Voorkeursvolgorde

Voorkeursvolgorde

Handboek water

Inhoud pagina: Voorkeursvolgorde

Met de Beleidsbrief regenwater en riolering is een beleidsmatige voorkeur vastgelegd voor de verwijdering van verschillende soorten afvalwater. Afvalwater is een afvalstof volgens de Wm en de EU-regelgeving. Afvalwater dat per as wordt afgevoerd moet dan ook (procedureel) behandeld worden als zijnde een normale afvalstof. Veelal wordt afvalwater echter op de plaats waar het ontstaat, eventueel na zuivering, geloosd in een riool of direct in het milieu: oppervlaktewater of bodem. De voorkeursvolgorde voor het beheer van afvalstoffen zoals opgenomen in artikel 10.4 Wet milieubeheer (Wm) is dan niet goed toepasbaar op afvalwater. Daarom is per 1 januari 2008 in artikel 10.29a van de Wm een voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater opgenomen.

Achtergrond

In de huidige praktijk van vergunningverlening en handhaving worden afvalwaterstromen nog vaak afgevoerd naar een RWZI terwijl deze afvalwaterstromen met een beperkte (zuiverings)inspanning ook direct in het milieu geloosd zouden kunnen worden. Het vuilwaterriool en de RWZI dient dan als een soort veiligheidsbuffer. Bij een calamiteit moet het afvalwater nog een heel traject doorlopen voordat het in het milieu komt waardoor tijdig maatregelen genomen kunnen worden. En, alhoewel een RWZI daarvoor niet is ontworpen, worden bepaalde niet-afbreekbare stoffen wel verwijderd (metalen in het slib en vluchtige stoffen naar de lucht). Bovendien wordt het afvalwater vanuit de RWZI veelal op groot oppervlaktewater geloosd waardoor het minder effect veroorzaakt. Daar tegenover staat onnodig transport van water over grote afstanden, extra belasting van het openbaar vuilwaterriool, waardoor het risico van overstorten toeneemt, extra hydraulische belasting van het zuiveringtechnisch werk, waardoor de rendement van de zuivering afneemt en diffuse emissie van stoffen naar het milieu. Dit heeft geleid tot een beleidsmatige voorkeur voor directe lozing in het milieu, eventueel na een zuiveringsstap, tenzij het afvalwater betreft waarvoor de RWZI is ontworpen. Dit betreft huishoudelijk afvalwater en afvalwater dat qua biologische afbreekbaarheid daarmee oveeenkomt. In de Wm is met de Wet gemeentelijke watertaken is de voorkeursvolgorde voor de omgang met afvalwater opgenomen. Ze geeft de voorkeur aan om, daar waar het redelijkerwijs mogelijk is, afvalwater bij de bron te zuiveren en het gezuiverde water in het milieu terug te brengen.

Voorkeursvolgorde

De gemeente kan gebruik maken van de voorkeursvolgorde volgens artikel 10.29a Wm bij de totstandkoming van het gemeentelijk rioleringsplan (GRP). Het is echter geen dogma. De uiteindelijke afweging zal lokaal moeten worden gemaakt, waarbij doelmatigheid van de oplossing centraal moet staan. Indien daartoe argumenten aanwezig zijn, kan van deze volgorde worden afgeweken. Ook is het niet de bedoeling dat met het van kracht worden van deze wetswijzigingen alle lozingen van bedrijfsafvalwater die nu op het riool plaatsvinden acuut worden omgezet naar directe lozingen. In verband met optimalisatie van het rioolstelsel en herziening van vergunningen en maatwerkvoorschriften (voorheen “nadere eisen”) kan heroverweging van de wijze waarop het bedrijfsafvalwater wordt afgevoerd aan de orde zijn.
Het Rijk hanteert de voorkeursvolgorde bij het opstellen van algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) die het mogelijk maken om zonder vergunning of ontheffing afvalwater te lozen.

Hier vind u de memorie van toelichting met betrekking tot de voorkeursvolgorde voor de verwijdering van afvalwater uit de Wet gemeentelijke watertaken: Memorie van toelichting bij de voorkeursvolgorde.

Voorkeursvolgorde voor verschillende afvalwaterstromen

Afvalwater kan ingedeeld worden in drie categorieën. Voor deze categorieën is de voorkeur voor verwijdering als volgt:
1. Huishoudelijk afvalwater en daarmee, qua biologische afbreekbaarheid, vergelijkbaar afvalwater.
Huishoudelijk afvalwater en daarmee overeenkomstig afvalwater wordt bij voorkeur via een vuilwaterriool (dat kan ook een gemengd stelsel zijn) afgevoerd naar een RWZI in beheer bij het waterschap. Huishoudelijk afvalwater gemengd met ander afvalwater heet stedelijk afvalwater in de terminologie van de Wm. Hiervoor geldt de gemeentelijke zorgplicht van artikel 10.33 van de Wm. Op grond van artikel 3.4 van de Waterwet heeft het waterschap de zorgplicht voor de zuivering van dat afvalwater. RWZI’s zijn over het algemeen minder geschikt voor de verwerking van andere afvalwaterstromen. Naast het afvalwater vanuit huishoudens en het huishoudelijk afvalwater dat bij bedrijven ontstaat omvat deze categorie ook het afvalwater uit bijvoorbeeld de voedingsmiddelenindustrie.

2. 'Schoon' afvalwater (niet of nauwelijks verontreinigd), zoals afstromend hemelwater, grondwater en koelwater.
Schoon afvalwater wordt bij voorkeur ter plaatse terug in het milieu gebracht door lozing op het oppervlaktewater of in de bodem. Ook afvalwater dat slechts gering is verontreinigd wordt bij voorkeur, eventueel na een zuiveringsstap, ter plaatse terug in het milieu gebracht. Lozing van licht verontreinigd afvalwater, zogenaamd ‘dun’ water, op een vuilwaterriool heeft een aantal nadelige effecten. Zo kan ’dun’ water tijdens het transport in het vuilwaterriool naar de RWZI bijdragen aan overstortingen. Dit is vooral relevant bij afvloeiend hemelwater, maar ook bij lozing van grote hoeveelheden grondwater. Op de zuivering verlaagt ’dun water’ het zuiveringsrendement, omdat het door vermenging met vuil water leidt tot extra uitsleep van verontreinigende stoffen. Bovendien zijn met zowel transport als zuivering van dun water grote maatschappelijke kosten gemoeid, gelet op de benodigde capaciteit van het transport- en zuiveringssysteem en de transport- en zuiveringskosten. Soms zal ook een tijdelijke berging op locatie nodig zijn, vooral voor afvloeiend hemelwater. Dit in lijn met de drietrapsstrategie ’vasthouden-bergen-afvoeren’.

3. Overig afvalwater; afvalwater ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten.
De derde categorie betreft afvalwater ten gevolge van bedrijfsmatige activiteiten, niet noodzakelijkerwijs afkomstig van een inrichting, dat qua samenstelling niet overeenkomt met huishoudelijk afvalwater. Zodanige zuivering bij de bron dat zonder risico geloosd kan worden in het oppervlaktewater of in de bodem heeft hier de voorkeur. Slechts als dat in redelijkheid niet van de lozer gevergd kan worden is lozing op het vuilwaterriool, en daarmee afvoer naar een RWZI, aan de orde.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil