3.6.2 Beschrijving onderzoeksmethoden geur
NeR
Inhoud pagina: 3.6.2 Beschrijving onderzoeksmethoden geur
In tabel 1 wordt een aantal methoden genoemd waarmee een beeld van het hinderniveau verkregen kan worden. De methoden zijn onderverdeeld in de categorieën indicatief onderzoek en nader onderzoek. Binnen deze onderverdeling zijn de methoden willekeurig gerangschikt. De wijze waarop ze zullen worden toegepast is bepalend voor de eisen die aan de methode worden gesteld. Zo zal een methode welke indicatief toegepast wordt minder nauwkeurig behoeven te zijn dan een methode die voor nader onderzoek wordt toegepast. Van invloed op mogelijk te hanteren methoden is ook of het een bestaande of een nieuwe situatie betreft.
Tabel 1
| Indicatief | Signaal
Achtergrond informatie
Veldwaarneming
|
| Nader onderzoek | Signaal
|
Voor de toepasbaarheid van methoden zijn ook bepaalde omgevingsfactoren van belang:
- Dichtbevolkt gebied; er wonen voldoende mensen in de omgeving van de bron zodat een voldoende aantal respondenten te verwachten is.
- Er is sprake van één bron in een dichtbevolkt gebied.
- Deze methode is alleen zinvol als de berekende immissieconcentraties gerelateerd worden aan een bepaald kwaliteitsoordeel.
Indicatieve methoden zijn veelal subjectief of niet specifiek toegesneden op de te beschouwen situatie. In de praktijk worden deze methoden vaak in combinatie toegepast. Op deze wijze geven zij inzicht in de omvang van de (eventuele) hinder.
Trefwoorden bij deze methoden zijn:
- tijdsbeslag - gering
- toepassing - eenvoudig
- resultaat - subjectief
- nauwkeurigheid - ruwe schatting
- kosten - laag
Trefwoorden bij nader onderzoek zijn:
- tijdsbeslag - variabel (enige weken tot meer dan een jaar)
- toepassing - vergt specifiek onderzoek
- resultaat - objectief beeld van hindersituatie (kwalitatief) een objectieve getalswaarde over de hindersituatie (kwantitatief)
- nauwkeurigheid - afhankelijk van methode
- kosten -
TLO: € 10.000-20.000 kosten omgevingspanel en klachtenanalyse > € 15.000 (incl. voorbereiding en opzet)
Een emissie-onderzoek aan één emissiepunt, uitgevoerd in drievoud, kost circa € 2.500 - 5.000.
Een tweede emissiepunt kost circa € 1.000 - 2.000 extra. Snuffelploegmetingen vanaf € 3.000.
Wanneer sprake is van een discontinue of fluctuerende bron kan de bronsterkte via emissiemetingen slechts dan worden bepaald wanneer de lozingsperiode groot genoeg is.
Bij complexe brongebieden zijn hinderbelevingsonderzoeken en klachtenanalyses mogelijk. De TLO-enquête in gestandaardiseerde vorm is geschikt voor het verzamelen van achtergrondinformatie. Snuffelploegmetingen zijn bij zeer grote bronnen en brongebieden (qua emissie) moeilijk uitvoerbaar.
Bij vestiging van een nieuwe inrichting en bij nieuwe situaties zijn onderzoeken ter plaatse niet uitvoerbaar. Mogelijke methoden zijn dan het vergelijken met gelijksoortige bedrijven en processen elders, de bedrijvenlijst uit Bedrijven en Milieuzonering (VNG-uitgeverij, 1999), bekende gegevens over de hedonische schaal etcetera.
Hieronder wordt een korte beschrijving gegeven van de onderzoeksmethoden die in tabel 1 worden genoemd. De methoden zijn gegroepeerd naar de manier waarop de informatie wordt verkregen over de geursituatie, in de categorieën:
- signaal van de burger;
- achtergrondinformatie;
- veldwaarneming;
- hinderonderzoek;
- geurconcentratiebepaling;
- combinatie van methoden.
Signaal
Het kenmerkende van de hieronder genoemdemethoden is dat zij uitgaan van een actie van de burger.
Klachtenregistratie
De klachtenregistratie is het gedurig en systematisch verzamelen van klachten met als doel inzicht te verkrijgen in de aard, de omvang en de oorzaak van klachten. Genoteerd wordt informatie over tijdstip, plaats en aard van de klacht, meteogegevens, oorzaak, veroorzaker. Van belang is tevens de toegankelijkheid van het verzamelpunt van de klachten. Het resultaat is de verzameling van per bron binnengekomen klachten. Deze methode is toepasbaar als indicator van de situatie. De betrouwbaarheid is gebiedsafhankelijk. Het resultaat van deze methode is door partijen en derden beïnvloedbaar.
Klachtenanalyse
Op basis van de met de klachtenregistratie verkregen gegevens wordt nagegaan welke bron(nen) de oorzaak van de klacht waren en wordt de klacht geverifieerd (oftewel is de klacht gegrond). Er wordt nagegaan of deze bron(nen) vaker klachten veroorzaken. In de meeste situaties komen klachten binnen bij gemeenten of provincies. Bij een actief gebruik van dit instrument kan een bedrijf zélf direct de verantwoordelijke handelingen of processen aangeven en zonodig preventieve maatregelen treffen. Elementen die hier bij te pas komen zijn naast de adequate registratie, de bijzondere omstandigheden bij de bron, publiciteit of andere beïnvloedende activiteiten in de omgeving van de bron en terugkoppeling naar de klager(s). Het resultaat is een overzicht in de tijd van de per bron binnengekomen klachten, met daarbij aangegeven mogelijke oorzaken of bijzondere omstandigheden. In vergelijking met voorgaande methode neemt de gevoeligheid voor beïnvloeding af en het inzicht in de heersende situatie toe.
Achtergrondinformatie
Het verzamelen van achtergrondinformatie is een veel gebruikte en goedkope methode. Hoewel de nauwkeurigheid afhankelijk is van de mate van overeenkomst tussen de beschouwde gevallen wordt de waarde van de resultaten als hoog ingeschat. Een mogelijk nadeel is dat deze methode door een selectieve keuze van de informatiebronnen makkelijk aanleiding kan geven tot manipulatie.
Vergelijkbare situaties
Op basis van bepaalde gelijkenissen wordt bekeken welke gegevens uit andere, vergelijkbare situaties kunnen worden gehanteerd (technische gegevens, hindergegevens, emissies, omgevingsfactoren, etc.). Om erachter te komen of zich elders vergelijkbare situaties voordoen, kan contact worden gezocht met InfoMil of met de betreffende koepel- of brancheorganisatie.
Literatuur
Bijvoorbeeld:
- VNG-boekje
Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is het boekje ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uitgegeven (1999). In dit boekje zijn afstanden voor verschillende bedrijfstakken opgenomen die als advieswaarden gelden voor de ruimtelijke ordening. Ook voor geur zijn dergelijke afstanden opgenomen. Zij zijn een houvast voor de vergunningverlener en geven een eerste indicatie van de eventuele belasting in de omgeving. - Overzichten van geurrelevante bedrijven
In de bijlage van de Herziene Nota Stankbeleid (1994) wordt een lijst van potentieel geurveroorzakende bedrijfscategorieën, gesorteerd op SBI-code, gegeven. Deze lijst is een selectie van de overzichten uit het VNG-boekje ‘Bedrijven en milieuzonering’.
Veldwaarneming
Eigen waarneming
Het ter plekke waarnemen van de geur en het geven van een oordeel door een ambtenaar en/of een vertegenwoordiger van het bedrijf. Van belang is een goede registratie van de waarneming, de condities waarbij dit gebeurde en de procesomstandigheden bij het bedrijf. Het resultaat is een indicatie van de afstand waarop de bron waarneembaar is, alsmede een indicatie van de beleving van de geur. Deze methode wordt aanbevolen als voorloper op andere onderzoeken. De methode is vooral bedoeld als een verkenning van de situatie.
Snuffelploegen
Snuffelploegonderzoeken kunnen met verschillende doeleinden worden uitgevoerd. Het belangrijkste doel is het vaststellen van de blootstelling aan geur in de buitenlucht tengevolge van één of meerdere geurbronnen afkomstig van één inrichting. Bij het snuffelploegonderzoek vindt een integrale veldmeting plaats van het hele bedrijf. De waarneembaarheid van de geur van een bedrijf wordt onderzocht door een aantal malen met behulp van een panel in het veld te bepalen tot op welke afstand de geur van een bedrijf waarneembaar is (de waarneembaar heidsafstand). De bronsterkte kan vervolgens worden berekend met behulp van de waarneembaarheidsafstand en een op het oude Nationale Model uit 1976 gebaseerd korte termijn verspreidingsmodel omdat het NNM hiervoor nog niet geschikt is. De bronsterkte wordt uitgedrukt in snuffeleenheden per uur (SE/uur).
De snuffelploegmethode is een niet al te dure methode. Men dient er rekening mee te houden dat de uitkomst de waarneembaarheid en niet de hinder weergeeft. Doorgaans is een snuffelploegmeting goed toepasbaar bij oppervlaktebronnen. Voor meer informatie over de voor- en nadelen van snuffelploegmetingen wordt verwezen naar het Document Meten en Rekenen Geur. Dit document is uitgebracht in de Publikatiereeks Lucht 115 (december 1994).
Hinderbeleving
Belevingsonderzoek
In de omgeving van een bron wordt omwonenden (een zogenaamd omgevingspanel) gevraagd structureel een periodieke waarneming in de buitenlucht te doen en een oordeel te geven over de waargenomen geur. De gegevens van het panel worden via een gewogen methode verrekend. Dit oordeel kan zowel in de vorm van niet hinderlijk tot erg hinderlijk als in een kwalitatieve vorm (hedonische schaal) worden gegeven. Door bij klachten gebruik te maken van het omgevingspaneel kan vaak snel een indicatie worden verkregen van een soort geur en de mogelijke bron. In de praktijk wordt wanneer een klacht wordt ingediend direct aan het omgevingspaneel gevraagd om een waarneming ter plaatse uit te voeren. Deze verifi eert in zekere zin de klacht en kan soms aangeven waar de geur vandaan komt. Voor het panel kan gebruik worden gemaakt van bewonersorganisaties, werknemers en/of andere betrokken omwonenden in een gebied.
Hinderenquêtes (Telefonisch Leefsituatie Onderzoek)
Hinderenquêtes meten de beleving van hinder bij de bevolking door middel van verborgen vraagstelling. Met behulp van deze enquête, onder enkele honderden respondenten in de omgeving van een bedrijf, wordt de ernstige) hinder van het bedrijf als functie van de woonafstand gemeten. De hinder wordt als ervaring van de leefsituatie door de ondervraagde gezien. Voor een uitgebreidere beschrijving van hinderenquêtes en het Telefonisch Leefsituatie Onderzoek (TLO) in het bijzonder, wordt verwezen naar het Document Meten en Rekenen Geur (Publicatiereeks Lucht 115, december 1994). Hierin wordt uitgebreid aandacht besteed aan de toepasbaarheid van het TLO in de praktijk. Hinderenquêtes kunnen ook schriftelijk of face-to-face worden uitgevoerd. Bij het afnemen van enquêtes is het van belang rekening te houden met een voldoende steekproefgrootte. Het resultaat is het percentage van de respondenten dat aangeeft hinder te ondervinden alsmede de mate van hinder die ondervonden wordt. Op deze wijze verkrijgt men een bruikbaar inzicht in het hindergevoel bij de bevolking. Een hinderenquête is minder geschikt wanneer er over het betreffende geurprobleem veel publiciteit is.
Geurconcentratiegegevens
Emissiemetingen (gevolgd door verspreidingsberekening)
Bij het emissieonderzoek worden alle relevante bronnen van het te onderzoeken bedrijf bemonsterd. De verkregen monsters worden olfactometrisch geanalyseerd volgens de NEN-EN 13725. Uit de verkregen uitkomsten (ouE/uur) worden vervolgens met het Nieuw Nationaal Model de bijdragen berekend aan de geurconcentratie in de omgeving. Het resultaat bestaat uit de geuremissie van de bron in odour units per uur en de op basis daarvan berekende bijdrage geurconcentratie in de omgeving (in ouE/m3 als bij v. 98-percentielwaarde). In de rapportage moet worden aangegeven welke versie van welk softwarepakket van het Nieuw Nationaal Model is gebruikt, welke invoerparameters zijn gebruikt en welke meteodataset is gebruikt. Voor een uitgebreidere beschrijving van emissieonderzoek en de toepasbaarheid in de praktijk wordt verwezen naar het Document Meten en Rekenen Geur (Publicatiereeks Lucht 115).
Hedonische waarde
Met deze methode wordt de relatie tussen de concentratie en de hedonische waarde vastgelegd. Een geurmonster wordt in voldoende grote concentratie aangeboden aan een panel waarnemers die een oordeel over de kwaliteit van de geur geven. Deze kwaliteit varieert in de range van uiterst aangenaam via neutraal tot uiterst onaangenaam. Dit gebeurt volgens de NVN2818. Afhankelijk van de schaalverdeling kan voor geuren een score worden verkregen. Deze waardering zegt overigens alleen iets over de waardering bij de aangeboden geurconcentratie. De methode wordt gebruikt om inzicht te krijgen in de grens waar hinder optreedt.
Mogelijke combinaties van methoden
De volgende kwantitatieve methoden zijn voorbeelden van combinaties van meerdere methoden. Afhankelijk van de voors en tegens van de individuele methode kan voor de specifieke situatie een combinatie gekozen worden.
Snuffelploegmeting met hedonische waarde
Het resultaat is een waarneembaarheidsafstand met kwaliteitsoordeel over de geur.
Emissiemetingen met hedonische waarde
Het resultaat is een geuremissie/geurconcentratie met kwaliteitsoordeel over de geur.
Emissiemetingen met telefonisch leefsituatieonderzoek
Het resultaat is de relatie tussen de berekende geurconcentratie en de met het TLO gemeten hinder.
Snuffelploegmetingen met klachtenanalyse
Het resultaat is een waarneembaarheidsafstand met een overzicht van de klachten binnen dat gebied.
Emissiemetingen met een belevingsonderzoek
Het resultaat is de relatie tussen de berekende geurconcentratie en de met het belevingsonderzoek gemeten ervaren hinder.

