Keuring en onderhoud van Stookinstallaties in algemene maatregelen van bestuur

Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Lucht in het Activiteitenbesluit > Inspectie en onderhoud van stookinstallaties

Keuring en onderhoud van Stookinstallaties in algemene maatregelen van bestuur

Lucht in het Activiteitenbesluit

Inhoud pagina: Keuring en onderhoud van Stookinstallaties in algemene maatregelen van bestuur

Deze pagina gaat nader in op het keurings- en onderhoudsregime voor stookinstallaties zoals dit is gereguleerd in het Bems.

Meer informatie over keuring en onderhoud is te vinden in de opvolger van de R09, het informatieblad "Inspectie en onderhoud van stookinstallaties". Hierin worden de voorschriften voor onderhoud en keuring nader uitgewerkt. Verder vindt u in deze handleiding hoe het bevoegd gezag toezicht kan houden op het goed functioneren van stookinstallaties en waarop het kan handhaven. In de bijlagen van het informatieblad vindt u achtergrondinformatie, zoals een uitwerking van verschillende begrippen.

Dit Informatieblad is geschreven naar aanleiding van het van kracht worden van het Activiteitenbesluit. Per 1 april 2010 zijn de keuringsvoorschriften van het Activiteitenbesluit overgeheveld naar het Bems. Hetzelfde geldt voor de keuringsvoorschriften uit de agrarische Amvb's. Bij het lezen van dit informatieblad dient u dan ook rekening te houden met het feit dat het Bems expliciet geldt voor ketelinstallaties, gasturbine-installaties, vloeistofmotorinstallaties of een gasmotorinstallatie. Ketelinstallaties dragen hun warmte over op water of stoom. Omdat dit in het Activiteitenbesluit niet zo helder was gesteld, is hiermee bij het schrijven van dit informatieblad geen rekening gehouden. Zo is in dit informatieblad nog geschreven alsof luchtverhitters en dergelijke onder de werkingsfeer van het Activiteitenbesluit vielen. In het Informatieblad Bems kunt u hierover meer lezen.

In het Activiteitenbesluit (en per 1 april 2010 het Bems) wordt een onderscheid gemaakt in gasgestookte en niet gasgestookte stookinstallaties. De gegeven voorschriften voor keuring en onderhoud van stookinstallaties zijn aanmerkelijk gewijzigd. Zo is de verplichte frequentie verlaagd voor keuring, afhankelijk van de soort brandstof en het nominaal vermogen. Verder geldt alleen een onderhoudsverplichting als de verplichte keuring dat uitwijst. De brandstoftoevoerleiding van meter tot stooktoestel is een onderdeel van de keuring. Een persoon die over een certificaat beschikt dat is afgegeven op basis van de beoordelingsrichtlijn van SCIOS (of daaraan gelijkwaardig presteert) voert de keuring uit. Een eerste inspectie is niet meer voorgeschreven.

In stookinstallaties met een nominaal vermogen tot 20 kW zijn alle brandstoffen, dus ook hout of kolen toegestaan. Boven 20 kW zijn de volgende brandstoffen toegestaan: vloeibare brandstoffen zoals huisbrandolie en dieselolie, aardgas, propaangas, butaangas en biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14.214. Als andere brandstoffen worden verstookt is de inrichting vergunningplichtig.

 

Bems

Werkingssfeer

In een stookinstallatie met een nominaal vermogen tot 20 kW zijn alle brandstoffen, dus ook hout of kolen toegestaan, zonder dat er voorschriften aan zijn verbonden. Bij stookinstallaties boven de 20 kW daarentegen, zijn niet alle brandstoffen toegestaan. Deze zijn

  • vloeibare brandstoffen, zoals huisbrandolie en dieselolie
  • aardgas
  • propaangas
  • butaangas
  • biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14.214.

Als andere brandstoffen worden verstookt is de inrichting vergunningplichtig (dit geldt overigens niet voor smederijen). Ook biodiesel is nu toegestaan als brandstof voor een stookinstallatie. Voorwaarde is wel dat biodiesel conform de NEN-EN 14.214 als brandstof voor het wegverkeer is toegelaten.

