Afleveren van brandstoffen
Lucht in het Activiteitenbesluit
Inhoud pagina: Afleveren van brandstoffen
Het Activiteitenbesluit maakt in de voorschriften voor het afleveren van brandstoffen een onderscheid in afleveren van vloeibare brandstof (waaronder lichte olie, benzine) en gecomprimeerd aardgas aan motorvoertuigen voor het wegverkeer, afleveren aan vaartuigen en andere afleveringen. Sinds de implementatie van een Europese richtlijn voor fase II dampterugwinning, januari 2012, staan alle eisen voor het afleveren van brandstof aan motorvoertuigen voor het wegverkeer in hoofdstuk 3. Hierdoor gelden de eisen ook voor tankstations in type B en C inrichtingen voor eigen gebruik . Zie voor informatie over de verhouding tussen het Activiteitenbesluit en andere algemene regels voor luchtemissies de Wetswegwijzer VOS.
Afleveren van brandstoffen aan motorvoertuigen
Type B inrichtingen
In afdeling 3.3 zijn regels opgenomen voor openbare verkoop en eigen gebruik van vloeibare brandstoffen en gecomprimeerd aardgas aan voertuigen die zijn bestemd voor vervoer over de weg. Deze gelden met name voor benzine (in het besluit: lichte olie). Voor het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen is het gebruik van een systeem voor dampretour fase II verplicht gesteld. Voor nieuwe inrichtingen moet dit systeem jaarlijks worden geccontroleerd op de goede werking, de keuringsfrequentie voor bestaande inrichtingen is driejaarlijks. Uitgezonderd van de fase II verplichting zijn:
- afleverinstallaties met een doorzet van minder dan 500 m3 per jaar
- afleverinstallaties met een doorzet van minder dan 100 m3 per jaar onder permanente woon- of werkruimten
- inrichtingen die uitsluitend lichte olie afleveren in verband met de vervaardiging van nieuwe motorvoertuigen voor het wegverkeer
- bestaande installaties met een debiet tussen 500 en 3000 m3 of een maximale afleversnelheid van 10 liter per minuut, tot het moment waarop het geheel van de tanks, pompen en leidingen van de afleverinstallatie, sterk wordt gewijzigd of vernieuwd (maar aangezien fase II vergelijkbaar is met de al jaren verplichte stage II dampretour, maakt dit in de praktijk vrijwel geen verschil, afgezien van de keuringsfrequentie)
- bestaande installaties met een debiet boven 3000 m3 per jaar, tot 2019
Voor het vullen van opslagtanks met lichte olie geldt de verplichting tot dampretour stage I, dit is opgenomen in de ministeriële regeling bij het Activiteitenbesluit (zowel openbare verkoop als eigen gebruik.
Type C inrichtingen
De bovenstaande regels voor openbare verkoop en eigen gebruik in afdeling 3.3 van het Activiteitenbesluit zijn ook van toepassing op vergunningplichtige inrichtingen type C. Het Besluit LPG-tankstations is daarnaast van toepassing op openbare verkoop van LPG aan het wegverkeer (dit maakt de inrichting vergunningplichtig), eventuele LPG-eisen voor eigen gebruik moeten worden vastgelegd in de omgevingsvergunning.
IPPC inrichtingen: direct werkende regels sinds 2012
De fase II dampterugwinningeisen in het Activiteitenbesluit gelden sinds januari 2012 ook voor tankstations binnen IPPC-inrichtingen. De richtlijn is hiermee strikt geïmplementeerd. Het van toepassing zijn van deze eisen op IPPC-inrichtingen volgt uit de combinatie van de wijziging van de definitie van type C-inrichting in combinatie met een wijziging van artikel 1.4 dat de werkingssfeer van type C bepaalt. Hierin is nu specifiek gesteld dat artikel 3.20 over fase II ook voor IPPC-inrichtingen geldt. De overige voorschriften voor tankstations in het Activiteitenbesluit, zoals die met betrekking tot veiligheid en de wasplaats, gelden niet voor IPPC-inrichtingen en moeten worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Daarnaast kan het Besluit LPG-tankstations (zie hierboven bij type C) van toepassing zijn en geeft de Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer (Benzineregeling) nog enkele direct werkende eisen, met name stage I.
Bio-brandstoffen
Veel biobrandstoffen vallen onder de definitie van benzine volgens het Activiteitenbesluit. Bio-ethanol zonder benzine valt niet onder het begrip lichte olie, voor het afleveren hiervan geldt geen vergunningplicht. Meer informatie in Vraag en antwoord Afleveren van bio-ethanol.
Lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in de artikelen 26 en 28 van de Wet op de accijns:
- lichte olie (bijvoorbeeld benzine)
- halfzware olie (bijvoorbeeld kerosine en petroleum)
- gasolie (bijvoorbeeld diesel en huisbrandolie)
[Activiteitenbesluit]
EU-systeem voor dampretour fase-II:
apparatuur als bedoeld in artikel 2, onder 6, van richtlijn nr. 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations (PbEU L 285);.
Deze richtlijn geeft de volgende definitie:
„fase II-benzinedampterugwinningssysteem": apparatuur die bedoeld is om benzinedamp die uit de brandstoftank van een motorvoertuig ontsnapt tijdens het tanken in een benzinestation, terug te winnen en waarmee die benzinedamp naar een opslagtank bij het benzinestation wordt gevoerd of terug naar de benzinepomp om te worden verkocht
[Activiteitenbesluit]
De tankinstallatie is zodanig uitgevoerd dat bij het vullen van een opslagtank met lichte olie de uit de opslagtank verdreven dampen door een gasdichte retourleiding kunnen worden teruggevoerd naar het reservoir van de tankwagen die de lichte olie levert.

