Lozingenbesluit Bodembescherming
Handboek water
Inhoud pagina: Lozingenbesluit Bodembescherming
Het Lozingenbesluit bodembescherming (Lbb) wordt geleidelijk vervangen door de vernieuwde afvalwaterregelgeving. Per 1 januari 2008 worden alle lozingen in de bodem vanuit particuliere huishoudens geregeld met het Besluit lozing afvalwater huishoudens, waardoor het Lbb nooit meer van toepassing is op lozingen vanuit particuliere huishoudens. Met ingang van diezelfde datum vervangt het Activiteitenbesluit het Lbb voor het merendeel van de lozingen op of in debodem vanuit inrichtingen. Buiten inrichtingen vervangt het Besluit lozen buiten inrichtingen per 1 juli 2011 het Lbb. Het Lbb is op dit moment alleen nog van toepassing op agrarische bodemlozingen. Deze activiteiten worden, na 2011, opgenomen in het Activiteitenbesluit, waarbij het Lbb zal worden ingetrokken.
Het Lozingenbesluit is nog van toepassing op:
- alle agrarische bodemlozingen. Deze zullen, met de vernieuwing van de algemene regels voor agrarische activiteiten, worden opgenomen in het Activiteitenbesluit.
- lozingen op of in de bodem die vergunningplichtig zijn. Dit betreffen alle bodemlozingen vanuit IPPC-inrichtingen en de bodemlozingen vanuit type-C inrichtingen volgens het Activiteitenbesluit, met uitzondering van de lozingen tengevolge van activiteiten die zijn geregeld in hoofdstuk 3 van dat besluit. Daarvoor gelden de algemene regels van dat besluit.
Bij vergunningplichtige inrichtingen (type C) moeten de lozingen op of in de bodem, die niet worden geregeld met hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit, geregeld worden in de omgevingsvergunning. Het Lbb is hier ook op van toepassing maar bepaalt dat de voorschriften in de omgevingsvergunning worden opgenomen. Bij IPPC-inrichtingen geldt dit voor alle lozingen in en op de bodem.
Met het Activiteitenbesluit krijgen de bodemlozingen de Wet milieubeheer als wettelijke grondslag. Dit besluit is niet meer gebaseerd op de Wet bodembescherming zoals het Lbb. Hiermee wordt een stap gezet in de integratie van de Wet bodembescherming in de Wm. In de praktijk is er geen verschil in het afwegingskader van de Wbb en dat van de Wm en dit leidt dus tot dezelfde voorschriften. Het Lbb bepaalt echter dat een lozing op of in de bodem slechts voor een periode van 4 jaar mag worden toegestaan, en voor een lozing van koelwater voor maximaal 10 jaar. Na die periode kan de lozing weer voor maximaal eenzelfde periode worden toegestaan, hetgeen zich onbeperkt kan herhalen. De nieuwe afvalwaterregelgeving, zoals in het Activiteitenbesluit kent geen termijnen meer.
Het Lozingenbesluit bodembescherming (Lbb) kent een aantal uitzonderingen, zoals bij de lozing van niet-verontreinigd hemelwater. De uitzonderingen op het lozingsverbod volgens het Lbb staan in artikel 2 van het besluit. Het Lbb maakt onderscheid in:
- Beperkte lozing van huishoudelijk afvalwater
- Omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater
- Lozingen van koelwater en overige vloeistoffen
Hierbij dient te worden opgemerkt dat het Lbb waarschijnlijk nergens meer van toepassing is op lozingen van huishoudelijk afvalwater in of op de bodem. Via artikel 2 Lbb vallen die nu onder de actuele lozingenbesluiten.
Beperkte lozing van huishoudelijk afvalwater
Voor een beperkte lozing van huishoudelijk afvalwater (kleiner dan 10 lozingseenheden) geldt op grond van artikel 5 van het Lbb een lozingsverbod, tenzij wordt voldaan aan een aantal voorwaarden. Als wordt voldaan aan deze voorwaarden is voor een beperkte bodemlozing geen ontheffing nodig. De afstand van de kadastrale grens van het perceel waar het afvalwater vrijkomt moet op meer dan 40 meter van de dichtstbijzijnde riolering liggen en er moet worden voldaan aan de artikelen 6 t/m 9 van het besluit. In deze artikelen worden regels gesteld aan het zuiveringssysteem (septic tank), de wijze van infiltratie in de bodem (de ligging ten opzichte van de grondwaterstand), onderhouds- en uitvoeringseisen aan het zuiveringssysteem (inhoud, de plaats van aan- en afvoeropeningen). Een verdere invulling van deze eisen staat in de Uitvoeringsregeling lozingenbesluit bodembescherming. Die eisen hebben onder meer betrekking op de septic tank (inhoud, ligging aan- en afvoeropeningen), de ligging van het infiltratiepunt ten opzichte van de grondwaterstand, de eisen aan het bodemonderzoek voordat geloosd mag worden, etcetera.
Als niet aan al deze voorwaarden wordt voldaan, is het verboden het afvalwater in de bodem te lozen. Het Lbb biedt dan echter geen mogelijkheid om ontheffing, onder voorwaarden, van dit lozingsverbod te verlenen. Er heeft een voorpublicatie van een aanpassing van het Lbb in de staatscourant gestaan, waarmee de mogelijkheid werd geboden een gelijkwaardige voorziening als de beschreven septic tank te plaatsen. Met het vooruitzicht dat de regulering van afvalwaterlozingen in zijn geheel herzien zou worden is deze wijziging nooit van kracht geworden.
Het overgrote deel van deze lozingen vallen per 1 januari 2008 onder het Besluit lozing afvalwater huishoudens. Met ingang van 1 juli 2011 wordt de rest van deze lozingen geregeld met het Besluit lozen buiten inrichtingen.
Omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater
Voor omvangrijke lozingen van huishoudelijk afvalwater (tussen 10 en 200 lozingseenheden) in de bodem geldt op grond van artikel 14 van het Lbb een lozingsverbod. Het bevoegd gezag kan hiervoor wel een ontheffing verlenen, maar dan moet worden voldaan aan de voorwaarden zoals die in het Lbb zijn opgenomen. Het bevoegd gezag kan alleen ontheffing verlenen als de afstand van de kadastrale grens van het perceel tot de dichtstbijzijnde riolering, afhankelijk van het aantal lozingseenheden, niet meer bedraagt dan de in de tabel vermelde waarden.
| Omvang van de lozing (lozingseenheid in inwoner equivalent(i.e.)) | Afstand tot de riolering (meter) |
|---|---|
| 11 t/m 25 i.e. | tot 100m |
| 26 t/m 50 i.e. | tot 600m |
| 51 t/m 100 i.e. | tot 1.500m |
| 101 t/m 200 i.e. | tot 3.000m |
Een ontheffing kan verder alleen worden verkregen als aansluiting op de riolering of een andere wijze van afvoer van het huishoudelijk afvalwater redelijkerwijs niet mogelijk is en aan de artikelen 15 t/m 19 van het Lbb wordt voldaan. Deze artikelen geven aan langs welke zuiverings- en infiltratievoorzieningen het afvalwater moet worden geleid alvorens dit in de bodem mag worden geloosd. De eisen waar deze voorzieningen aan moeten voldoen staan beschreven in de Uitvoeringsregeling Lozingenbesluit bodembescherming (Scrt 1997, nr. 243). Omvangrijke lozingen zijn bijvoorbeeld aan de orde bij wooneenheden met meerdere woonruimtes, pensions, campings of andere groepsaccommodaties. Lozingen van meer dan 200 lozingseenheden zijn verboden. Aansluiten op de riolering is dan de aangewezen weg. Ook deze lozingen worden per 1 juli 2011 geregeld met het Besluit lozen buiten inrichtingen.
Koelwater en overige vloeistoffen
Op grond van de artikelen 24 en 25 van het Lbb geldt voor deze afvalwaterstromen in alle gevallen een lozingsverbod. Het bevoegd gezag kan echter onder voorwaarden ontheffing verlenen van het lozingsverbod. Ze zal een bedrijfsmatige lozing in de bodem alleen toestaan, als andere verwijderingsopties niet mogelijk zijn en er als gevolg van de lozing geen gevaar bestaat op bodemverontreiniging op de lange termijn. De afstand tot de riolering is in dit geval niet van belang. Een ontheffing kan worden verleend voor een periode van maximaal 4 jaar (voor koelwater is dit 10 jaar), waarna de lozingssituatie opnieuw beoordeeld moet worden en er zonodig weer een ontheffing moet worden aangevraagd. Hieronder vallen ook de agrarische bodemlozingen.