Voorschriften

Het Activiteitenbesluit  (en per 1 april 2010 het Bems) maakt onderscheid in gasgestookte en niet gasgestookte installaties. Verder is het 'vermogensregime' van de stookinstallaties en de wijze van onderhouden en keuren veranderd ten opzichte van de voormalige 8.40 amvb's. Een stookinstallatie moet veilig functioneren, optimaal verbranden, en zo energiezuinig mogelijk zijn. Bovendien wordt ook gekeken naar de toe- en afvoersystemen. Alleen een persoon die SCIOS-gecertificeerd is of de kwaliteit levert die daaraan gelijkwaardig is, mag een keuring uitvoeren. Uitgangspunt is dat de Beoordelingrichtlijn voor het uitvoeren van onderhoud en keuring aan stookinstallaties wordt toegepast. Dit betekent dat tijdens deze keuring ook het uitgevoerde onderhoud van de stookinstallatie wordt betrokken.

Niet gasgestookte installaties met een nominaal vermogen tussen de 20 kW en de 100 kW ondergaan eens per vier jaar een keuring. Stookinstallaties met een nominaal vermogen van 100 kW of meer geldt een keuringsverplichting van éénmaal per twee jaar. Onderhoud is alleen nog verplicht als de noodzaak uit de keuring blijkt. De keuring bij ingebruikname vervalt. Installaties met een nominaal vermogen onder de 20 kW hebben geen keuring- en onderhoudsplicht meer.

Gasgestookte installaties met een nominaal vermogen boven de 100 kW ondergaan eens per vier jaar een keuring. In de voormalige 8.40 amvb's was de eis éénmaal per twee jaar en lag de ondergrens bij 120 kW (onderwaarde) of 130 kW (bovenwaarde). Ook hier is het uitvoeren van onderhoud pas verplicht als de keuring dat uitwijst en vervalt de keuring bij ingebruikname. Installaties met een nominaal vermogen onder de 100 kW hebben geen keuring- en onderhoudsplicht meer.

Ondanks dat de keuring bij ingebruikname voor zowel gasgestookte als niet gasgestookte installaties niet meer verplicht is, betekent dit nog niet dat die achterwege moet blijven. Het bevoegd gezag kan alleen niet handhaven op het ontbreken van een eerste keuring.  Wel kan de drijver van de inrichting met het keuringsrapport betrekking hebbend op de ingebruikname van een stook- of verwarmingsinstallatie, aantonen dat de betreffende installatie veilig functioneert, er een optimale verbranding plaatsvindt en dat de installatie energiezuinig is. In het onderstaande schema is het vermogensregime in combinatie met de keuringsfrequentie schematisch weergegeven.

Vermogen stookinstallatie (kW) keuringsfequentie
gasgestookt niet gasgestookt 
<20 geen geen
<100 geen eens per 4 jaar
>=100 eens per 4 jaar eens per 2 jaar


Let op:
Op grond van andere wet- en regelgeving kan toch sprake zijn van een onderhoudsverplichting voor een stook- of verwarmingsinstallatie, zie voor meer informatie de herziene handleiding "Inspectie en onderhoud aan stookinstallaties". 

Optellen van vermogens

Om de keuringsgrens te bepalen, wordt het totale vermogen beschouwd. Dit betekent dat alle toestelvermogens worden opgeteld. Een individueel gasgestookt toestel met een nominaal vermogen van minder dan 100 kW kan dus toch een keuring moeten ondergaan (voor vloeibare brandstof gestookte installaties is de grens 20 kW). De reden hiervan is dat een installatie het geheel van voorzieningen betreft.

De keuring die deze toestellen moeten ondergaan zijn minder intensief. SCIOS heeft hiervoor vereenvoudigde voorschriften opgesteld.

VROM heeft een brief opgesteld over het keuren van gekoppelde toestellen.

Besluit landbouw milieubeheer en besluit glastuinbouw

Per 1 april 2010 gelden de voorschriften met betrekking tot keuring en onderhoud uit de agrarische besluiten niet meer. Dan gelden de voorschriften uit het Bems. 

SCIOS (Stichting Certificering Inspectie en Onderhoud van Stookinstallaties)

Het Bems verwijst naar de beoordelingsrichtlijn van SCIOS. SCIOS beheert het keuring- en onderhoudkwaliteitsysteem, maar geeft deze certificaten niet zelf uit. Dat doen de certificerende instellingen. Dit zijn bedrijven die geaccrediteerd zijn door de Raad voor Accreditatie. De eisen die zijn gesteld om het SCIOS-certificaat te mogen voeren, vindt u op de website van SCIOS. Ook beheert SCIOS een lijst met gecertificeerden. De werkzaamheden zijn opgesplitst in verschillende scopes waarvoor men zich kan kwalificeren.

94909
94909
lucht
 

Kenniscentrum InfoMil