G3 - Rioolwaterzuiveringsinstallaties
NeR
Inhoud pagina: G3 - Rioolwaterzuiveringsinstallaties
Deze regeling is in de NeR opgenomen in januari 1996. Voorzover emissies hierin niet uitdrukkelijk zijn verbijzonderd gelden de algemene bepalingen van de NeR.
| Zie ook |
Reikwijdte
Deze bijzondere regeling is van toepassing op communale zuiveringsinstallaties, waaronder worden verstaan zuiveringsinstallaties met een influent dat eventueel gedeeltelijk afkomstig is van industrieën waarbij de geur van het gecombineerde influent niet noemenswaardig afwijkt van die van huishoudelijk afvalwater.
Geurbronnen
Bij de verschillende procesonderdelen van een rioolwaterzuiveringsinstallatie treden geuremissies op. De omvang van de geuremissie is onder meer afhankelijk de wijze van aanvoer van het afvalwater, en het type en de capaciteit van de zuiveringsinstallatie. Voor de verschillende procesonderdelen zijn emissiefactoren opgesteld (rapport: Bedrijfstakonderzoek stankbestrijding op RWZI's, onderzoeksresultaten en handleiding, STOWA, Utrecht, 1996-2 (voorjaar 1996)). De totale geuremissie van de rioolwaterzuiveringsinstallatie wordt berekend door de emissie van de afzonderlijke procesonderdelen te sommeren.
Verspreiding
Voor de bepaling van de geurconcentraties die in de omgeving van zuiveringsinstallaties optreden zijn nomogrammen opgesteld op basis van het LTFD-model. Daarmee kan de afstand worden vastgesteld van het geurgewogen zwaartepunt van de zuiveringsinstallatie tot de plaats waar een bepaalde geurconcentratie optreedt. Bij een relatief korte afstand in verhouding tot de diameter van de zuivering kan dit problemen opleveren.
Hinder
Ter plaatse van de aaneengesloten woonbebouwing, lintbebouwing of andere geurgevoelige objecten dienen de volgende waarden als maximale immissieconcentraties te worden aangehouden:
- 1 ge/m3 als 98-percentiel voor nieuwe situaties;
- 3 ge/m3 als 98-percentiel voor bestaande situaties.
Ter plaatse van verspreid liggende woonbebouwing en van woningen op industrieterreinen dienen de volgende waarden als maximale immissieconcentraties te worden aangehouden:
- 2 ge/m3 als 98-percentiel voor nieuwe situaties;
- 7 ge/m3 als 98-percentiel in bestaande situaties.
Maatregelen
Indien de berekende geurimmissieconcentratie in de omgeving van de zuivering de bovenstaande waarden overschrijdt kan een keuze worden gemaakt uit de mogelijke maatregelen ter beperking van de geuremissie.
Op basis van de berekening van de geuremissie en de verspreiding van deze geur in de omgeving kan men nagaan of bij de dichtstbijzijnde woonbebouwing wordt voldaan aan de geurconcentratiewaarden uit de richtlijn.
Wordt hieraan voldaan dan behoeven geen aanvullende maatregelen te worden genomen. Wordt er niet aan voldaan dan is met behulp van het nomogram (zie kaders) te berekenen welke geuremissiereductie nodig is. Met behulp van de geuremissiesterktes van de afzonderlijke bronnen kan worden nagegaan welke bron het meest in aanmerking komt om te worden aangepakt om de totale geuruitworp voldoende te reduceren. Normaal mag bij de meest gebruikelijke geurbeperkende maatregelen (afdekken en luchtbehandeling) worden gerekend met een reductiepercentage van 90%.
Door de restemissie weer in te voeren in de uiteindelijke bronsterkteberekening kan met de nomogrammenworden gecontroleerd of voldoende emissiereduktie is bereikt. De keuze van de onderdelen van de zuivering die moeten worden afgedekt moet worden afgestemd op de specifieke situatie, de benodigde emissievermindering en de daarmee gepaard gaande kosten.
Een overzicht van toe te passen maatregelen is hieronder gegeven. Voor meer details wordt verwezen naar de STOWA handleiding.
| Gebruikelijke maatregelen | Minder gebruikelijke maatregelen | Ongebruikelijke maatregelen |
|---|---|---|
| Dit zijn maatregelen die indien noodzakelijk gewoonlijk als eerste worden toegepast. | Dit zijn maatregelen die wel kunnen worden toegepast maar gezien de omvang en kosten niet als eerste in aan aanmerking komen. | Dit zijn maatregelen die gezien omvang, kosten en verwacht resultaat normaal gesproken niet in aanmerking komen om te worden toegepast. |
| Afdekking en luchtbehandeling van de volgende bedrijfsonderdelen: | Afdekking en luchtbehandeling van de volgende bedrijfsonderdelen: | Afdekken (met of zonder luchtbehandeling) van: |
| ontvangkelder | oppervlakte zandvanger | beluchtingstank |
| ontvangstvijzels | oppervlakte voorbezinktank | nabezinkingstanks |
| goten voor onbehandeld afvalwater | retourslibvijzels | effluentgemaal |
| verdeelwerken voor onbehandeld afvalwater | indikkers secundairslib | effluentsloot |
| roosters | indikkers aëroob gestabiliseerd slib | voordenitrificatietank |
| roostergoedcontainers | indikkers anaëroob gestabiliseerd slib | |
| goten zandvangers | onbeluchte selector/anaërobe tank | |
| goten voorbezinktanks | ||
| beluchte selector | ||
| primair slibindikkers | ||
| mechanische slibontwatering | ||
| Verkleining van uitwiswisselend oppervlak: | Verkleining van uitwisselend oppervlak door drijvende) afdekking zonder luchtbehandeling: | |
| verkleining van overstorthoogte | voorbezinkingstanks | |
| beluchtingsrotoren/ oppervlaktebeluchte | ||
| Daarnaast: | Daarnaast: | |
| dosering van ijzerchloride aan influent | dosering van waterstofperoxide aan influent | |
| recirculatie van effluent |
