3.6.1 Systematische bepaling van het acceptabel hinderniveau
NeR
Inhoud pagina: 3.6.1 Systematische bepaling van het acceptabel hinderniveau
Hindersystematiek geur
De hindersystematiek geur is bedoeld om het bepalen van een acceptabel hinderniveau zoveel mogelijk te harmoniseren. Het bepalen van een acceptabel hinderniveau bestaat enerzijds uit een onderzoek naar de geursituatie en het hinderniveau. Anderzijds bestaat het uit een overweging en beoordeling wat acceptabel is. De overwegingen die op lokaal niveau kunnen spelen om te komen tot een afgewogen beslissing zijn wegens het specifieke karakter hiervan niet in de hindersystematiek uitgewerkt, de van belang zijnde aspecten wel. De hindersystematiek bestaat uit het stappenschema met de bijbehorende toelichting. In het stappenschema wordt verwezen naar onderzoek. Er zijn meerdere onderzoeksmethoden beschikbaar, al dan niet in combinatie met elkaar. In tabel 1 van §3.6.2 zijn de verschillende onder-zoeksmethoden weergegeven en de situaties waarin deze bruikbaar zijn en daarna in §3.6.2 worden deze methoden nader toegelicht.
Toepassing
De hindersystematiek geur is een hulpmiddel voor de vergunningverlener om in de praktijk op een afgewogen wijze het aspect geurhinder te behandelen. De systematiek leidt niet tot een getalswaarde als uitkomst. Het resultaat van de hindersystematiek vormt een deel van de informatie die het bevoegd bestuursorgaan nodig heeft om een afgewogen besluit te nemen ten aanzien van de hindersituatie ten gevolge van het initiatief. Het is belangrijk de afweging inzichtelijk te maken. Bij vergunningverlening is het noodzakelijk niet alleen de conclusie over het acceptabele hinderniveau te geven, maar ook de motivering daarvoor op te nemen. De hindersystematiek is gemaakt voor vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer maar het kan ook een hulpmiddel zijn bij andere vraagstukken zoals op het gebied van de Ruimtelijke Ordening. Zoals reeds genoemd is de aard van de benodigde informatie divers. Uiteindelijk stelt de vergunningverlener op basis van een afweging van alle relevante factoren het acceptabele hinderniveau vast. Er kan verschil worden gemaakt in het acceptabel hinderniveau in bestaande en in nieuwe situaties.
Stappenschema
Het schema is een gestructureerde weergave van hoe in de praktijk omgegaan kan worden met het aspect geurhinder. In het schema is geen specifiek onderscheid gemaakt tussen omgaan met bestaande en nieuwe situaties. Onderzoek zal bij nieuwe situaties in de meeste gevallen beperkt blijven tot indicatieve methoden. De ‘rechthoeken' vragen om actie; de ‘wybertjes' leiden tot het maken van een keuze.
Beschrijving stappenschema
Een initiatief tot een overleg kan onder andere plaatsvinden in een procedure voor een vergunningaanvraag, een milieueffect rapportage of een bedrijfsmilieuplan. Het is van belang om tijdens het vooroverleg al het hele stappenschema van de hindersystematiek te doorlopen zodat bij de defi nitieve vergunningaanvraag voldoende informatie over de geursituatie aanwezig is.
Bij de start wordt globaal nagegaan of geur gezien de aard van de inrichting een te behandelen item dient te zijn. Hulpmiddelen hierbij zijn:
- overzichten van geurrelevante bedrijven;
- tabellen 1 en 2 uit Bedrijven en milieuzonering (1999, VNG-uitgeverij);
- ervaringen met dit type bedrijf.
Op basis van deze informatie wordt vastgesteld of de inrichting al of niet een relevante bron van geuremissie is. Indien geur wel relevant is, wordt in het vooronderzoek getoetst of voldoende gegevens beschikbaar zijn voor verdere beoordeling. Het vooronderzoek moet het mogelijk maken een antwoord te geven op de vraag of de geursituatie zodanig is dat er geurhinder op zou kunnen treden.
