Home > Onderwerpen > Klimaat, lucht, water > Stookinstallaties > Begrippen Emissies bij energiewinning
Begrippen emissies bij energiewinning
Stookinstallaties
Inhoud pagina: Begrippen emissies bij energiewinning
a
b
c
d
e
f
g
h
i
j
k
l
m
- Afval?
Het antwoord op de vraag of er sprake is van een afvalstroom zal in overleg tussen initiatiefnemer en bevoegd gezag moeten worden bepaald. Afhankelijk van ondermeer de afkomst kan de inrichting onder een ander bevoegd gezag vallen (Meer info op de pagina Bevoegd gezag). Belangrijke informatie bij de vraag of er sprake is van een afvalstroom is:
- De definitie van het begrip afvalstoffen uit de Wet milieubeheer
- De nadere uitwerking van het onderscheid tussen afvalstof en niet-afvalstof in het Landelijk afvalbeheerplan (LAP).
- De nationale en internationale jurisprudentie rond de afvalstofvraag waarmee een verdere invulling van het begrip afvalstof wordt verkregen.
Van veel voorkomende biomassastromen is het antwoord op de afvalvraag inmiddels vaak beantwoord. Belangrijke voorbeelden zijn:
- Biodiesel, verkregen uit transverestering van een plantaardige of dierlijk vet/olie die voldoet aan de norm voor biodiesels, EN 14214, wordt door het bevoegde gezag vaak gezien als brandstof. Biodiesel die voldoet aan deze norm is toegestaan als brandstof voor stookinstallaties in type A of B inrichtingen onder het Activiteitenbesluit.
- Schoon resthout en speciaal voor de verkoop geproduceerd hout, zoals houtpellets, wordt door het bevoegd gezag vaak gezien als brandstof.
- Snoeihout wordt door het bevoegde gezag, zodra het gaat om energiewinning, vaak gezien als afvalstof.
- Mest wordt door het bevoegde gezag doorgaans niet gezien als afvalstof, maar wel zodra het gaat om verbranding.
Meer informatie kan worden ingewonnen bij Uitvoering Afvalbeheer.

