4.4 Brief minister juni 95 over geur
NeR
Inhoud pagina: 4.4 Brief minister juni 95 over geur
| DIRECTORAAT-GENERAAL MILIEUBEHEER | De colleges van Gedeputeerde Staten van provincies en colleges van Burgemeester en Wethouders van gemeenten | |
| 30 JUNI 1995 | LE/LV/AJS95.16B | MBL276.95004 |
Uitkomst algemeen overleg minister van VROM met vaste commissies VROM, EZ en LNV over het stankbeleid (1)
Geachte colleges,
Op 29 maart jl. heb ik overleg gevoerd met de vaste commissies voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, voor Economische Zaken en voor Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van de Tweede Kamer der Staten-Generaal over de Herziene Nota Stankbeleid. Voorafgaand aan dit overleg zijn door mij twee brieven over de Herziene Nota aan de voorzitters van die commissies gezonden.
Deze brieven, van respectievelijk 31 januari jl. en 21 maart jl. bevatten voornemens tot aanpassingen van de Herziene Nota en waren tevens onderwerp van gesprek tijdens het algemeen overleg op 29 maart jl. Deze aanpassingen zijn tot stand gekomen na overleg met de meest betrokken partijen, bedrijven en vergunningverleners en zijn afgestemd met mijn ambtgenoten van Economische Zaken en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
Met deze brief wil ik u informeren over het stankbeleid zoals dat geformuleerd is in de Herziene Nota Stankbeleid in samenhang met de aanpassingen daarop in de genoemde brieven van 31 januari en 21 maart jl. en geaccordeerd is door de Tweede Kamer. Deze brief kan worden gezien als een samenvatting van de belangrijkste beleidsonderdelen van het stankbeleid zoals afgesproken met de Tweede Kamer. De brief schenkt aandacht aan de volgende punten:
I Algemene beleid stank
II Reikwijdte beleid
III Gevolgen voor uitvoeringspraktijk
IV Vergunningen die voor aanpassing in aanmerking komen
V Vervolgactiviteiten
1) Bijlagen: lijst categorie I bedrijfstakken.
De adviesgroep NeR merkt op dat de indeling in categoriën van bedrijven zoals in deze brief, niet meer actueel is.