In een vooronderzoek wordt de situatie van de betreffende inrichting in ogenschouw genomen. Hierbij moet gedacht worden aan onder andere:
- omgevingsfactoren (bijvoorbeeld locatiekeuze, afstand tot geurgevoelige bestemmingen, ruimtelijke ontwikkelingen);
- de in de aanvraag opgenomen maatregelen (bijvoorbeeld verzamelen van achtergrondinformatie over processen en mogelijke maatregelen).
- indicaties omtrent de hinder (bijvoorbeeld signalen uit omgeving).
Met behulp van indicatieve onderzoeksmethoden (zie §3.6.2) kan hierover inzicht worden verkregen.
Op grond van het vooronderzoek wordt bepaald of deze inrichting in de betreffende situatie nu of in de toekomst, mogelijk kan leiden tot geurhinder. Zo nee, dan wordt dit opgenomen in de considerans en zijn geen aanvullende maatregelen nodig.
Is er sprake van potentiële hinder, dan wordt gekeken of er een Bijzondere Regeling voorhanden is.
Wanneer blijkt dat geur niet relevant is, is geen verdere actie noodzakelijk; de overwegingen worden opgenomen in de considerans. Het schema is verder niet van toepassing.
Indien sprake is van een bedrijf uit een bedrijfstak waarvoor een Bijzondere Regeling in de NeR is opgenomen, wordt de Bijzondere Regeling voor de desbetreffende bedrijfstak gevolgd. Een overzicht van de Bijzondere Regelingen is te vinden in § 3.3.
Behalve Bijzondere Regelingen zijn er ook nog andere regelingen waarin iets over geur geregeld is. Dit zijn bijvoorbeeld Inspectierichtlijnen en Algemene Maatregelen van Bestuur. Met name voor bepaalde soorten kleine bedrijven (zoals autospuiterijen en horecabedrijven) geven dit soort richtlijnen en amvb’s het standaardpakket aan maatregelen dat moet worden toegepast.
In een Bijzondere Regeling worden uitspraken gedaan over het hinderniveau en het bijbehorende standaardmaatregelenpakket. In dit standaardmaatregelenpakket van de Bijzondere Regeling zijn de technische, financiële en sociaaleconomische aspecten al verwerkt. Uitgangspunt is dat toepassing van de BR leidt tot een acceptabel hinderniveau. Dit is echter niet bij alle Bijzondere Regelingen het geval.
Niet in alle Bijzondere Regelingen worden emissiefactoren en/of een maximale immissiewaarde genoemd. In die gevallen kan dan vanuit de Bijzondere Regeling niet de geursituatie en het hinderniveau worden vastgesteld.
De Bijzondere Regeling is dan niet toereikend en de geursituatie en het hinderniveau moeten worden vastgesteld via de volgende stappen in de hindersystematiek. Daarnaast is het mogelijk dat een Bijzondere Regeling niet toereikend is voor een specifieke situatie wanneer een bedrijf een bijzondere positie binnen de bedrijfstak inneemt of wanneer de bedrijfsvoering afwijkt van de bedrijfsvoering waarop de Bijzondere Regeling is gebaseerd. Gemotiveerd afwijken van de Bijzondere Regeling kan ook op grond van lokaal beleid en wanneer volgens de reeds bestaande vergunning al een lagere emmissienorm dan de norm uit de Bijzondere Regeling kon worden gehaald.
Bij dit punt wordt de keuze gemaakt of het voor een goed oordeel over de hindersituatie nodig is om verder onderzoek te verrichten. Aspecten die hierbij een rol spelen zijn:
- de omvang van de emissies;
- de invloed van de voorgenomen maatregelen;
- de aard van de omgeving;
- de mate van (mogelijke) hinder in de omgeving.
Het onderzoek moet duidelijkheid geven over de geursituatie en het hinderniveau als gevolg van het initiatief. Bij dit onderzoek moet rekening gehouden worden met maatregelen die overeenkomstig BBT getroffen moeten worden. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor dit onderzoek. Bij de keuze voor een onderzoek geldt dat de inspanning voor een onderzoek in redelijke verhouding moet staan tot het probleem.
Wanneer blijkt dat onderzoek om bepaalde reden (bijvoorbeeld onderzoekstechnisch) niet kan worden uitgevoerd, zal op basis van eerder verzamelde informatie een uitspraak moeten worden gedaan over het hinderniveau in die specifi eke situatie. Uit de onderzoeken moet naar voren komen welke mate van hinder naar verwachting het gevolg is. Meer informatie over verschillende soorten onderzoek is te vinden in §3.6.2.
Indien de lokale overheid eigen beleid heeft vastgesteld dan moet het initiatief aan het eigen beleid worden getoetst. Wanneer er geen eigen beleid is dan moet het initiatief getoetst worden aan het rijksbeleid. Dit is neergelegd in de brief van de minister uit juni 1995 (zie bijlage 4.4). In het lokale beleid moet zijn vastgelegd hoe met bijzondere regelingen wordt omgegaan, dit is één reden waarom in de hindersystematiek een stippellijn van Bijzondere Regeling toereikend naar toetsen aan het eigen beleid staat. Indien in het lokale beleid niets is opgenomen over Bijzondere Regelingen dan kan ook niet aan het lokale beleid worden getoetst (en hoeft men de stippellijn niet te volgen).
Een andere reden voor de stippellijn is dat volgens het rijksbeleid gemotiveerd afwijken van de Bijzondere Regeling mogelijk is wanneer volgens de reeds bestaande vergunning al een lagere immissienorm dan de norm uit de Bijzondere Regeling kon worden gehaald.
Bij de afweging of het hinderniveau acceptabel is moet de mate van hinder die door het initiatief wordt veroorzaakt worden afgewogen tegen de inspanningen die de initiatiefnemer moet leveren om de hoeveelheid hinder te verminderen. De inspanningen van de initiatiefnemer moeten conform BBT zijn. In de afweging of het hinderniveau acceptabel is zijn onder andere de volgende aspecten van belang:
- de mate van hinder;
- de aard en waardering van de geur;
- omvang van de blootstelling het klachtenpatroon;
- andere informatie over de hinder en mogelijke emissies;
- zijn maatregelen overeenkomstig BBT getroffen?;
- informatie over mogelijke extra maatregelen;
- de lokale situatie waarin onder meer de planologische situatie en de sociaaleconomische aspecten (bv. werkgelegenheid) een rol spelen;
- de historie van het bedrijf in zijn omgeving;
- de aanwezigheid van lokaal geurbeleid.
De uitkomst van dit afwegingsproces is het acceptabel hinderniveau.
Het bevoegd bestuursorgaan beslist op grond van de bovenstaande afweging of het hinderniveau acceptabel is. De mogelijkheden zijn: het hinderniveau is acceptabel of het is niet acceptabel. Als het hinderniveau niet acceptabel is, is het nodig om onderzoek te doen naar aanvullende maatregelen.
Aanvullende maatregelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit
- aanvullende voorzieningen (naast de reeds genoemde voorzieningen in de aanvraag of uit de bijzondere regeling);
- organisatorische maatregelen (bijvoorbeeld het beperken van geurveroorzakende activiteiten, het beperken daarvan onder ongunstige meteocondities);
- planologische maatregelen (bijvoorbeeld locatiekeuze).
Bij het voorschrijven van aanvullende maatregelen mag de grondslag van de aanvraag niet worden verlaten. Daarom is het van belang om het stappenschema al in de vooroverlegfase te doorlopen zodat de eventueel benodigde aanvullende maatregelen in de definitieve vergunningaanvraag meegenomen kunnen worden.
Het bevoegd bestuursorgaan beslist of het hinderniveau na het treffen van extra maatregelen acceptabel is. De mogelijkheden zijn: het hinderniveau is acceptabel en dus kan het [initiatief worden goedgekeurd] of het hinderniveau is niet acceptabel en het [initiatief moet geweigerd] worden. In beide gevallen, zowel wanneer het initiatief wordt goedgekeurd als wanneer het initiatief wordt geweigerd moet het besluit goed worden gemotiveerd. Wanneer het besluit wordt goedgekeurd moeten de overwegingen in de considerans worden vastgelegd en de voorschriften in de vergunning worden opgenomen.

