1 Inleiding

1 Inleiding

Stookinstallaties

Inhoud pagina: 1 Inleiding

In de Leidraad wordt uitleg gegeven over de toepassing van het Besluit emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A (Bees A) en de Regeling meetmethoden emissie-eisen stookinstallaties milieubeheer A 2005 (Regeling meetmethoden A), in het bijzonder betreffende de complexere aspecten ervan. Instructieve tabellen zijn toegevoegd en overzichten in bijlagen vervat. Bijlage 1 geeft een overzicht van inrichtingen waarop Bees A van toepassing is. Bijlage 2 geeft een stroomschema van de werkingsfeer van Bees A. In bijlage 3 zijn de geldende emissie-eisen weergegeven.

Bees A draagt bij aan de bestrijding van het verschijnsel ‘verzuring’, dat voornamelijk wordt veroorzaakt door emissies van NOx, SO2, ammoniak en vluchtige koolwaterstoffen. Verzuring leidt tot aantasting van vegetatie, afname van de biodiversiteit en aantasting van materialen en kunstwerken en monumenten. Verder heeft verzuring schadelijke effecten op de menselijke gezondheid door fijn stof en ozonvorming.

Bees A heeft betrekking op de uitworp (‘emissie’) van stikstofoxiden (NOx), zwaveldioxide (SO2) en stof als gevolg van verbranding van brandstoffen in stookinstallaties van bepaalde inrichtingen. In het Bees wordt op grond van de definitie voor brandstof in de Wet inzake de luchtverontreiniging (Wlv) onder een stookinstallatie verstaan: een installatie die bestemd is voor energieopwekking door het verbranden van brandstoffen.

Het begrip brandstof wordt zeer ruim opgevat in Bees A. Het gaat om alle vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen voor zover niet aangemerkt als afval. (De Helpdesk Afvalbeheer van Agentschap NL kan antwoord geven op de vraag of een bepaalde stof een afvalstof is of niet.) Vaste brandstoffen kunnen zijn kolen, maar ook bijvoorbeeld hout, turf of schone biomassa. Vloeibare brandstoffen kunnen zijn gasolie en zware stookolie, maar ook in de inrichting gegenereerde vloeibare brandstoffen, zoals residuale olie. Gasvormige brandstoffen kunnen zijn aardgas en biogas, maar ook in de inrichting gegenereerde gassen, zoals chemische restgassen; in Bees A worden apart genoemd raffinaderijgas, hoogovengas, cokesovengas, oxygas en LPG. Afvalverbrandingsinstallaties vallen niet onder het Bees A, maar onder het Besluit verbranden afvalstoffen (Bva). Nadere informatie over het Bva is te vinden in de Handleiding Bva van InfoMil.

In deze leidraad wordt uiteengezet welke eisen met betrekking tot SO2, NOx en stof gelden voor stookinstallaties waarop Bees A van toepassing is. Onder Bees A vallen stookinstallaties in grote inrichtingen, zoals elektriciteitscentrales, raffinaderijen en grote chemische bedrijven.

Op grond van Bees A geldt naast de verplichting om aan de emissie-eis te voldoen, ook de verplichting om een meting uit te (laten) voeren. Dit geldt voor elke individuele stookinstallatie: als in een inrichting bijvoorbeeld enkele identieke stoomketels staan opgesteld, moet aan elk van deze stoomketels een meting worden uitgevoerd. Uit de meting zal moeten blijken dat aan de emissie-eis is voldaan.

De eisen van Bees A gelden rechtstreeks en behoeven dus niet in de vergunning te worden opgenomen. Van deze eisen kan in een aantal in Bees A bepaalde gevallen worden afgeweken. In die gevallen dienen de betreffende afwijkende eisen wel in de vergunning te worden opgenomen. Wel kan in de considerans gewezen worden op het van toepassing zijn van Bees A.

In Bees A wordt onderscheid gemaakt tussen bestaande en nieuwe stookinstallaties. Onder bestaande stookinstallaties worden uitsluitend die stookinstallaties verstaan waarvoor vergunning is verleend vóór 29 mei 1987. Dit is de datum waarop Bees A (oorspronkelijk Bees Wet inzake de luchtverontreiniging (Wlv)) van toepassing is geworden. Als nieuwe stookinstallaties worden al die installaties aangemerkt die op of na 29 mei 1987 zijn vergund. Nieuwe installaties betreffen dus voor een belangrijk deel ook feitelijk bestaande installaties (zoals bijvoorbeeld een stookinstallatie uit 1992).

Doordat Bees A in 2005 is gewijzigd (Stb. 2005, 114, in werking getreden op 7 april 2005) was aanpassing van deze leidraad noodzakelijk. De wijziging van het Bees A betreft een implementatie van de nieuwe richtlijn grote stookinstallaties (LCP-richtlijn).

Verder hebben vergunningverleners en gebruikers/eigenaren van stookinstallaties te maken met nieuw beleid voor wat betreft de beperking van NOx-emissies: de emissiehandel. De relatie tussen Bees A en emissiehandel wordt in deze leidraad uitgelegd.

Ook wordt in deze leidraad de relatie tussen Bees A en de IPPC-richtlijn uitgelegd.

Het is aan te bevelen om deze leidraad te lezen in combinatie met de Handleiding Meten van luchtemissies van InfoMil (publicatienr. LB08).

Deze leidraad dient uitsluitend als hulpmiddel bij de toepassing van Bees A. Aan de tekst hiervan kunnen geen rechten worden ontleend.

lucht
 

Kenniscentrum InfoMil