Afvalwater in hoofdstuk 10 Wet milieubeheer

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Handboek water > Wetgeving > Wet milieubeheer > Afvalwater in hoofdstuk 10 Wet milieubeheer

Afvalwater in hoofdstuk 10 Wet milieubeheer

Handboek water

Inhoud pagina: Afvalwater in hoofdstuk 10 Wet milieubeheer

De Wet milieubeheer (Wm) maakt voor lozingen in rioolstelsels een onderscheid of deze afkomstig zijn vanuit een inrichting of daarbuiten. Lozingen vanuit inrichtingen worden geregeld op basis van hoofdstuk 8 van de Wm, evenals de andere milieuaspecten van inrichtingen. Lozingen van afvalwater die niet vanuit inrichtingen plaatsvinden worden geregeld op basis van hoofdstuk 10 van de Wm, met name titel 10.5: “Het zich ontdoen, de inzameling en het transport van afvalwater”.

Het lozingsverbod

Het eerste lid van artikel 10.30 Wm bevat een verbod om, anders dan vanuit een inrichting, afvalwater te lozen in de riolering. Het tweede lid geeft voor een aantal lozingen vrijstelling van dit verbod en het derde lid biedt de mogelijkheid om met een amvb het verbod van het eerste lid op te heffen. Artikel 10.32 Wm biedt vervolgens de mogelijkheid om bij amvb regels te stellen aan de lozingen. Het Besluit lozing afvalwater huishoudens en het Besluit lozen buiten inrichtingen zijn amvb's in die zin. Tot 1 juli 2011 betrof dat ook het Besluit lozingsvoorschriften milieubeheer (Staatsblad 1996, nr. 46), maar dat is ingetrokken met het Besluit lozen buiten inrichtingen.

Ontheffingen van het lozingsverbod

Wet milieubeheer

Het tweede lid van artikel 10.30 Wm geeft de volgende vrijstellingen van het lozingsverbod:

  • huishoudelijk afvalwater in een vuilwaterriool
  • afvloeiend hemelwater in een stelsel dat daar blijkens het gemeentelijk rioleringsplan voor is bestemd, en
  • grondwater in een stelsel dat daar blijkens het gemeentelijk rioleringsplan voor grondwater is bestemd.

Besluit lozing afvalwater huishoudens

In artikel 2 van het Besluit lozing afvalwater huishoudens wordt, voor particuliere huishoudens, vrijstelling verleend van het lozingsverbod volgens artikel 10.30, eerste lid, Wm in zover dat niet is gebeurd in het tweede lid van artikel 10.30 Wm.

Besluit lozen buiten inrichtingen

In artikel 1.3, onder d, van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi)wordt vrijstelling verleend van het verbod tot lozen in een vuilwaterriool, zover dat nog niet elders is gebeurd. Daarnaast worden in artikel 1.3, onder e, nog een aantal specifieke lozingen in een schoonwaterstelsel vrijgesteld van het lozingsverbod volgens artikel 10.30 Wm. De lozingen vallen dan natuurlijk onder de voorschriften van deze besluiten, waaronder in elk geval de zorgplichtbepaling.

Individuele ontheffing

Naast genoemde ontheffingen van het lozingsverbod, biedt artikel 10.63, eerste lid, Wm de mogelijkheid per individueel geval ontheffing van het lozingsverbod te verlenen, al dan niet onder voorwaarden. Hiervoor geldt echter wel de voorbereidingsprocedure volgens afdeling 3.4 van de Awb (Algemene Wet bestuursrecht). Met het Besluit lozen buiten inrichtingen is de individuele ontheffing nog slechts aan de orde zijn bij lozen in een schoonwateriool, want lozen in het vuilwaterriool is algeheel vrijgesteld.

Verboden tot lozen in rioolstelsels

Per 1 juli 2011 zijn buiten inrichtingen nog slechts de lozingen in een hemelwater- of ontwateringstelsel verboden, uitgezonderd de volgende:

  • afvloeiend hemelwater (art. 10.30, lid 2, Wm)
  • grondwater ten gevolge van ontwatering (art. 3.2 Blbi)
  • grondwater ten gevolge van bodemsaneringen (art. 3.1 Blbi)
  • lozen ten gevolge van milde en periodieke reinigingswerkzaamheden aan vaste objecten (art. 3.10, lid 4, Blbi)
  • lozen ten gevolge van opslaan en overslaan van goederen (art. 3.13, Blbi)
  • lozen ten gevolge van onderhoud aan drinkwatervoorzieningen (art. 3.22 , Blbi)
  • afvalwater dat vrijkomt bij een calamiteitenoefening (art. 3.24, Blbi).

Voor alle overige lozingen in een hemelwaterstelsel of een ontwateringstelsel is een ontheffing op grond van artikel 10.63 Wm noodzakelijk. Deze procedure zal echter ook vereenvoudigd worden en in overeenstemming worden gebracht met de wijze waarop lozen in het vuilwaterriool is geregeld. Dit blijkt uit de nota van toelichting bij het Besluit lozen buiten inrichtingen.

Voorwaarden in de ontheffing

Tot de inwerkingtreding van het Besluit lozen buiten inrichtingen per 1 juli 2011, geldt naast de ontheffing op grond van artikel 10.63 Wm, tevens het Besluit lozingsvoorschriften milieubeheer. Dit besluit stelt een beperkt aantal voorschriften, onder andere dat bedrijfsafvalstoffen afkomstig van versnijdende en vermalende apparatuur, afvalstoffen die stankoverlast veroorzaken en gevaarlijke afvalstoffen, niet in de riolering mogen worden geloosd. Bovendien is de vangnetbepaling van toepassing, die overeenkomt met de zorgplichtbepaling in de recente besluiten, bijvoorbeeld artikel 2.1, Blbi.

Verreweg de meeste ontheffingsplichtige indirecte lozingen buiten inrichtingen vinden plaats in de openbare ruimte. Meeste daarvan hebben in het algemeen een geringe milieurelevantie, maar er zijn ook lozingen denkbaar die vanuit milieubelang ongewenst zijn. Te denken valt aan het reinigen van gevels, waarbij vooral de gebruikte methode en reinigingsmiddelen van grote invloed zijn op de schadelijkheid van de lozingen, en het lozen van bemalingswater van bijvoorbeeld bouwputten, waarbij vooral het geloosde volume de doelmatige werking van het openbaar riool en de achterliggende RWZI in gevaar kan brengen.

Na 1 juli 2011 zal naar verwachting weinig gebruik gemaakt worden van de ontheffingsmogelijkheid voor indirecte lozingen, want lozingen die regelmatig voorkomen zijn reeds geregeld met de besluiten. Voor overige lozingen zullen de ontheffingvoorwaarden vergelijkbaar zijn met de eisen voor direct lozen in het oppervlaktewater of de bodem. De lozingsvoorwaarden zullen dan al snel belemmerd zijn, zodat voor een andere lozingsroute zal worden gekozen.  

Lozingen waarop voorheen de Wvo van toepassing was

De categorie van lozingen in de riolering waarop, voorafgaande aan de Waterwet, de Wvo van toepassing was, betreft over het algemeen lozen vanuit een inrichting. Deze lozingen zijn per 1 januari 2008 geregeld met het Activiteitenbesluit. Er waren dus weinig Wvo-plichtige lozingen in de riolering die niet vanuit een inrichting plaatsvonden. In de praktijk zijn dit vooral de lozingen ten gevolge van bodemsaneringen en proefbronneringen, die nu worden geregeld met het Besluit lozen buiten inrichtingen.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil