dan de in bijlage II bij de Waterwet aangegeven overschrijdingskans. Deze norm kent dus drie variabelen: de ‘overschrijdingskans', de ‘hoogste waterstand waarop de kering moet zijn berekend' en ‘het waterkerende vermogen van de primaire waterkering zelf'.
- De overschrijdingskans is zoals gezegd voor elke dijkring wettelijk vastgelegd in bijlage II bij de Waterwet. Deze normen vinden hun inhoudelijke oorsprong in het werk van de Deltacommissie die na de overstromingsramp van 1953 was ingesteld.
- De ‘hoogste waterstand' waarop de kering moet zijn berekend betreft in belangrijke mate de aan natuurlijke factoren onderhevige ontwikkelingen van het buitenwater. Denk daarbij aan veranderingen in de omvang van de rivierafvoer, het niveau van de zeespiegel, wind, golfslag en dergelijke.
- Het ‘waterkerende vermogen', ten slotte, is de toestand van de primaire waterkering waarvoor de beheerder zorg heeft te dragen. Deze wordt concreet bepaald door de relatie vast te stellen tussen de ‘hoogste waterstand waarop de primaire waterkering moet zijn berekend' en de wettelijke overschrijdingskans die geldt voor de primaire waterkering. Deze relatie is dus cruciaal voor de bepaling van het waterkerende vermogen van de primaire waterkering.
Overstap van overschrijdingskans naar overstromingskans
Het tweede lid van artikel 2.2 Waterwet voorziet, net als voorheen de Wet op de waterkering (Wwk), in de mogelijkheid het type van technische norm te wijzigen van een overschrijdingkans naar de meer omvattende overstromingskans. Waar de overschrijdingskans enkel ziet op de kans op overstroming door het overschrijden van een bepaalde waterstand, ziet de overstromingskans op de kans op overstroming door het bezwijken van een primaire waterkering. In een overstromingskans zijn dan ook meerdere faalfactoren van een waterkering verdisconteerd.
Normen voor niet-primaire waterkeringen
In Artikel 2.5 Waterwet geeft de Minister van Verkeer en Waterstaat en provincies de opdracht ook voor daarbij aan te wijzen niet-primaire waterkeringen veiligheidsnormen vast te stellen, vergelijkbaar met de normen voor primaire waterkeringen. Uit de redactie "voor daarbij aan te wijzen andere dan primaire waterkeringen" blijkt dat er beleidsvrijheid is ten aanzien van de vraag voor welke niet-primaire waterkeringen veiligheidsnormen opportuun zijn. Voor waterkeringen in beheer bij het Rijk kan de aanwijzing en normstelling geschieden bij ministeriële regeling. Voor waterkeringen in beheer bij anderen dan het Rijk door de provincie bij verordening.
Evaluatie veiligheidsnormering
Op grond van artikel 2.13 Waterwet is de Minister van Verkeer en Waterstaat verplicht om periodiek de in bijlage II aangegeven veiligheidsnormen op doeltreffendheid en effecten te evalueren.

