Luchtkwaliteit in het Activiteitenbesluit
Luchtkwaliteit
Inhoud pagina: Luchtkwaliteit in het Activiteitenbesluit
De grenswaarden voor luchtkwaliteit uit de Wet milieubeheer gelden voor iedereen, ook voor bedrijven die onder het Activiteitenbesluit vallen. Het Activiteitenbesluit houdt hier rekening mee met het onderbrengen van activiteiten onder het Besluit en door daar waar nodig voorschriften te stellen.
Niet in betekenende mate
Met het onderbrengen van activiteiten onder het besluit wordt gekeken naar de Niet in betekenende mate (NIBM) grens voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof. Deze grens houdt een bijdrage van 3% van de grenswaarde van NO2 en fijn stof in, waarbij de luchtkwaliteit niet in betekenende mate verslechtert. De verwachting is dat de activiteiten onder het activiteitenbesluit deze grens niet overschrijden.
Voorschriften
De gevolgen voor de luchtkwaliteit worden door het stellen van voorschriften zoveel mogelijk voorkomen. Deze kunnen zowel in het Activiteitenbesluit als de bijbehorende regeling zijn opgenomen.
Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om een gelijkwaardige voorziening toe te passen. De Werkgroep Beoordeling Gelijkwaardigheid geeft hierover een advies. In 2010 heeft de werkgroep een advies gegeven met betrekking tot een luchtkwaliteitvoorschrift voor een parkeergarage.
Maatwerk
Voor een aantal activiteiten is een artikel opgenomen dat de mogelijkheid biedt om met een maatwerkvoorschrift aanvullende eisen te stellen. Voorbeelden hiervan zijn parkeren in een parkeergarage (zie ook hieronder), het afleveren van vloeibare brandstoffen en de opslag van stuifgevoelige goederen. Mocht in de toekomst blijken dat er maatregelen nodig zijn die niet in het Activiteitenbesluit zijn opgenomen, dan fungeert de zorgplicht van artikel 2.1 als vangnet. Op grond daarvan kan alsnog een maatwerkvoorschrift worden gesteld.
| Voorbeeld: Activiteit parkeren in een parkeergarage Ter voorkoming van te hoge concentraties benzeen zijn voor parkeergarages voorschriften opgenomen in de Activiteitenregeling. Het opnemen van voorschriften is een manier om overschrijding van grenswaarden (in dit geval benzeen) te voorkomen. Wanneer er toch sprake dreigt te zijn van een overschrijding kunnen voor deze activiteit verdergaande maatregelen worden voorgeschreven met een maatwerkvoorschrift (op grond van artikel 4.76 lid 2). Naast benzeen is bij parkeergarages ook de verkeersaantrekkende werking van invloed op de luchtkwaliteit. Hiermee moet al bij de bestemmingsplanfase rekening worden gehouden. In het Activiteitenbesluit is daarom voor deze activiteit hierover niets geregeld. In het algemeen is voor vervoersmanagement wel wat opgenomen, zie Verkeer en vervoer. |
OBM
Het aantal activiteiten onder het Activiteitenbesluit neemt toe. Er komen in de toekomst ook activiteiten onder die mogelijk wél in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze activiteiten kunnen niet zonder meer opgenomen worden. Om toch een toets te kunnen doen op deze activiteiten en een eventuele weigering bij overschrijding van de grenswaarden mogelijk te maken zal voor deze activiteiten de Omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) worden gebruikt. Op dit moment (2011) wordt OBM nog niet gebruikt voor luchtkwaliteit, maar dat zal in de toekomst veranderen. Zie bijvoorbeeld het ontwerp wijzigingsbesluit met betrekking tot landbouwactiviteiten, artikel II, wijziging BOR.
Meer informatie over de werking van de OBM is te vinden op de activiteitenbesluit pagina's.
Verkeer en vervoer
Het is de wens van de Tweede Kamer om vervoersmanagement minder vrijblijvend te regelen. In het Activiteitenbesluit is daarom artikel 2.16 opgenomen, dat in werking zal treden op 1 januari 2014. Daarnaast is het onderwerp opgenomen in de algemene zorgplichtbepaling (zie art. 2.1 lid 2 onder k). Hier staat de zorgplichtbepaling van de gevolgen voor het milieu door verkeer en vervoer van en naar een inrichting.

