Waterkwantiteit

Waterkwantiteit

Handboek water

Inhoud pagina: Waterkwantiteit

Het is belangrijk dat onze oppervlaktewateren voldoende bergings- en afvoercapaciteit hebben. Voor de regionale oppervlaktewateren wordt dit geregeld via provinciale waterverordeningen. Voor de grote rivieren in het beleidsplan Rijkwateren.

Soms is er geen sprake van veel water maar juist van een watertekort. In die gevallen geeft de Waterwet een prioritering van belangen in de verdringingsreeks. Deze verdringingsreeks geldt voor alle wateren.

Normen voor waterkwantiteit

Artikel 2.8 Waterwet bepaalt dat de provinciale verordeningen, met het oog op de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale oppervlaktewateren moeten zijn ingericht, normen stellen voor de gemiddelde overstromingskans per jaar van daarbij aan te wijzen gebieden. Het is hierbij niet de bedoeling een zeer gedetailleerde uitwerking te geven aan de desbetreffende afspraken uit het Nationaal Bestuursakkoord Water 2003 en de opvolger hiervan: het NBW Actueel. De betreffende normen zijn vastgesteld in de provinciale waterverordeningen.

Verdringingsreeks bij watertekorten

Nieuw is de wettelijke basis in artikel 2.9 Waterwet voor de zogenoemde verdringingsreeks, zoals deze in het Waterbesluit een plek heeft gekregen. Van een watertekort is sprake indien de vraag naar water vanuit de verschillende maatschappelijke en ecologische behoeften groter is dan het aanbod van water, waarbij het gaat om water van de kwaliteit die voor een bepaalde behoefte geschikt is. Voor koelwater speelt bijvoorbeeld de temperatuur een grote rol, voor landbouw het zoutgehalte en voor natuur de wens om zo weinig mogelijk gebiedsvreemd water in te hoeven nemen. Met name voor zoet water is een tekort denkbaar. Gelet op de potentieel grote gevolgen voor gebruikers (denk bijvoorbeeld aan beregeningsverboden voor de landbouw, beperkte vaardieptes voor de scheepvaart, beperkingen voor de industrie) is het daarom wenselijk in de Waterwet ook een regeling voor de verdeling van water in tijden van watertekorten op te nemen.

De verdringingsreeks, geldt voor alle wateren. Het is ter beoordeling van de beheerder of er feitelijk sprake is van een tekort in zijn beheergebied. De uitkomst van de beoordeling is een feitelijke constatering die op zichzelf nog geen rechtsgevolg heeft. Eventuele rechtsgevolgen ontstaan pas als gevolg van optreden van de beheerder. Voor rijkswateren is de Minister van Verkeer en Waterstaat de beheerder c.q. degene die een tekort aan rijkswater kan constateren. Een eerste indicatie kan worden afgeleid uit de afvoeren van de Rijn bij Lobith en van de Maas bij Maastricht. In de praktijk laat de minister zich in situaties van (dreigende) watertekorten adviseren door de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW). Als er een tekort wordt geconstateerd, zal het nog beschikbare water moeten worden verdeeld volgens de verdringingsreeks.

verdringingsreeks

Rijkswaterstaat (RWS) houdt ieder jaar in de periode april tot ongeveer september in de gaten hoe het zit met eventuele watertekorten. In samenwerking met het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KNMI) wordt regelmatig de huidige en verwachte situatie geschetst van de rivierafvoeren, watertemperaturen en het grondwater. Dit levert informatie op voor de droogteberichten. De droogteberichten vindt u op de website van de Helpdesk Water

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil