Gemeentelijke verordening voor hemelwater en grondwater

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Handboek water > Wetgeving > Wet milieubeheer > Gemeentelijke verordening

Gemeentelijke verordening voor hemelwater en grondwater

Handboek water

Inhoud pagina: Gemeentelijke verordening voor hemelwater en grondwater

Op het gemeentelijk niveau wordt het hemelwater- en grondwaterbeleid vastgelegd in het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP), dat in samenspraak met het betrokken waterschap en afgestemd met de provincie wordt opgesteld. De gemeentelijke verordeningsbevoegdheid voor de omgang met afvloeiend hemelwater en grondwater biedt een extra instrument om het beleid volgens het GRP tot uitvoering te brengen.

Bij lozingen van afvloeiend hemelwater en grondwater bestaat een beleidsmatige voorkeur voor het, zo mogelijk, lokaal in het milieu terugbrengen daarvan. Uitgangspunt hierbij is dat deze waterstromen geen of zodanig geringe verontreinigingen bevatten, dat ze zonder maatregelen direct in het milieu kunnen worden geloosd. Voor deze lozingen zijn over het algemeen geen individuele vergunningen of ontheffingen nodig; ze worden toegestaan bij algemene regels. Wanneer een gemeente aanvullende eisen wil stellen aan de lozingen van afvloeiend hemelwater en grondwater kan ze, naast maatwerkvoorschriften in individuele gevallen op grond van de besluiten, gebruik maken van de gemeentelijke verordeningsbevoegdheid. Deze verordeningsbevoegdheid is per 1 januari 2008 opgenomen in artikel 10.32a van de Wet mileiubeheer. Dit artikel luidt:

1. De gemeenteraad kan bij verordening bepalen dat:

  1. bij het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, wordt voldaan aan de in die verordening gestelde regels, en
  2. het brengen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater binnen een in die verordening aangegeven termijn wordt beëindigd.

2. Van de mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen gebruik gemaakt, indien van degene bij wie afvloeiend hemelwater of grondwater vrijkomt redelijkerwijs geen andere wijze van afvoer van dat water kan worden gevergd.

De in het artikel opgenomen verordeningsbevoegdheid beperkt zich tot de omgang met afvloeiend hemelwater en grondwater. Andere soorten afvalwater (huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, etc.) kunnen niet met dit instrument gereguleerd worden. De verordeningsbevoegdheid omvat twee onderdelen:

  • het stellen van voorwaarden aan het lozen van afvloeiend hemelwater of van grondwater op of in de bodem of in een riool, en
  • het beëindigen van lozingen van afvloeiend hemelwater of van grondwater in een vuilwaterriool (afkoppelen).

Hier vind u de memorie van toelichting met betrekking tot deze verordeningsbevoegdheid uit de Wet gemeentelijke watertaken: Memorie van toelichting verordening

Bij de voorwaarden kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een verbod op het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen of een verbod op het wassen van auto’s op straat in een gebied waar het afstromend hemelwater ongezuiverd in het oppervlaktewater of de bodem wordt geloosd. Bedenk daarbij wel dat voorgeschreven verboden of maatregelen handhaafbaar moeten zijn, hetgeen bij een verbod op het wassen van auto’s op straat discutabel is.

Ook kan een gemeente in de verordening voorwaarden stellen aan de toepassing van bouwmaterialen indien dat vanwege lokale waterkwaliteit noodzakelijk is. In gebieden waar bebouwing voorzien is maar nog niet gerealiseerd is, zal dit geen probleem zijn aangezien er diverse alternatieven beschikbaar zijn om emissies uit bouwmaterialen te beperken. In gebieden met bestaande bebouwing ligt dit complexer; dan moet de afweging worden gemaakt of de kosten voor de individuele lozer ten gevolge van die regels opwegen tegen het milieuvoordeel.

Ten aanzien van afkoppeling van hemelwater van het vuilwateriool bij bedrijven, biedt de verordening dezelfde mogelijkheden als een maatwerkvoorschrift op grond van artikel 6.18 van het Activiteitenbesluit. Het verschil is dat een maatwerkvoorschrift een individuele beschikking voor een bedrijf is en een verordening van toepassing is op een groep lozingen binnen een gebied van een gemeente. De verordening zal daarom met name een instrument zijn om voorwaarden te stellen aan particuliere lozingen.

Meer informatie over de gemeentelijke verordeningsbevoegdheid is opgenomen in de handleiding ‘Gebiedsgericht beleid voor lozingen van hemelwater en grondwater’.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil