3.7 Controleren van emissies
NeR
Inhoud pagina: 3.7 Controleren van emissies
- 3.7.1 Inleiding
Onder het controleren van de emissies wordt het vaststellen van de emissies en het beoordelen van de resultaten verstaan.
- 3.7.2 Controleren goede werking en vaststellen controleverplichtingen
Deze paragraaf gaat eerst in op het controleren van de goede werking van een reinigingstechniek of procesgeïntegreerde maatregel. Het tweede deel van de paragraaf gaat in op de situatie waarin emissie-eisen in de vergunning zijn opgenomen.
- 3.7.3 Niet-reguliere emissies
Niet-reguliere emissies zijn incidentele emissies als gevolg van bijzondere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld onderhoud, schoonmaak, storingen en start- en stopprocedures die weinig voorkomen. Om de mogelijkheden tot het voorkomen van verhoogde emissies ten gevolge van niet-reguliere emissies zoveel mogelijk te benutten, moet een aantal punten in de voorschriften worden verwerkt. Deze paragraaf geldt niet indien op de ongereinigde emissie de vrijstellingsbepaling van toepassing is
- 3.7.4 Controle door gebruik van ERP's
Eén van de mogelijke controlevormen is het gebruik van emissierelevante parameters (ERP's).
- 3.7.5 Controle door meting
Eén van de mogelijke controlevormen is het uitvoeren van metingen. Bij metingen onderscheidt men afzonderlijke metingen (ook wel periodieke metingen genoemd) en continue metingen.
- 3.7.6 Toetsing
De laatste stap bij het controleren van de emissies betreft de beoordeling door het bevoegd gezag van de vastgestelde emissies. Deze paragraaf gaat in op de beoordeling van de geregistreerde waarden van ERP's en de resultaten van metingen, zoals die zijn aangeleverd door het bedrijf of de meetinstantie.

