Samenloop van bevoegdheden

Samenloop van bevoegdheden

Handboek water

Inhoud pagina: Samenloop van bevoegdheden

Sinds de invoering van de Waterwet wordt voor een samenstel van handelingen in het watersysteem nog maar één watervergunning afgegeven. Ook als deze handelingen vallen in beheergebieden van verschillende bevoegde gezagen wordt de vergunning verleend door één bevoegd gezag.

In artikel 6.17 Waterwet  is een voorziening opgenomen voor gevallen waarbij sprake is van een samenstel van handelingen, waarvoor meer dan één bestuursorgaan bevoegd is voor de watervergunning. Een voorbeeld van zo'n samenstel van handelingen is de lozing door middel van een pijp, die door een waterkering loopt. Als het oppervlaktewaterlichaam waarop wordt geloosd niet door dezelfde beheerder wordt beheerd als de waterkering, dan zijn er twee bevoegde bestuursorganen in het spel.

Er wordt in dergelijke gevallen één watervergunning verleend door één bevoegd gezag. Dit bevoegde gezag is niet alleen bevoegd voor de vergunningverlening, maar ook voor de handhaving en toekomstige wijzigingen van de vergunning. Eens bevoegd gezag blijft bevoegd gezag. Zie: handhaving: taakverdeling. De watervergunning wordt in principe verleend door het hoogste betrokken bestuurorgaan. Een watervergunning waarvoor zowel de Minister van IenM als gedeputeerde staten bevoegd zijn, wordt dus in principe verleend door de minister. Als gedeputeerde staten en het dagelijks bestuur van een waterschap betrokken zijn, zijn gedeputeerde staten het bevoegde gezag. Als er sprake is van twee gelijkwaardige bestuursorganen (bijvoorbeeld de besturen van twee waterschappen) dan wordt de vergunning verleend door het bevoegde bestuursorgaan op wiens grondgebied de te vergunnen handeling in hoofdzaak plaatsvindt.

Let op!
De samenloopregeling is alleen van toepassing op handelingen die vergunningplichtig zijn. Handelingen waarvoor (in plaats van een vergunning) algemene regels zijn gesteld, vallen niet onder de samenloopregeling. In dergelijke gevallen zijn er voor het samenstel van handelingen verschillende bevoegde gezagen: het bevoegd gezag voor de watervergunning en het bevoegd gezag voor de toepassing van de algemene regels.

De betrokken bestuursorganen die op grond van artikel 6.17 Waterwet niet bevoegd gezag zijn, hebben het recht om advies te geven over de aanvraag of het ontwerpbesluit (art. 6.17 lid 3 Waterwet).

Op de hoofdregel dat het hoogste bestuursorgaan bevoegd gezag is, kunnen de betrokken bestuursorganen een uitzondering maken. De betrokken bestuursorganen kunnen gezamenlijk bepalen wie, in afwijking van de hoofdregel, het bevoegde gezag wordt (art. 6.17 lid 2 Waterwet). Een voorbeeld waarbij zo'n uitzondering wenselijk kan zijn is bij het lozen van verontreinigende stoffen op rijkswater (bevoegdheid Rijkswaterstaat), via een leiding door een waterkering die in beheer is bij een waterschap. Het veiligheidsaspect bij het doorboren van de waterkering kan belangrijker zijn dan de waterkwaliteitsaspecten van de lozing. In zo'n geval kunnen Rijkswaterstaat en het waterschap gezamenlijk besluiten dat het waterschap de watervergunning verleent, in afwijking van de hoofdregel.
Alle betrokken bestuursorganen moeten instemmen met het aanwijzen van het bevoegde gezag in afwijking van de hoofdregel. Als er geen overeenstemming bereikt wordt, geldt automatisch de hoofdregel.

lucht

Handreiking samenloop bevoegdheden watervergunning

dgWater van het ministerie van IenM (voorheen V&W), Rijkswaterstaat (RWS), de Unie van waterschappen (UvW) en het Interprovinciaal overleg (IPO) hebben voor de samenloop van bevoegdheden bij de watervergunning een handreiking opgesteld: Handreiking samenloop bevoegdheden watervergunning 

 

Kenniscentrum InfoMil