Voorbeelden
Luchtkwaliteit
Inhoud pagina: Voorbeelden
Voorbeeld 1: veehouderij
In het onderstaande plaatje is een veehouderij te zien. Een veehouderij is een fijn stof bron. De dagnorm is voor fijn stof bepalend. De woning van de buurman en het sportterrein (aangegeven in het lichtgrijs) zijn plekken waar de blootstellingstijd lang genoeg is ten opzichte van een dag om ze mee te nemen in de beoordeling. Het bevoegd gezag neemt het hele sportterrein mee in de toetsing, omdat niet uitgesloten kan worden dat er ook aan de randen van het sportterrein een significante blootstellingsduur is.
De overige plekken kunnen wèl uitgesloten worden van toetsing omdat ze niet voor het publiek toegankelijk zijn (weiland) of de verblijfstijd per persoon is te kort (weg, wandelpad en bos). Dit wordt door het bevoegd gezag aangetoond aan de hand van kaarten en luchtfoto's van de feitelijke situatie. Daarnaast wordt in de motivering verwezen naar de toelichting op de Regeling beoordeling luchtkwaliteit. Er zal in dit geval dus getoetst worden op de randen van de grijze vlakken.

Voorbeeld 2: bungalowpark ‘Huisjes op de hei':
Sommige plaatsen bevatten een mix aan functies. Bijvoorbeeld een bungalowpark met huisjes, zwembad, tennisbanen, wandelpaden en een parkeerplaats. Het bevoegd gezag bepaalt waar hier getoetst moet worden. Vooral de motivering is hierbij van belang. In een voorbeeld van het bungalowpark ‘Huisjes op de hei' toetst het bevoegd gezag voor fijn stof op de rand van het park. Net als in het voorbeeld van het sportterrein wil het bevoegd gezag in dit geval geen mogelijke blootstellingsplekken uitsluiten van toetsing. Daarnaast is het ook erg praktisch om de grens van het park aan te wijzen, omdat dit duidelijk is aangegeven in het bestemmingsplan en er staat een hek omheen. Het bevoegd gezag motiveert dat het verblijf binnen de parkgrenzen vergelijkbaar is met een ‘gewoon park', zoals in de toelichting van de Rbl is genoemd en daarom het hele recreatiepark, inclusief wandelpaden en parkeerplaats getoetst moet worden. Daarnaast motiveert de gemeente dat binnen het bestemmingsplan het gehele recreatiepark staat aangegeven als recreatiefunctie en dat zonder bestemmingsplanwijziging de locatie van bijvoorbeeld tennisbaan of parkeerplaats gewijzigd kan worden. Er is daarom overal binnen de parkgrenzen een hoge blootstellingstijd te verwachten. Wanneer het bevoegd gezag onderdelen van het park wèl had uitgesloten van toetsing, had gemotiveerd moeten worden waarom deze onderdelen worden uitgesloten, bijvoorbeeld omdat de blootstellingsduur te kort is. Het principe is immers: overal buiten de inrichting toetsen behalve op plekken die vanwege toegankelijkheid of blootstelling uitgezonderd mogen worden. Zie ook de Raad van State uitspraak 200805209/1/M2.
Voorbeeld 3: tunnelmond
Er wordt een provinciale weg aangelegd met een tunnel onder een kanaal door. Het gaat om een drukke weg, met een hoge emissie van fijn stof en NO2, vooral uit de tunnelmond. Rond de tunnelmond bevinden zich de nooduitgangen en een aanvoerweg voor hulpdiensten. Deze wegen zijn, afgezien van calamiteiten en oefeningen, niet voor verkeer toegankelijk. Langs het kanaal, boven de tunnel, loopt een fietspad. De dichtstbijzijnde bebouwing ligt op ca 150 meter van de tunnelmond. Het bevoegd gezag motiveert dat de nooduitgangen en aanvoerwegen voor hulpdiensten in een gangbare situatie niet voor het publiek toegankelijk zijn. Verdere berekeningen op deze plaatsen zijn daarom niet nodig. Het fietspad langs het kanaal boven de tunnel is wel voor het publiek toegankelijk. Voor fijn stof is de bepalende norm de dagnorm. Het bevoegd gezag motiveert dat ten opzichte van een dag de verblijfstijd op het fietspad niet significant is. Voor fijn stof hoeft op die plek dan ook geen nader onderzoek worden gedaan. De dichtstbijzijnde plek waar een significante blootstellingsduur plaatsvindt, is bij de bebouwing op 150 meter. Daar zal wel getoetst worden.Voor NO2 geldt een jaargemiddelde en een uurgemiddelde norm. Ook voor toetsing aan de jaargemiddelde norm geldt dat het verblijf op het fietspad niet significant is ten opzichte van een jaar. Ten opzichte van een uur kan echter op het fietspad langs het kanaal (op en langs het water staat in de toelichting op de Rbl genoemd) een significante blootstellingsduur zijn. Voordat het bevoegd gezag hier een beslissing over neemt, laat ze daarom onderzoeken of er überhaupt sprake is van een overschrijding van de uurgemiddelde NO2 norm. Wordt de norm niet overschreden, dan is de beslissing of de blootstellingsduur significant is, niet relevant. Uit het NSL is gebleken dat een overschrijding van de uurnorm voor NO2 vrijwel nooit plaatsvindt. Bij een hoge emissie uit een puntbron, zoals hier bij de tunnelmond het geval is, wordt echter aangeraden om dit wel met een berekening aan te tonen.
Wanneer blijkt dat er toch sprake is van een overschrijding van de uurnorm op het fietspad én het bevoegd gezag beslist dat de blootstellingsduur ten opzichte van een uur op het fietspad significant is, dan kan het project niet in deze vorm doorgaan. Er zullen maatregelen genomen moeten worden.
NB: bij alléén een overschrijding van de jaarnorm van NO2 (wat vaker voorkomt) hoeft dus niet op het fietspad getoetst te worden, omdat het verblijf daar ten opzichte van een jaar niet significant is.

