Planstelsel

Planstelsel

Handboek water

Inhoud pagina: Planstelsel

Het planstelsel zoals dat in hoofdstuk 4 van de Waterwet is opgenomen kent waterplannen en beheerplannen.

  • De waterplannen van Rijk en provincies geven het landelijke, respectievelijk regionale (strategische) waterbeleid weer. Voor het Rijk is dit het Nationaal Waterplan en voor de provincies zijn dit de Regionale Waterplannen. Het Nationaal Waterplan bevat ook een samenvatting van de vier stroomgebiedbeheerplannen en van het programma van maatregelen die zijn uitgewerkt in de plannen van provincies, waterschappen en gemeenten.
  • De waterbeheerplannen zijn operationeel van aard en worden opgesteld door Rijkswaterstaat en de waterschappen. Deze plannen leggen de condities vast om de strategische doelstellingen van het waterbeheer te realiseren en ze beschrijven concrete maatregelen. Tot het beheer wordt ook het beheer van waterkeringen gerekend.

In de plannen op grond van de Waterwet moeten de doelstellingen van de Waterwet (artikel 2.1 Waterwet), die verband houden met waterveiligheid, droogte en waterschaarste, chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen, en maatschappelijke functies worden afgewogen en uitgewerkt. Dit leidt tot aanwijzing van (delen van) watersystemen voor bepaalde functies (zie ook: functietoekenning) en een maatregelenprogramma ter realisering van de doelen. In de plannen worden de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW) uitgewerkt, en in de nabije toekomst de doelstellingen van de Richtlijn overstromingsrisico´s.

De plancyclus bedraagt, conform de KRW-plancyclus, zes jaar. De plannen en het daarbij behorende maatregelenprogramma dienen uiterlijk 22 december 2009 voor het eerst te zijn vastgesteld. In artikel 4.8 Waterwet is bepaald dat de plannen eenmaal in de zes jaar worden herzien. Ook is tussentijdse herziening mogelijk. De opgenomen maatregelen om te voldoen aan de KRW dienen uiterlijk drie jaar na vaststelling van de plannen operationeel te zijn.

De Waterwet staat voor meer samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De waterplannen van rijk en provincies zijn wat betreft ruimtelijke aspecten van het waterbeleid tevens structuurvisies op basis van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) (art. 4.1, 1e lid en art. 4.4 1e lid, zie ook: structuurvisie.  Het is daarom van belang dat het waterplan als structuurvisie ook sturende uitspraken bevat waarmee in ieder geval de politieke basis wordt gelegd voor het gebruik van Wro-instrumenten, zoals instructies, algemene regels en rijksinpassingsplannen.

Gemeenten zijn geen waterbeheer in de zin van de Waterwet, maar beschrijven hun watertaken ook in plannen. Hierbij gaat het om gemeentelijke rioleringsplannen waarin naast riool- en afvalwatertaken op grond van de Wet milieubeheer, de invulling van de gemeentelijke zorgplichten voor hemelwater en grondwater wordt beschreven. De grondslag voor het gemeentelijke hemelwater- en grondwaterbeleid is te vinden in de artikelen 3.5 en 3.6 van de Waterwet. Ruimtelijke aspecten van gemeentelijk waterbeleid komen terug in structuurvisies en bestemmingsplannen van gemeenten op basis van de Wet ruimtelijke ordening.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil