5.3 Storingen in de rookgasreiniging
Stookinstallaties
Inhoud pagina: 5.3 Storingen in de rookgasreiniging
Installaties < 50 MW (artikel 7)
NOx en stof: Als bij een stookinstallatie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW door een storing in de rookgasreinigingsapparatuur de emissie-eisen voor NOx of stof niet worden gehaald, mag de installatie alleen in bedrijf worden gehouden als het bevoegd gezag in de vergunning een bepaalde periode heeft opgenomen waarbinnen dit mag gebeuren.
SO2:
- Stookinstallaties voor vaste brandstoffen of zware stookolie met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW: Bij een storing in de rookgasreiniging mag, als de emissie-eis voor SO2 niet wordt gehaald, de installatie gedurende maximaal 72 uur aaneengesloten en maximaal 240 uur per kalenderjaar in bedrijf worden gehouden. Als de emissie-eis voor SO2 wel wordt gehaald mag de installatie onbeperkt in bedrijf worden gehouden, tenzij het bevoegd gezag in de vergunning een maximale duur heeft opgenomen voor dit soort voorvallen.
- Overige stookinstallaties met een thermisch vermogen van minder dan 50 MW: Als door een storing in de rookgasreinigingsapparatuur de emissie-eis voor SO2 niet wordt gehaald, mag de installatie alleen in bedrijf worden gehouden als het bevoegd gezag in de vergunning een bepaalde periode heeft opgenomen waarbinnen dit mag gebeuren.
Installaties ³ 50 MW (artikel 7a)
Voor NOx, SO2 en stof geldt het volgende:
Hoofdregel: Als een stookinstallatie met een thermisch vermogen van 50 MW of meer is uitgerust met een rookgasreinigingsinstallatie, dan moet wanneer die rookgasreinigingsinstallatie is uitgevallen de stookinstallatie binnen 24 uur geheel uit bedrijf worden genomen.
Uitzonderingen op deze regel: Indien door de installatie gedeeltelijk uit bedrijf te nemen aan de emissie-eisen kan worden voldaan, laat Bees A dit toe. Ook mag de installatie met een weinig vervuilende brandstof in werking worden gehouden. Met de term "weinig vervuilende brandstof" wordt een brandstof bedoeld die een substantieel lagere emissie veroorzaakt dan de gebruikelijke brandstof(samenstelling) van de stookinstallatie.
De installatie mag maximaal 120 uur per 12 maanden in werking zijn zonder dat de rookgasreinigingsinstallatie functioneert. Het bevoegd gezag mag deze perioden van 24 en 120 uur verlengen indien de energielevering in gevaar zou komen, of wanneer de stookinstallatie voor een beperkte tijd vervangen zou worden door een andere stookinstallatie die hogere emissies zou veroorzaken.
Storingen aan de rookgasreiniging bij installaties met een thermisch vermogen van 50 MW of meer moeten binnen 48 uur worden gemeld aan het bevoegd gezag.
Relatie met hoofdstuk 17 Wet milieubeheer (maatregelen in bijzondere omstandigheden / ongewone voorvallen)
Dit hoofdstuk van de Wet milieubeheer is niet bedoeld voor het soort van milieuvervuiling dat middels Bees A wordt gereguleerd (verzurende depositie op landelijke of Europese schaal). Hoofdstuk 17 Wm zou bij Bees A-installaties een rol kunnen spelen wanneer door het uitvallen van de rookgasreinigingsinstallatie een acuut gevaar voor de lokale milieukwaliteit of gezondheid zou kunnen optreden.
Verder
Bij de beoordeling van de metingen ter controle van de uitworp worden de meetuitkomsten verkregen tijdens de storingsperioden waarin de installatie op grond van het Bees A nog in werking mag zijn, niet meegerekend (artikelen 34 lid 3, 38 lid 5, 40 lid 2 en 43 lid 8). Ook worden meetuitkomsten verkregen tijdens opstarten en stilleggen van de installatie niet meegerekend.

