6.7 Rapportages en registraties
Stookinstallaties
Inhoud pagina: 6.7 Rapportages en registraties
Continue metingen
Wanneer aan een stookinstallatie continue metingen worden verricht, wordt geregistreerd welke meetmethode of uitworpkarakteristiek wordt toegepast en welke bedrijfscondities bekend moeten zijn om te beoordelen of aan emissie-eis wordt voldaan. Daarnaast vindt er een continue registratie van de meetresultaten van de continue metingen en de relevante bedrijfscondities plaats.
De resultaten van continue metingen worden op een dusdanige wijze uitgewerkt dat het bevoegd gezag kan beoordelen of in overeenstemming met het besluit en de meetregeling is gehandeld. Het simpelweg aanleveren van lijsten met meetgegevens zonder dat een vertaalslag van de gegevens heeft plaatsgevonden, is hiervoor doorgaans niet toereikend.
Indien bij een stookinstallatie een rookgasontzwaveling wordt toegepast, wordt dagelijks het ontzwavelingspercentage geregistreerd dat is berekend op basis van het zwavelgehalte van de brandstof en de met het rookgas uitgeworpen hoeveelheid zwavelverbindingen.
De registraties en uitwerkingen van de continue metingen worden gedurende een periode van drie jaar bewaard.
Afzonderlijke metingen en parallelmetingen
De meetresultaten van afzonderlijke metingen en parallelmetingen alsmede de bewerking daarvan naar standaardcondities en/of ISO luchtcondities dienen in een meetrapport te worden vastgelegd. Een meetrapport dient ten minste de volgende gegevens te bevatten:
- identificatie van de stookinstallatie;
- de beschrijving van de meetpunten;
- alle bemeten grootheden, zoals de NOx- en O2-concentratie en indien relevant de verbrandingsluchtcondities;
- de specificatie van de toegepaste meetmethodes, zoals meetnormen, meetonzekerheid, meetapparatuur;
- de homogeniteit van de rookgassen in het meetvlak en de toegepaste bemonsteringsmethode;
- de datum en het tijdstip van de deelmetingen;
- de gemeten concentraties en de herleide gegevens van elke deelmeting;
- de bedrijfscondities van de stookinstallatie, zoals belasting, brandstoftype en brandstofverbruik;
- de naam en het accreditatienummer van de meetinstantie.
Een meetrapport moet binnen drie maanden na uitvoering aan het bevoegd gezag worden gezonden.
Wanneer na uitvoering van een afzonderlijke meting of parallelmeting wordt besloten om geen gebruik te maken van de meetresultaten, wordt dit met opgave van de redenen aan het bevoegd gezag gemeld. Bij deze melding worden de meetresultaten gevoegd.
De resultaten van afzonderlijke metingen worden gedurende de levensduur van een installatie bewaard. Voor de rapportage van parallelmetingen geldt een termijn van drie jaar.
Registratie van het zwavelgehalte van de ingezette brandstoffen
In sommige gevallen wordt voor het aantonen dat aan de emissie-eis voor SO2 wordt voldaan, gebruik gemaakt van het zwavelgehalte van de brandstoffen. In dat geval moeten de zwavelgehaltes van de brandstoffen dusdanig geregistreerd te worden dat op ieder moment de SO2-concentratie in de rookgassen kan worden berekend. De registreerde zwavelgehaltes moeten gedurende ten minste drie jaar wordenten bewaard.
Jaarlijkse rapportages
Voor installaties die onder het besluit vallen moeten jaarlijks de volgende gegevens aan het bevoegd gezag worden gerapporteerd:
- installaties, waarbij continue metingen plaatsvinden; de per dag uitgestoten massahoeveelheid alsmede de jaaremissie van SO2, NOx en stof; deze emissies worden berekend op basis van de gemeten concentraties en het gemeten of berekende afgasdebiet;
- installaties, waarbij afzonderlijke metingen plaatsvinden; een raming op basis van de afzonderlijke metingen en brandstofgegevens van de jaaremissie van SO2, NOx en stof; voor installaties met een thermisch vermogen kleiner dan 50 MW hoeft geen raming van de stofemissie te worden gemaakt;
- installaties met een thermisch vermogen van tenminste 50 MW; een naar brandstoftype gespecificeerde raming van de warmte-inhoud van de ingezette brandstoffen.
De jaarlijkse rapportages dienen voor 1 april van het daaropvolgende jaar aan het bevoegd gezag te worden toegezonden. De brandstofgegevens moeten ook aan de inspecteur-generaal van het Inspectoraat-Generaal VROM worden toegezonden.
Indien de genoemde gegevens reeds worden gerapporteerd vanwege het Besluit milieuverslaggeving, hoeft dit niet nogmaals te gebeuren op grond van het Bees A. Rapportage op basis van NOx-emissiehandel ontslaat bedrijven niet van de plicht om jaarlijks te rapporteren.

