Natuurlijke koudemiddelen

Natuurlijke koudemiddelen

Lucht in het Activiteitenbesluit

Inhoud pagina: Natuurlijke koudemiddelen

Natuurlijke koudemiddelen zoals bedoeld in het het Activiteitenbesluit zijn koolstofdioxide, ammoniak of koolwaterstoffen (met uitzondering van de ozonlaagafbrekende stoffen of de gefluoreerde broeikasgassen).

Vanaf 2010 verbiedt de Ozonverordening het bijvullen van koelsystemen met maagdelijke HCFK's (zoals R22). Met ingang van 2015 mogen ook geen geregenereerde HCFK's meer toegepast worden voor onderhoud. De ondernemer kan dan kiezen tussen het broeikasversterkende HFK óf natuurlijke koudemiddelen.

Afhankelijk van de toepassing kan ombouw naar een HFK-koudemiddel 10 tot 25 procent energie-inefficienter zijn dan de oude R22-installatie, tevens kan het koelvermogen hierbij lager uitvallen (minder capaciteit).

Meer over duurzame koeltechnieken is te lezen op de site van Agentschap NL - Landbouw en Innovatie. Als u meer wilt weten over de techniek achter het koelen, dan kunt u terecht op de site van van koudecentraal. Een samenwerkingsverband tussen verschillende partijen.

 

Energieverbruik bij toepassen natuurlijke koudemiddelen

Afhankelijk van de toepassing, kunnen koelinstallaties op basis van CO2 en/of ammoniak 10 tot 25 procent energie-efficiënter zijn dan de vervangende systemen op basis van HFK's. Omdat het echter veelal om vernieuwing gaat kunnen NH3/CO2-koelsystemen ook moderner en energie-efficiënter zijn dan de oude R22-systemen. Dit energiekostenvoordeel compenseert de hogere investeringskosten ten opzichte van ombouw naar HFK.

Meer over de keuzes bij R22-uitfasering staat beschreven in het rapport "Vervangen R22: kans voor natuurlijke koudemiddelen", uitgegeven door NVKL in samenwerking met Agentschap NL.

Het ministerie van Infrastructuur en Milieu stimuleert de keuze van natuurlijke koudemiddelen als ammoniak, CO2 en propaan. Onder meer met generieke stimuleringsmogelijkheden voor bedrijven, met de EIA en de MIA/VAMIL regelingen. Via de EIA wordt 11% voordeel genoten op de investeringskosten.

Regelgeving voor natuurlijke koudemiddelen

Er zijn geen vergunningtechnische bezwaren om ammoniak in koelsystemen te gebruiken. Dat komt door de opkomst van systemen met geringe hoeveelheden ammoniak en de verruiming van regels met betrekking tot externe veiligheid voor grotere ammoniak-koelinstallaties.

Voor natuurlijke koudemiddelen geldt de volgende regelgeving:

Voor installaties met 1.500 kg of meer aan ammoniak geldt daarnaast het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Inrichtingen die een dergelijke installatie hebben, zijn vergunningplichtig in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Verder geldt voor die installaties een afstandseis uit de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Zie voor meer informatie het Bevi en Revi.

Voor ammoniakkoelinstallaties is met name tabel 6 van bijlage 2 van het Revi relevant.

Het Activiteitenbesluit en Regeling algemene regels inrichtingen milieubeheer

Voor koelinstallaties met natuurlijke koudemiddelen gelden andere eisen dan voor installaties met synthetische koudemiddelen. Het Activiteitenbesluit stelt geen eisen aan koelinstallaties met synthetische koudemiddelen omdat daarvoor andere direct werkende regels van toepassing zijn. In het Activiteitenbesluit (paragraaf 4.2.2) en de onderliggende ministeriële regeling worden eisen gesteld aan koelinstallaties met natuurlijke koudemiddelen. In artikel 4.20 lid 1 is een verwijzing naar de ministeriële regeling opgenomen voor koelinstallaties met een inhoud van 12 kg of meer, in lid 2 voor alle ammoniakinstallaties (dus ook met een inhoud van minder dan 12 kg). 

Voor deze installaties gelden voorschriften voor onderhoud en keuring van de installatie; deze moet veilig functioneren en energiezuinigheid waarborgen en lekkages voorkomen. Voor koelinstallaties met ammoniak wordt in de ministeriële regeling (artikel 4.37) hiervoor specifiek verwezen naar de PGS 13, (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen). Bij toepassing van ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen, moet aan deze PGS worden voldaan. Voor andere natuurlijke koudemiddelen zijn er vooralsnog geen milieu-eisen aan de keuring en het onderhoud.

Overigens wordt in de ministeriële regeling niet verwezen naar artikel 4.20 lid 1, dus geldt deze regeling niet voor natuurlijke koudemiddelen anders dan ammoniak (tot het moment dat wel een verwijzing wordt opgenomen).

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil