4.1 Hoofdlijnen (artikelen 11 t/m 23a)
Stookinstallaties
Inhoud pagina: 4.1 Hoofdlijnen (artikelen 11 t/m 23a)
Bees A is voor nieuwe installaties in principe van toepassing op alle brandstoffen (vast, vloeibaar en gasvormig) en voor alle drie geregelde componenten, namelijk SO2, NOx en stof. De regels met betrekking tot emissie-eisen zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van het Bees A. Hoofdstuk 2 is als volgt opgebouwd.
Paragraaf 1 Emissie-eisen nieuwe installaties | |
|---|---|
Artikel 11* | Nieuwe stookinstallaties voor vaste brandstoffen (SO2, NOx en stof) |
Artikel 12* | Nieuwe stookinstallaties voor vloeibare brandstoffen (SO2, NOx en stof) |
Artikel 13* | Nieuwe stookinstallaties voor gasvormige brandstoffen (SO2, NOx en stof) |
Paragraaf 2 Emissie-eisen bestaande installaties | |
Artikel 15* | Bestaande stookinstallaties voor kolen (SO2, NOx) |
Artikel 16* | Bestaande stookinstallaties voor vloeibare brandstoffen (SO2, NOx) |
Artikel 17* | Bestaande stookinstallaties voor gasvormige brandstoffen (SO2, NOx en stof) |
Paragraaf 3 Raffinaderijen | |
Artikel 18 | SO2-eisen voor raffinaderijen |
Paragraaf 4 NOx-eisen voor gasturbine(-installaties) en zuigermotoren | |
Artikel 20 | NOx-eisen voor gasturbine(-installatie)s |
Artikel 20a | NOx-eisen voor bestaande gasturbine(-installatie)s |
Artikel 21 | NOx-eisen voor de combinatie van een gasturbine met een andere stookinstallatie die geen gasturbine-installatie vormt |
Artikel 22 | NOx-eisen voor gasturbines in combinatie met andere stookinstallaties bij elektriciteitsproductiebedrijven |
Artikel 23 | NOx-eisen voor nieuwe zuigermotoren |
Artikel 23a | NOx-eisen voor bestaande zuigermotoren |
Paragraaf 5 Toepassing van factoren | |
Artikel 24 | Toepassing van factoren op emissie-eisen gesteld in artikelen 11 tot en met 17 |
Artikel 25 | Bandbreedte bij de toepassing van factoren als bedoeld in artikel 24 |
*) De bepalingen in artikelen 11, 12, 13, 15, 16 en 17 met betrekking tot SO2 zijn niet van toepassing op raffinaderijen. De bepalingen in deze artikelen met betrekking tot NOx zijn niet van toepassing op gasturbine(-installatie)s en zuigermotoren.
Een overzicht van alle emissie-eisen van Bees A is te vinden in bijlage 3.
In alle gevallen waarin op grond van Bees A geen emissie-eis geldt, geldt het Besluit zwavelgehalte brandstoffen voor wat betreft de zwaveleisen en moeten de eisen voor NOx en stof in de vergunning geregeld worden. De eisen die in deze gevallen in de vergunning kunnen worden vastgelegd, zullen soms ontleend kunnen worden aan Bees A, soms aan de NeR en zullen in andere gevallen per geval ontwikkeld moeten worden. In hoofdstuk 10 wordt hierop nader ingegaan.
De emissie-eisen zijn gebaseerd op de bestrijding van SO2 -, NOx - en stofuitworp overeenkomstig de beste beschikbare technieken. Daar waar de beste beschikbare technieken niet eenduidig in eisen zijn vast te leggen, is bij de eis een bandbreedte gegeven. De vergunningverlener kan in die gevallen in het belang van het voorkomen of beperken van luchtverontreiniging binnen die bandbreedte een scherpere eis stellen. In 7.5 wordt hier nader op ingegaan.
Onder bandbreedte wordt dus verstaan, de ruimte die met toepassing van artikel 8.44, vierde lid, van de Wet milieubeheer is gegeven om strengere eisen te stellen dan de in Bees A vastgestelde eisen.
De emissie-eisen worden regelmatig geëvalueerd om na te gaan of deze, gelet op de ontwikkeling van de stand der techniek en de kwaliteit van het milieu, aanpassing noodzakelijk maken. Als gebruikelijke termijn geldt 5 jaar (genoemd bij de invoering van Bees A).
De algemene regel is dat aan iedere individuele stookinstallatie die onder Bees A valt emissie-eisen worden opgelegd. Uitzonderingen zijn:
- de SO2 -eis voor raffinaderijen (zie tabel 4); voor SO2 gelden eisen voor groepen van installaties in de raffinaderij (artikel 18).
- de optelregel (zie paragraaf 5.1).
Voor raffinaderijen gelden, naast de SO2 -eisen van artikel 18, de in paragraaf 1 en 2 van Bees A gestelde NOx - en stofeisen voor de afzonderlijke installaties. Voor zuigermotoren en gasturbine-stookinstallaties gelden, waar toepasselijk, ook de SO2 - en stofeisen voor ketels en fornuizen, als vermeld in paragraaf 1 en 2 van Bees A.
Bij de NOx -eis voor gasturbine(-installatie)s en zuigermotoren wordt nagenoeg altijd een ‘rendementsfactor’ toegepast. Deze factor bedraagt 1/30 van het gasturbine- dan wel motorrendement. Dit rendement varieert van ca. 30 tot 38%, afhankelijk van type en leeftijd. Bij een rendement van 35% bedraagt de rendementsfactor 1,17 (1/30 * 35 = 1,17). Een NOx -eis voor een zuigermotor van bijvoorbeeld 140 g/GJ maal rendementsfactor bedraagt in dat geval: 140 maal 1,17 = 164 g/GJ. Behoudens tegenbewijs wordt uitgegaan van het door de fabrikant gegarandeerde gasturbinerendement of motorrendement.

