3.1 Inleiding

3.1 Inleiding

NeR

Inhoud pagina: 3.1 Inleiding

Leeswijzer
Hoofdstuk 3 geeft de eisen en maatregelen ter beperking van de emissies.
De eisen zijn weergegeven als algemene eisen, voor de verschillende soorten emissies in §3.2.
Daarnaast zijn er bijzondere regelingen gegeven voor specifieke situaties in §3.3, §3.4 en §3.5.
§3.6 gaat over het beoordelen van geuremissies.
§3.7 beschrijft de wijze van controleren van de emissies.

Systematiek
De informatie in hoofdstuk 3 van de NeR geeft de inhoudelijke bouwstenen voor de vergunningvoorschriften. In hoofdstuk 1 en 2 is al beschreven op welke wijze met deze informatie moet worden omgegaan. In het kort komt het op het volgende neer.

  • Emissiereductie dient in de eerste plaats gericht te zijn op een vermindering van de vracht van de uitgeworpen stoffen.
  • Diffuse emissies dienen zoveel mogelijk door procesgeïntegreerde of brongerichte voorzieningen te worden bestreden.
  • De noodzaak tot emissiebeperking ten behoeve van de resterende gekanaliseerde en kwantificeerbare emissies is afhankelijk van de massastroom (vracht) van de emissie.
  • Overschrijdt de vracht de grensmassastroom, dan dienen emissiebeperkende voorzieningen overeenkomstig de stand der techniek te worden geïmplementeerd.
  • De goede werking van deze voorzieningen zal ondermeer via emissie-eisen, vastgelegd in de vergunningvoorschriften, moeten worden verzekerd.

Interpretatie
Bij het interpereteren van de algemene eisen is het volgende van belang.

  • De emissie-eisen van de NeR gelden als bovengrens voor halfuurgemiddelde concentraties. Dit geldt met inachtneming van §2.4. De emissie-concentraties worden getoetst in overeenstemming met §3.7.
  • Bij het bepalen van de concentratie in de afgassen wordt alleen gerekend met die luchtstroom, die nodig is voor het reguliere proces. Luchtstromen, die ter verdunning, koeling of anderszins met de betreffende afgasstroom worden gemengd, danwel in combinatie met die stroom worden afgevoerd via hetzelfde lozingspunt, mogen in principe niet bij de bepaling van de afgasconcentratie worden meegenomen. Opmengen van een luchtstroom met lucht of inerte gassen om - evident - procestechnische redenen valt buiten deze bepaling. In situaties waar grote hoeveelheden lucht worden gebruikt om te koelen of te drogen, zal per situatie moeten worden beoordeeld welk debiet relevant is voor de berekening van de emissieconcentratie.

Combineren van lucht- en afgasstromen, compenseren en verdunnen
Het compenseren van emissies door combineren van afgasstromen evenals het verdunnen van afgasstromen met lucht om daarmee aan de emissie-eisen te voldoen is niet toegestaan.
Het combineren van afgasstromen op één gemeenschappelijke schoorsteen moet als ‘verdunning' worden beschouwd.

Een overzicht van de indeling van stoffen in klassen is opgenomen in bijlage 4.5.

Digitale NeR
 

Kenniscentrum InfoMil