Regionaal Waterplan
Handboek water
Inhoud pagina: Regionaal Waterplan
Het Regionale Waterplan legt de hoofdlijnen vast van het in de provincie te voeren waterbeleid (regionale oppervlaktewateren en het grondwater) en de daartoe behorende aspecten van het provinciale ruimtelijke beleid.
Op provinciaal niveau worden Regionale Waterplannen vastgesteld door Provinciale Staten. De Waterwet spreekt over ‘Regionaal Waterplan' ter vervanging van de term ‘provinciaal waterhuishoudingsplan' (art. 7 Wet op de waterhuishouding) om beter aan te sluiten bij de stroomgebiedgedachte van de KRW. Hierdoor komt tot uitdrukking dat een Regionaal Waterplan zich niet hoeft te beperken tot het grondgebied van één provincie, of dat er meerdere Regionale Waterplannen geldend kunnen zijn binnen één provincie. Wel dienen Provinciale Staten er voor te zorgen dat de Regionale Waterplannen tezamen betrekking hebben op het totale grondgebied van alle provincies (Artikel. 4.4, 3e lid Waterwet).
De plancyclus bedraagt zes jaar en de plannen en het daarbij behorende maatregelenprogramma zijn op 22 december 2009 voor het eerst vastgesteld. De opgenomen maatregelen om te voldoen aan de KRW dienen uiterlijk drie jaar na vaststelling van de plannen operationeel te zijn. In de Regionale Waterplannen worden waterlichamen aangewezen met een status als kunstmatig of sterk veranderd, overeenkomstig artikel 4, derde lid, van de Kaderrichtlijn water, dan wel als natuurlijk (oppervlakte) waterlichaam.
Het regionale waterplan legt de hoofdlijnen vast van het in de provincie te voeren waterbeleid (regionale oppervlaktewateren en het grondwater) en de daartoe behorende aspecten van het provinciale ruimtelijke beleid. Wat de hoofdlijnen zijn staat omschreven in het 2e lid van artikel 4.4 Waterwet . Provincies leggen de ‘strategische doelen', het beleidskader, vast en in de waterbeheerplannen van de waterschappen worden de condities voor uitvoering daarvan opgenomen. Het Regionale Waterplan is voor de ruimtelijke aspecten tevens structuurvisie als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (artikel 4.4, 1e lid Waterwet) . Hiermee wordt, net als bij het Nationaal Waterplan, invulling gegeven aan de gewenste betere samenhang tussen water en ruimtelijke ordening en kan, ook op provinciaal niveau, het Wro-instrumentarium ingezet worden voor het realiseren van doelen die opgenomen zijn in het Regionale Waterplan. Zie ook structuurvisie in kader van Wro .
Naast het strategisch beleid heeft het Regionale Waterplan ook deels een operationeel karakter. Provincies zijn bevoegd voor grondwateronttrekkingen voor de openbare drinkwatervoorziening, bodemenergiesystemen en industriële onttrekkingen > 150.000 m3/jaar en het Regionale Waterplan geeft aan hoe invulling gegeven wordt aan deze bevoegdheid, kortom, welk (operationeel) beheer daarvoor gevoerd wordt. Het regionale waterplan vormt het kader voor de waterbeheerplannen van de waterschappen (zie ook: beheerplannen).
De voorbereidingsprocedure van het Regionaal Waterplan is opgenomen in een provinciale waterverordening. Hierin staan eisen met betrekking tot de voorbereiding, vormgeving en inrichting van het regionale waterplan. Het gaat daarbij om regels over de voorbereiding samen met de andere waterbeheerders en gemeentebesturen, de raadpleging van andere bestuursorganen, Onze Minister en buitenlandse autoriteiten en de inspraak over het regionale waterplan.
De regionale waterplannen vormen samen met het Nationaal Waterplan en de beheerplannen, het planstelsel.
De gemeente is géén waterbeheerder in de zin van de Waterwet en in de Waterwet is dan ook geen gemeentelijke planfiguur voorgeschreven. In het (verbrede) gemeentelijk rioleringsplan op grond van art. 4.22 e.v. Wet milieubeheer is opgenomen hoe de gemeente invulling geeft aan haar zorgplichten op het gebied van afvalwater, hemelwater en grondwater (zie art. 3.5 en 3.6 Waterwet). Zie ook het zorgplichten.
Nieuw onder de Waterwet.
De verplichtingen om te voldoen aan de KRW zijn nieuw opgenomen in de Waterwet. De regeling dat een waterplan een structuurvisie in het kader van de ruimelijke ordening is nieuw.

